27-06-09

Tussenstand

Nu ik, in tijd,  zowat halverwege mijn avontuur ben beland, wordt het tijd om eens een tussenstand door te geven:

- aantal gereden kilometers: 3.154

- totaal aantal beklommen hellingen: 107

    waarvan 55 côtes en 52 cols

van die 52 cols zijn er 33 opgenomen op de lijst van de Challenge BIG.

 

Hopelijk houden we dit vol tot de thuiskomst!?

16:56 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

We are the real hero's!!

Zondag, 21 juni 2009 Luz-St-Sauveur---Barrancoueu

 Gisteren werd de  Mont Ventoux beklimming georganiseerd door Sporta. Dat moet ook eens tof zijn om mee te maken, met zo een pak volk samen naar boven rijden. Maar een mens moet keuzes maken. Zij hebben dus vandaag niet met mij de Tourmalet kunnen doen. Spijtig voor hen, want het was goed weer. Niet te warm, weinig wind en toch redelijk veel zon. Bovendien, vind ik het decor waarin de weg naar de Col du Tourmalet ligt veel mooier dan die van de Mont Ventoux, al is dat decor ook al niet mis. Ik was vrij laat op weg, maar omdat het niet warm is geworden, maakte dat uiteindelijk niet zoveel uit. Ik zou toch niet veel km`s rijden. Ik had gisteren al met de idee gespeeld om na de Tourmalet ook de Col d`Aspin er eventueel bij te nemen, mocht de Tourmalet vlot verteerd geraken. Zelfs dan zouden het maar 62km worden, maar ik zou de beslissing pas nemen in Ste-Marie-de-Campan, na de afdaling van de toch wat gevreesde Tourmalet. Ik schrijf dit stukje in in Barrancoueu. De   (zeer, zeer goede) Frankrijkkenners weten dat dit een gehucht is van Arreau, dat aan de andere kant ligt van de Aspin tov de Tourmalet. Deze laatste bleek dus minder te vrezen dan gebleken, ook al blijft het  natuurlijk een serieuze klepper. Mijn taktiek van steeds op reserve te rijden blijft lonen. Je wordt dan op zo een bekende beklimming, op een zondag, door een hele stoet fietsers voorbijgereden, maar daar moet je dan maar in berusten. Ik moet wel toegeven dat, wanneer je zoveel jaar competietiesport hebt gedaan, dat toch even wennen is. De aanmoedigingen en de blijken van respect die je onderweg krijgt omdat je zo zwaar geladen die uitdaging aangaat, maken echter veel goed.

 Op de toppen van de bekende cols, die nu toch elkaar snel opvolgen, krijg je heel veel reacties, zowel van de collega fietsers, als van de toeristen, die de uitdaging aangingen met hun mobilhome. De fietsers, die vaak fanatiek bezig zijn met hun materiaal, komen dikwijls vragen stellen over mijn, in hun ogen, niet alledaagse fiets, zeker niet om cols te beklimmen. De meesten kennen noch het IDWORX-merk, noch de Rohloff-versnellingsnaaf, maar allen vinden ze het een prachtfiets, wat ik uiteraard alleen maar kan bevestigen.

 Op de top van de Tourmalet was enkele ogenblikken voor mij, vanaf de andere kant, een Engelsman aangekomen, die eveneens vrij zwaar was geladen. Die vond het blijkbaar zo verrassend dat wij daar zo goed als samen aankwamen en was zo blij dat hij er geraakt was, dat hij spontaan naar mij kwam en zei: ` We are the real hero`s`, wat ik natuurlijk volmondig beaamde. Hij wou absoluut een foto van ons beide en vroeg iemand om die foto voor hem te maken. Plots haalden verscheidene toeristen hun fototoestel boven en vereeuwigden ons op hun gevoelige digitale plaat, als souvenir aan hun bezoek aan de Tourmalet. Ik heb dat dan maar opgevat als een erkenning van mijn sportieve prestatie.

