03-07-09

Familiebezoek

Zaterdag, 27 juni 2009 rustdag in Bagnères-de-Luchon

De familie stond al om 7u aan het hotel. Het was zelfs nog wat te vroeg om te ontbijten. Het was een leuk weerzien na bijna anderhalve maand alleen telefonisch contact.

Na een uitgebreid ontbijt gingen ze toch enkele uren slapen, omdat ze de hele nacht hadden doorgereden en ook al slaap je dan af en toe, je bent toch nooit uitgeslapen. Tegen de middag naar het Lac de Baldeh gewandeld om er te picknicken.Het was eigenlijk een vijver en zelfs nog niet eens zo een grote. Gelukkig was er aan de overkant een aerodroom waar zweefvliegtuigen werden opgetrokken en waar parapentes landen. Daar hebben we meer aan gehad dan aan de `Vijver de Baldeh`. Het goede weer zorgde er mee voor dat de picknick echt gezellig was.

Daarna terug naar het hotel gewandeld en onderweg in een restaurantje gereserveerd voor het `diner à 19 heures`. De meesten hebben nog wat gerust voor we gingen avondeten. Ook dat etentje werd gezellig.

Zondag, 28 juni 2009 Bagnères-de-Luchon---Col de Menté

Om 9u de familie uitgewuifd. Zij stonden voor een langere dag dan ik. Het deed toch deugd eens bekend volk te kunnen vertellen over mijn belevenissen.

Rond 10u15 kon ikzelf ook de baan op, richting Port de Balès. Hiervoor moeten eigenlijk eerst 4 km van de Col de Peyresourde vanuit Luchon worden gedaan. Die klim begint onmiddellijk bij het verlaten van het centrum van de stad en is dadelijk vrij steil. Van opwarming was er dan ook geen sprake. Ik weet niet of dit de oorzaak was, maar ik heb van de hele dag nooit het goede ritme gevonden. Het kan ook gewoon geweest zijn omdat de Port de Balès en de Col de Menté, die ook moest worden afgewerkt, 2 Cols zijn met respectievelijk ongeveer 8 en 9% gemiddelde stijgingsgraad over heel hun lengte (6 en 9 km). Met complete bepakking is dit nooit een lachertje. De klim naar de Port de Balès loopt gelukkig langs een bijna verkeersvrij baantje, dat ook nog door een enig mooie vallei kronkelt. Ook de afdaling was heel mooi en leuk om doen. Door het vele bochtenwerk en de smalle weg kon er onmogelijk snel gedaald worden, zodat de benen wat tijd hadden om te recupereren. Tijdens de klim naar de Col de Menté had ik echter niet het gevoel dat de benen van de afdaling hadden kunnen genieten. Het werd dus 9 km zwoegen. Tijdens de laatste 3 km stopte ik zelf bijna om de 500m om de hartslag te doen dalen. De warmte zal zeker ook wel een rol gespeeld hebben. Rond 16u30 haalde ik de top. De op mijn papieren aangekondigde gîte, die op de top gelegen was, was gelukkig open en niet volzet. Daar was ik heel blij mee, want ik was echt aan het einde van mijn fietslatijn.

Maandag, 29 juni 2009 Col de Menté---Aulus-les-Bains

Uiteraard begon de dag met de afdaling van de Col de Menté. Spijtig van het overtrokken weer, want de afdaling was opnieuw mooi en leuk om doen.

Kort na de afdaling begon de klim naar de Col de Portet d`Aspet. Slechts 4km lang, maar met een serieus stijgingspercentage. Al na een paar 100m al even gestopt, niet omdat het nodig was, maar om het herdenkingsmonument voor Fabio Casartelli eens te bekijken. Deze wielrenner verongelukte op deze plaats tijdens de Tour van 1995. De rest van de klim heel behoedzaam afgewerkt, want de Col de la Core en de Col de Latrape stonden ook nog op het programma. Gelukkig waren de benen stukken beter dan gisteren. Het was ook heel wat minder warm. Ik begin te geloven dat warmte en fietsen voor mij moeilijk te combineren zijn, want in tegenstelling tot de Col de Soudet, waar ik ook zo heb afgezien en waar het ook zeer warm was, denk ik dat ik gisteren wel voldoende had gedronken.Enfin, vandaag was het alleszins heel wat aangenamer om naar boven te fietsen.

In Aulus-les-Bains mijn intrek genomen in een gîte die zich vooral richtte op de GR10 wandelaars. De GR10 is het wandelpad dat de Pyreneeën doorloopt van de Atlantische Oceaan tot de Middellandse Zee. Er waren nog 3 andere gasten, die natuurlijk wandelaars waren. Zij waren toch geïnteresseerd in mijn 100 cols tocht en omdat ik ook wat kon vertellen over de trekkings over GR-paden, die ik met Tom en Wim heb gedaan, was de avond snel om.