In zo een sfeer, waarin je je inderdaad een held gaat voelen, was de besissing om de Col d`Aspin er vandaag bij de nemen natuurlijk al genomen voor ik de afdaling begon. Gelukkig, was die col net zoals dat op mijn papieren stond, heel wat makkelijker van de eerste. In Arreau aangekomen, zag ik een wegwijzer naar een gîte op 2 km. Die bleken echter vrij goed omhoog te gaan en te l(e)i(j)den tot in het gehucht Barrancoueu. Daar aangekomen bleek de gîte gesloten, maar verwees de eigenaar me naar zijn moeder, die 200m verder woonde en appartementen verhuurde. Ik huur hier nu een heel appartement voor 3 nachten, voor de prijs van een gemiddelde hotelkamer. Hiervoor heb ik wel wat moeten onderhandelen, maar daar kwam mijn ervaring opgedaan in Oeganda goed van pas.

Het is de bedoeling om van hieruit 2 dagen bijkomende lussen te rijden. Ik zal dus wel rekening moeten houden met de kuitenbijter, die er nu telkens op het laatste bijkomt om aan mijn suite met 2 slaapkamers te geraken.

Maandag, 22 juni 2009 Barrancoueu--- bijkomende lus

Vanuit Barrancoueu kon ik 4 BIG cols beklimmen. 3 in de richting van Spanje. 1 richting binnenland. De 3 richting Spanje vertrekken allemaal vanuit St-Lary. Ze zouden samen 120km vragen en ongeveer 2.700m hoogtemeters. Voor mij een koninginnebergrit, zelfs zonder bagage.

Het plan was eerst de verst afgelegen helling te doen, dus de `Route des Lac` naar Lac d`Aumar, gelegen op meer dan 2.100m hoogte.

Daarna, de middelste, de Col d`Azet en daarna eventueel nog naar Pla d`Adet.

De beklimming naar Lac d`Aumar liep opnieuw door een prachtig decor. Eerst bos, daarna meer en meer open en de laatste kilometers langs verschillende meren. Geen makkelijke klim, met op een zeker gedeelte haarspeldbochten om de 100m. Er was dus genoeg afleiding om de kilometers te doen voorbijvliegen. Omdat ik vroeg in het zadel zat, bereikte ik Lac d`Aumar al om 11u.

In de afdaling heb ik mij in het bovenste gedeelte van de haarspeldbochten gezet, om wat calorieën binnen te spelen voor de volgende klim. Ik was blijkbaar vroeg aan de klim begonnen, want er was mij niemand voorbijgereden. Nu kwam de ene fietser na de andere naar boven gereden en ik denk dat daar nogal wat beroepsrenners tussen zaten, want de meesten hielden er een serieus tempo op na.

Om 12u stond ik aan de voet van de col d`Azet. Ook dit was een leuke klim en zowat halverwege ontdekte ik verschillende parapentes in de lucht. Ik kon ze volgen tot wanneer ik op de top was. Dit deed mij natuurlijk dromen van de tijd toen ikzelf parapente vloog. Op weg naar Asasp had ik er ook al eentje gezien. Die had mij al doen nadenken of ik toch maar niet opnieuw zou gaan vliegen. Het was iets dat ik erg graag deed. Toen ik echter mee in Kids For Uganda stapte, bleef er onvoldoende tijd over om genoeg te kunnen vliegen om de nodige reflexen te behouden in gevaarlijke situaties en ben er toen uit veiligheidsoverwegingen mee gestopt.

Om 14u stond ik opnieuw beneden en dacht Pla d`Adet nog wel aan te kunnen, ook al had ik ook van deze klim geen gegevens. Het was slechts 2km tot de voet, zodat ik er snel aan kon beginnen. Aan de voet werd onmiddellijk duidelijk dat dit geen trainingshellinkje was. Er stond aangegeven dat hij 10km lang was met een hoogteverschil van bijna 900m. De snelle rekenaars weten dat het gemiddelde dan rond de 9% moet liggen en dat is over 10km geen lachertje. Diegenen die mij wat beter kennen, zullen al weten dat ik er toch maar aan begonnen ben. Ik stond daar nu eenmaal aan de voet, wel met serieuse twijfels of het nog ging lukken met al 2 klimmen in de benen, maar `Waar een wil is, is een weg`, heb ik ooit horen zeggen. Ik heb dan maar getest of het gezegde ook in omgekeerde volgorde van toepassing is. Het resultaat is dat ik proefondervindelijk bewezen heb dat waar een weg is, er ook een wil is. Nu weet ik wel dat mijn bewijsvoering maar zwakjes uitvalt, maar wie niet akkoord gaat moet dan maar het tegendeel bewijzen.