Dinsdag, 30 juni 2009 Aulus-les-Bains---Foix

De voet van de Col d`Agnes ligt bijna in het centrum vabn Aulus-les-Bains. Dus, zoals vorige zondag, geen sprake van opwarming en oo onmiddellijk serieuse stijgingspercentages. In tegenstelling tot zondag, vond ik na een tijd wel een goed ritme, zodat deze col, mits de nodige rustpauzes natuurlijk, vrij goed verteerd werd. Maar goed ook want, een 10 km verder, wachtte de Col de Puéguere. Slechts 3,6 km lang, maar met een gemiddeld %-age van meer dan 11 en een maximaal stijgingspercentage over 1km van 14%, met daarin ook nog een stukje aan 18%. Ik had mij op voorhand voorgenomen om , zo nodig, op tijd af te stappen en de fiets te duwen, om het risico te vermijden omver te vallen omdat ik de pedalen niet meer rond kreeg. Ik begon dus zeer behoedzaam aan deze beklimming. Al na 20m gebruikte ik de allerkleinste versnelling, waarmee je dus per pedaalomwenteling maar 1,5m verder geraakt. Ik kon slechts een grotere versnelling gebruiken wanneer ik recht op de trappers ging staan en zelfs dan moest ik vaak naar de kleinste. Aan de eerste 2 km scheen geen einde te komen. Zwoegen, trekken en sleuren en om de 3 à 400m aan de kant om de hartslag binnen de perken te houden. Gelukkig steeg de laatste 1,5km slechts met 10%. Uiteindelijk, heb ik alles al fietsend kunnen afleggen, maar wel met heel wat voeten aan de grond te hebben gezet. Het belangrijkste was echter dat ik de top het gehaald. Ik vraag me zelfs af of het duwen van mijn fiets, makkelijker zou zijn geweest. Als ik hem soms eens een paar meter moet duwen, om hem bijvoorbeeld in de schaduw te zetten, valt mij telkens op hoe moeilijk die fiets met al die bagage te hanteren valt.

Met de Col de Puéguère heb ik de laatste grote col van de Pyreneën in het basisparcours afgewerkt. Misschien doe ik morgen nog 2 bijkomende lussen, die wel nog hoge cols aandoen, maar dat hangt af van het al dan niet tijdig hersteld geraken van een vandaag afgebroken maaltand.

Woensdag, 1 juli 2009 - Foix---Chalabre

Ik kon pas om 14u30 bij een tandarts terecht, dus had ik `s morgens al de tijd om de Prat d`Albis te gaan beklimmen. Geen al te moeilijke klim, maar toch meer dan 900m hoogteverschil. Het duurde een tijdje voor ik het goede ritme gevonden had, maar daarna ging het vrij vlot en kon ik genieten van de mooie panorama`s van de omgeving van Foix.Na het tandartsbezoek, dat vlot verliep, kon ik pas om 15u30 vertrekken richting Laroque d`Olmes, vanwaar ik morgen de Montségur zou kunnen aanvallen. Het hotel dat op mijn papieren stond, had echter zijn deuren al een tijdje gesloten en een camping was er al evenmin. De Mont Ségur zal voor een andere keer zijn, want uiteindelijk ben ik tot Chalabre doorgereden en dat is wat ver om terug te rijden voor de klim vanuit Laroque d`Olmes.Vandaag was al duidelijk te zien dat ik wegreed van de Pyreneeën. Ik zag al verschillende graan- en maïsvelden, wat je in het gebergte nooit te zien krijgt. Ook de bomen krijgen stilaan dat Zuiderse uitzicht. Ik reed zelfs al door straten afgezoomd met grote platanen, wat zo typisch is voor Zuid-Franse dorpjes.

Donderdag, 2 juli 2009 Chalabre---Carcassonne

De 51km tussen Chalabre en Carcassonne waren tegen de middag al afgewerkt. Ik moest hiervoor wel 4 `cols` over, maar die waren echt niet meer te vergelijken met de echte cols van de Pyreneeën. Bij het vertrek was het vrij warm, maar al snel betrok de hemel en de laatste kilometers begon het te motregenen. Jammer, want het is wel een mooie streek, met opnieuw veel wijngaarden en zonnebloemenvelden. IK reed ook door het stadje Limoux, waar alles in het teken staat van zijn schuimwijn Blanquette de Limoux.

Het oude Carcassonne is van buitenaf gezien, een zeer goed bewaarde Middeleeuwse stad, nog volledig ommuurd en gerestaureerd. Wanneer je echter binnen de muren komt, wordt je overstelpt door de winkeltjes en restaurantjes, zoals die je in alle toeristische centra tegenkomt. Je kan er zelfs kebab eten. Zo heb je meer de indruk in een pretpark rond te lopen dan in een oude stad. Er loopt bovendien zoveel volk rond, dat je ook nog moet opletten dat je tegen niemand oploopt.De jeugdherberg van Carcassonne, waar ik mijn rustdag zal doorbrengen, ligt middenin deze middeleeuwse stad, maar is een modern gebouw, zodat ook hier van het middeleeuwse gevoel niets te merken valt.

Juist voor mij checkte er een gezin in waarvan de moeder ook in het RIZIV werkt. Zij zijn doen hun reis naar Spanje in etappes en gaan telkens wat bezoeken. Carcassonne is daarvoor een ideale tussenstop.

In de namiddag ook eens in de oude stad rondgewandeld, maar om de toch nog interessante plekjes te fotograferen, liep er teveel volk rond. Hopelijk is het morgenvroeg zonnig weer, dan probeer ik foto`s te maken voor de bussen met toeristen aankomen.

11:22 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.