Tijdens de beklimming zag ik plots een 60-tal parapentes in de lucht, waarschijnlijk ging het om een competitie (achteraf vernomen dat het om de Franse kampioenschappen ging). Dat heeft mij uiteraard geholpen om mijn zinnen van de vermoeide benen weg te houden. Nu staat mijn besluit vast: IK GA TERUG VLIEGEN.

Uiteraard zeer moe, maar zeker even voldaan, kwam ik, na wat inkopen gedaan te hebben, terug in mijn suite om 17u15. Het is een lange dag geworden, maar dat liet mij toe om er morgen een korte van te maken, met alleen de Col de Beyrède op het lijstje.

 

Dinsdag, 23 juni 2009 Barrancoueu---2de bijkomende lus

De eigenares van het apartement waar ik verbleef, had gezegd dat de Col de Beyrède veel makkelijker was dan de Peyresourde. Dus dacht ik, we gaan dat daar even afhaspelen, dan heb ik veel tijd om te rusten voor de volgende dagen. FORGET IT! De 7 km tot de voet waren dalend valsplat, zodat ik er een stevig tempo kon op nahouden. Daar waar ik echter de grote baan moest verlaten om naar het dorpje Beyrède te rijden, werd me duidelijk dat er van `snel afhaspelen` niet veel in huis zou komen. Er stonden geen %-ages aangegeven, maar de eerste hectometers moeten minstens 15 à 16 % geweest zijn. Ik vermoed dat de eerste 3 km het stijgingspercentage continu tussen de 10 en de 16% bleef schommelen. De benen waren de koninginnerit van gisteren nog niet vergeten, maar gelukkig kon ik dit zonder bagage af`kreunen`.  Na de eerste kilometers volgde een vrij lang stuk met lage %-ages. Hoe langer dit relatief vlakke stuk duurde, hoe groter mijn vermoeden werd dat de laatste kms opnieuw steil zouden zijn. Spijtig genoeg werd mijn vermoeden bevestigd. Met een paar tussenstops ben ik toch bovengeraakt, waarna ik, via een lichtgevolgde bosweg, op de klim van de Col d`Aspin terecht kwam, op 2 km van de top. Gelukkig, zijn dat geen steile kms meer. Ik had deze weg gekozen omdat de afdaling van de Aspin richting Arreau een mooie en plezierige afdaling is, die ik wel een 2de keer wou doen. Zo vermeed ik ook de 7km langs de grote baan van Beyrède naar Arreau.

Woensdag, 24 juni 2009 Barrancoueu---rustdag

Vandaaag voelde ik mij echt niet in vorm en heb dan maar een bijkomende rustdag ingelast. Wat langer slapen en Arreau gaan bezoeken

Omdat ik al vaak reclame had gezien voor `Gâteaux à la broche`, kocht ik mij zo een gebak voor mijn vieruurtje. Het wordt gemaakt van een soort dikke pannenkoekendeeg, die boven een houtvuur op een kegelvormige houten spie wordt gegoten. Die spie wordt constant gedraait en er worden verschillende lagen deeg op mekaar gebakken. Het resultaat lijkt van ver op een kerstboom en de smaak houdt het midden tussen koude pannenkoeken en een zware cake. Niet slecht, maar je moet er niet veel van eten om een hele tijd een verzadigd gevoel te hebben.

De andere inkopen waren gepland voor na een dagmenu van 12€, maar toen ik om 13u30 aan de supermarkt kwam, bleek die gesloten tot 15u. Dit was het eerste grootwarenhuis dat ik op mijn weg tegenkwam dat in de namiddag de deuren sloot, zoals de kleinhandelaars. Ik heb dan maar in een parkje wat rekoefeningen gedaan en verder op een bank in de schaduw, genoten van de mooie omgeving en het goede weer. Ik was namelijk te voet naar Arreau gekomen en had geen zin om een halfuur omhoog te stappen in de blakende zon, om na een half opnieuw naar Arreau te moeten gaan.

Donderdag, 25 juni 2009 Barrancoueu---Luchon

Omdat ik slechts tot Bagnères-de-Luchon zou rijden nam ik al de tijd om alles klaar te maken voor het vertrek. Rond 12u30, was mijn suite opgeruimd en mijn fiets geladen. Na nog een foto genomen te hebben van de fiere bazin, kon ik richting Col de Peyresoude vertrekken.

Dit werd een vrij zware klus, maar met veel geduld haalde ik ook hier de top. Er reste dan nog een 14km lange afdaling tot Luchon. Daar checke ik in, in het hotel waar zaterdag mijn familie op bezoek zou komen. Ik had dan ’s anderdaags de tijd om 2 bijkomende hellingen te gaan ‘bekijken’: de Col de Portillon en de klim naar Luchon-Superbagnères.

Vrijdag, 26 juni 2009 Luchon---Bijkomende lus

Met de Col de Portillon en Luchon-Superbagnères moesten er slechts 56km afgelegd worden. Van de Col de Portillon ligt de top op de Frans-Spaanse grens. Ik vermoedde dus geen al te zware beklimming, omdat zulke cols doorgaans minder hoog en steil zijn, dan klimmen naar een top of naar een skioord. Op een 2-tal steilere stukken na, was het inderdaad een klim die goed te doen was, met de top op slechts 1.492m.

Ook al was ik slechts pas om 9u30 vertrokken, stond ik al rond 11u15 terug beneden om naar Superbagnères te rijden. Dat is dus wel een skioord op 1.800m, maar uiteindelijk viel de klim nog mee. Bij geen van beide beklimmingen stonden er percentages aangegeven, zodat ik voor de geïnteresseerden geen details kan geven. Wel, had ik bij de Portillion zonnig weer, maar was de zon al achter de wolken verdwenen toen in aan de 2de klim begon. De laatste 5km moesten zelfs in de wolken worden afgelegd, zodat ik me soms op de zijkant van de weg moest oriënteren om niet van de weg te geraken. 1 maal reed ik zelfs bijna een haarspelbocht voorbij. De overkant van de weg was vaak niet te zien en bovendien was het er vrij koud. Boven, snel droge kleren, plus een windbreker, plus een regenjasje en winterhandschoenen aangetrokken. Het eerste gedeelte van de afdaling werd dus afgelegd met de remmen zo goed als dicht geknepen. Eens onder het wolkendek werd ging het uiteraard weer zijn gewone gang en werd het ook wat warmer. Toch maar alles aangehouden tot in het hotel.

09:49 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-06-09

Hier ben ik weer

Zaterdag, 13 juni 2009 Larrau---Asasp

 

Vanuit Larrau kon ik dadelijk aan een vrij lange, maar rustge afdaling beginnen, die door een zeer enge vallei (net niet kloof) naar de voet van de Col de Soudet liep.

De eerste km`s van de 23km lange col vielen best mee. Geen al te hoge percentages. Pas na 11 à 12km begon het echte werk. Percentages van 9, 10 en zelfs 3x 11% gemiddeld over een km, moesten worden overbrugd. Dit viel zeer zwaar uit. Opnieuw liters zweet in de schoenen, want het was weer een warme dag. Gelukkig had ik in St-Engrace, het laatste dorp voor de top, mijn 1ste bidon die toen al leeg was, opnieuw kunnen vullen, anders had ik waarschijnlijk opnieuw krampen gekregen door uitdroging van de spieren.

Het voordeel van zulke zware beklimmingen is dat je op alle plekken waar er een mooi uitzicht zou kunnen te zien zijn stopt. Wanneer het minder lastig is blijf je langer in 1 stuk door fietsen en ben je meer met de prestatie bezig. Wanneer het zeer moeizaam gaat, is een plekje schaduw vaak voldoende om even voet aan grond te  zetten. Zowat halfweg van het moeilijke gedeelte, was het al middag. Ik heb daar dan ook dankbaar gebruik van gemaakt om een lange pauze te nemen. Even voor ik opnieuw wou vertrekken, kwamen er 2 fietsers al zwoegend uit de lager gelegen bocht. De 2de stopte om een praatje te slaan, ook een mogelijk excuus om even op adem te kunnen komen. De man leek mij jonger dan ik, had een sportieve lichaamsbouw en was op weg zonder bagage, op een koersfiets. Iets zei me dat ik dan toch nog niet zo slecht bezig was. Voor hij vetrder reed zei hij dat er nog vrienden van hem op komst waren. Wat hogerop reed er een andere fietser mij voorbij, waarvoor deze beklimming ook duidelijk geen zondagsritje was. Wat verder lag hij in de kant met krampen. Tijdens een van mijn uithijgpauzes reed hij mij opnieuw voorbij. Een uur later dan ik had voorzien, haalde ik de top. Daar lag de fietser met krampen naast zijn koersfiets languit in het gras te bekomen van de inspanning, die hij waarschijnlijk nooit meer zal vergeten. De 2 eerste fiietsers die ik had zien omhoogrijden, stonden daar nog altijd te wachten op hun kameraden. Waarschijnlijk hadden die op een zeker moment rechtsomkeer gemaakt, want anders zoiuden die me zeker ook voorbijgereden zijn. Trager dan ik lijkt me niet mogelijk, want dan begint het op surplassen te lijken. Toen ik op de top nog even stond te praten met de 2 compagnons, kwamen er 3 beroepsrenners op training van `La Française des Jeux` aangereden, onder begeleiding van een wagen. Die mannen hoeven zich geen zorgen te maken over het al dan niet genoeg drank bij hebben.

Ik had een bijkomende lus voorbereid, die van op de top van de Col de Soudet nog 200m omhoog naar de Pierre St-Martin liep. Dit is de 1ste bijkomende lus die ik voorzichtigheidshalve maar links heb laten liggen. Al was de afstand maar 2,5 km om die top te bereiken, ik zag het op dat ogenblik niet zitten om die er effe bij te nemen.

Toch kreeg ik als beloning voor het geleverde labeur, een brede, snelle afdaling, met een goed wegdek. Beneden even de maximum snelheid gecontroleerd. Ik was verbaasd 68km/uur op de GPS af te lezen. De fiets houdt blijkbaar goed de baan bij hoge snelheden. Wees gerust, ik zal niet op zoek gaan naar een volgend snelheidsrecord. Ik besef al te goed, dat er dan niet veel fout hoeft te gaan om een zware val onvermijdelijk te maken en dat is het me uiteraard niet waard.

In Asasp, een chambre d`hôte genomen voor 3 nachten, want de volgende dag wou ik de Col de Somport gaan doen en de dag daarop was het rustdag.

In de namiddag naar het baanrestaurant `Le Compostelle`, gaan informeren of de keuken `s avonds open was. Germaine, de eigenares, een dame op leeftijd, zei dat op zaterdag er alleen `s middags werd geserveerd, maar uiteindelijk was ze bereid voor mij alleen de keuken open te doen.Ze vroeg mij om hoelaat ik wou eten. Toen ik 17u30 antwoordde, schoot ze in een lach, want hier gaan de meeste restaurants pas om 19u en zelfs 20u open. Toch kon ik om 17u30 aan mijn assiette de crudité als voorgerecht beginnen, om daarna `un steak frite` opgediend te krijgen. Keuze kreeg ik niet, maar waarom zou ik als belg iets tegen deze schotel hebben.

 

Zondag, 14 juni 2009 Asasp---bijkomende lus

 

Vandaag, stond dus de Col de Somport op het programma, een bijkomende lus van 90km. Het was betrokken weer, maar daar had ik niets op tegen, na de voorbije warme dagen. De benen leken niet volledig gerecupereerd van de Col de Soudet en aangezien ik, buiten de afstand en het hoogteverschil, ook niet wist wat er me verder te wachten stond, reed ik de aanloopkm`s op een zeer gezapig tempo, in de hoop de benen wat los te krijgen. Daar waar ik vermoedde dat het zware gedeelte zou beginnen, heb ik maar een lange pauze genomen en nog wat extra calorieën binnen gespeeld, want er waren dan nog 8km te klimmen. Een telefoontje van Wim, om mij proificiat te wensen met Vaderdag, kwam op een ideaal moment. Even daarna op de fiets gesprongen en de resterende km`s in 1 ruk afgelegd. Het bleek namelijk helemaal geen lastige klim te zijn.

 

Maandag, 15 juni 2009 Asasp-rustdag

 

Vanmorgen Oloron-Ste-Marie gaan bezoeken. Een stadje op zo een 8km van Asasp. De eigenares van de chambre d`hôte moest er namelijk langs om naar Pau te rijden en ze zou mij rond 13u terug oppikken. De toeristische dienst van dit stadje levert prachtig werk. Daar gaan vragen wat ik in die enkele uren kon gaan bekijken en ik werd daar zeer proffesioneel geholpen. In het gebouw van die dienst kon je video`s over de stad en de streek er rond bekijken. Het was alsof je alles vanuit een treintje kon bekijken. Zeer leuk en interessant opgevat. Het stadje bleek tijdens de wandeling echterf minder te bieden te hebben dan dat de toeristische dienst liet uitschijnen, maar ja, zij zijn er natuurlijk om toeristen aan te trekken.

Terug in Asasp, opnieuw bij Germaine gaan eten. Voor 14 euro het menu van de dag: soep à volonté, een stuk `tarte au poireau` als voorgerecht, `cocq au vin` met deegwaren en frieten, een 4de liter rode wijn, een stuk `gâteau basque` met slagroom en een tas koffie. Niet te verwonderen dat er zo een 35 mensen zaten te eten.

De rest van de dag zoveel mogelijk op bed gelegen, want de volgende 5 dagen zullen zwaar zijn. Morgen, de Col de Marie Blanque, overmorgen de Aubisque en de Soulor, de 3de en 4de dag minder bekende cols, maar daarom niet lichter, en de 5de dag de Tourmalet. Als ik na deze 5 dagen nog steeds een dagboek schrijf over mijn 100 cols tocht, denk ik dat het mij zal lukken om fietsend terug in Leuven te geraken.

 

Dinsdag, 16 juni 2009 Asasp---Laruns

 

De Col de Marie Blanque is een van de cols die regelmatig door de Ronde van Frankrijk worden aangedaan. De mensen van de chambre d`hôte, hadden mij gewaarschuwd dat van bij hen uit de moeilijkste zijde van de col moest beklommen worden en dat het steil was, zeker naar het einde toe. De col stond inderdaad aangeduid als eentje met zeer steile passages. Ik had zo een 7 km om warm te rijden en die liepen over een de Col de Hourat. Gelukkig was dat maar een opwarmingscolletje met index 0,3. Eigenlijk kwam ik ideaal opgewarmd aan de voet van de Col de MarieBlanque. Daarbij waren de eerste 4 van de 9 te klimmen km niet steiler dan 5%. Dat betekende echter wel dat ik me inderdaad aan steile slotkm`s kon verwachten. Zo bleek uiteindelijk de voorlaatste een gemiddeld %-age van 13 en de laatste van 12 te hebben. Dit zou mij de voorbije dagen onnoemelijk zwaar zijn uitgevallen. Vandaag, liep het echter vrij vlot. Waarschijnlijk, dank zij de rustdag, het frisse en betrokken weer en de lessen die ik uit de voorbije zware beklimmingen had getrokken, plus waarschijnlijk een `superdag`. Ik kwam nog vrij fris op de top en speelde zelfs even met de idee om niet te stoppen in Laruns, maar meteen de Col d`Aubisque erbij te nemen. Na echter het rijschema te hebben nagekeken, moest ik er dan ook nog de Col de Solour en de Col de Bordères bijnemen om ergens te kunnen overnachten. Dit leek mij dan toch wat teveel van het goede en besloot dan maar mij te houden aan mijn opgesteld schema. Ik kwam dan ook rond de middag al aan in Laruns.

 

Woensdag, 17 juni 2009 Laruns--- Luz-St-Sauveur

 

De beklimming van de Col d`Aubisque, een col die bij de wielerliefhebbers nog meer tot de verbeelding spreekt dan de Marie-Blanque, verliep eveneens zonder problemen. Ik was vroeg op weg en om 10u30, had ik de klim van 16 km al achter de rug. Er waren dan ook geen stijgingspercentages van meer dan 10% te overbruggen. Onderweg heb ik een tijdje samengereden met een randonneur die ook licht bepakt was en die de Tour de France aan het rijden was. Dit is een parcours van zo een 5.000 km dat langs de grenzen van Frankrijk loopt. Hij reed dit met een vriend en hoopte rond te zijn in 28 dagen. Effe tellen en je weet dat die mannen vele dagen meer dan 200 km rijden, zeker in de vlakkere gedeelten. Gisteren had hij echter op de Marie-Blanque een hongerklop gekregen en had de laatste kms te voet moeten afleggen. Omdat hij vandaag 100km moest afgeleggen, met zowel de Col d`Aubisque, de Soulor en dan nog de Tourmalet, was hij het heel kalm aan het doen. Zo kalm dat ik hem zelfs vlotjes kon inhalen, terwijl ikzelf aan mijn gewone reserveritme aan het rijden was. We zijn een 2-tal km samengebleven en ondertussen elk ons verhaal gedaan. Daarna heb ik opnieuw mijn gewone reserveritme aangenomen, zodat hij vrij snel achterbleef. Maar ja, voor mij zou de dag al na 69 km eindigen. Hij moest daarna nog aan de Tourmalet beginnen, de zwaarste col in de Pyreneeën.

Vandaag heb ik opnieuw een bijkomende lus (de 2de) niet gereden. Bij nader toezicht zaten er in die lus 2 cols in plaats van 1 en het risico dat dit teveel zou worden na de Aubisque en de Solour, leek mij vrij groot. Er komen nog genoeg cols om mij op uit te leven. Natuurlijk spijtig voor het sponsorgeld, maar mocht ik oververmoeid geraken, zou er nog minder centen ingezameld worden. Voorlopig gaat het nog zeer goed, maar ik denk dat ik juist onder de limiet van mijn kunnen aan het rijden ben, zodat ik mijn dagschema`s bijstuur met het gezegde in het achterhoofd van `Liever blode Jan, dan `oververmoeide` Jan.

Het eindpunt van vandaag lag in de jeugdherberg van Luz-St-Sauveur. Dat stadje ligt eigenlijk al in de 1ste kms van de beklimming van de Tourmalet, maar de helling tot hier is maar iets steiler dan valsplat, zodat deze meestal niet worden meegeteld. Hier denk ik 2 dagen telkens 1, 2 of 3 bijkomende cols te rijden zonder bagage, dan hier nog een rustdag te nemen en daarna, uitgerust, het gevecht met de Tourmalet aan te gaan, met bagage, want dat kan nu eenmaal niet anders.

In de jeugdherberg zit een Catalaan met de Franse nationaliteit, maar die zich nog steeds niet kan verzoenen met het centraal Castiliaanse gezag, dat heel Spanje vanuit Madrid overheerst. Ik zat met hem vanavond aan tafel en omdat hij hier ook was om cols te befietsen, ging het uiteraard over onze hobby, maar hebben we toch ook de situatie van de Catalanen vergeleken met die van de Vlamingen. We kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat wij op vele vlakkken in hetzelfde schuitje zitten. Daarvoor moet ne mens tot in de Pyreneeën fietsen.

 

Donderdag, 18 juni 2009 Luz-St-sauveur---1ste bijkomende lus

 

Van de Cirque de Gavarnie had ik al vaak gehoord en gelezen. Altijd werden er superlatieven gebruikt om de schoonheid van de natuur daar te beschrijven. Ik zag er dus naar uit om naar de Port de Boucharo te klimmen, een col waarvoor je langs het dorpje Garvarnie moet. De smalle vallei van de Gave de Gavarnie, die naar het dorpje leidt, is op zich al de moeite waard. Van de cirque kan je al van ver een gedeelte zien en ik kon al uitmaken dat van al de beschrijvingen, die ik gelezen of gehoord had, er geen enkele overdreven was. Als je in de buurt bent, moet je daar zeker eens langs gaan.

Het was na Gavarnie dat het echte klimwerk begon naar het 2.270m hoge eindpunt. Vaak vrij hoge  (maar onbekende) stijgingspercentages met onnoemelijk veel bochtenwerk, maar steeds door een zo goed als ongerepte natuur, waarin veel marmotten te zien waren. Het was bovendien goed weer, zodat het een onvergetelijke klim is geworden. Een km voor de top kon het autoverkeer, na een uitzichtpunt, niet meer verder. De weg lag van daar af bezaaid met rotsblokken, die niet werden opgeruimd. Op de top werd duidelijk waarom. Vanaf de Spaanse kant van de col liep er alleen een wandelpad omhoog, zodat onderhoud van het laatste stuk eigenlijk nutteloos was.

Ook de afdaling was echt prettig. Door het vele bochtenwerk waren er geen lange rechte stukken, zodat de snelheid nooit echt hoog opliep.

Er was daar bovendien zo goed als geen verkeer, zodat ik mijn bochtentechniek kon oefenen. Lekker de bocht afsnijden zoals de echten ;-).

Iets voor Gèdre was er de afslag naar de Cirque de Troumousse. Een plek die veel minder gekend is dan de Cirque de Gavarnie. Nochtans lag het eindpunt bijna even hoog en hadden de klim en de afdaling dezelfde eigenschappen, zodat het voor de fietsers weinig verschil uitmaakt. Alleen is de cirque niet te vergelijken met deze van Gavarnie. Gelukkig, lag er aan de rechter kant nog redelijk veel sneeuw, want anders had het helemaal het uitzicht gehad van een immense steengroeve.

Tijdens de afdaling naar Luz-St-Sauveur, twijfelde ik of ik de klim naar Luz-Ardiden er nog zou bijnemen. Ik voelde mij nog tamelijk goed, maar heb uiteindelijk beslist het toch maar niet te doen. Ik had met de eerste 2 klimmen al meer dan 2.400m hoogteverschil overbrugd en dat leek mij voldoende.

 

In de kamer in de jeugdherberg had zich ondertussen een Franse wielertoerist geïnstalleerd. Hij woonde in Grenoble,had zijn wagen in Carcasonne achtergelaten en was met de trein naar Bayonne gereden om vanaf daar de Pyreneeën van aan de Atlantische Oceaan tot de Middellandse Zee te doorkruisen, in een 10-tal dagen. Hij doet ongeveer hetzelfde traject dan ik in de Pyreneeën, maar rijdt op een oude koersfiets, waarop hij een bagagedrager heeft gemonteerd. Dit is op de meeste moderne racefietsen niet meer mogelijk en bovendien is zijn oude fiets nog steeds perfekt op zijn maat, zodat hij geen reden ziet om een nieuwe aan te schaffen. Hij was in het begin van het seizoen wel door zijn kader gezakt, maar heeft dat opnieuw laten lassen. Een van de voordelen van de stalen kaders.

 

Voor `De vrienden van het bier`: ik schrijf vandaag mijn dagboek in gezelschap van een Portugees pilsje genaamd `SUPER BOCK`. Dit zou gemakkelijk op de Belgische markt zijn plaats vinden. Qua smaak heb ik al veel Belgische pilsbieren gedronken, die hier niet aan kunnen tippen. Het wordt gebrouwen door UNICER, Leça do Baliõ, Portugal. Een aanrader voor het streekbierenWE. Ik wil er wel een bakske of 2 van meebrengen, maar dan eindigt hier wel mijn avontuur en moeten jullie het gemiste sponsorgeld bijpassen.

 

`s avonds met de Franse Catalaan en de Grenoblien gedineerd. De Catalaan bleek een levende atlas van Frankrijk en Noord-Spanje te zijn. Hij fietst daar al zo een 25 jaar in rond, na een rugbycarrière. Hij weet elke col liggen, weet ook nog wat er voor en na elke col ligt, de streken en steden, en weet altijd wat te vertellen over de moeilijkheidsgraad van de col. Bovendien, kent hij heel veel van de geschiedenis en tradities van elke streek. Ongelofelijk wat die man allemaal als parate kennis heeft over de geschiedenis en geografie van die streken. Maar voor alles is hij Catalaan. Ik dacht dat hij een ingeweken Spanjaard was, maar hij is geboren en getogen in Perpignan. Ik wist niet dat Catalonië, net zoals het Baskenland gedeeltelijk in Spanje en gedeeltelijk in Frankrijk ligt. Het Catalaans is zelfs een echte taal en geen afgeleide van het Spaans (Castilliaans). Het is zelfs de officiële taal van Andorra. Hij wist te vertellen dat 11 miljoen mensen Catalaans spreken, zodat zij echt wel erkenning verdienen.

 

Vrijdag, 19 juni 2009 Luz-St-Sauveur---2de bijkomende lus

 

De Col de Tramesol (ook Hautacam genoemd) en de Pont d`Espagne zouden vandaag voor de bijl gaan. Ik vertrok in een mistig en miserend, maar windstil weertje. Veel mooie panorama`s zouden wel aan het zicht onttrokken worden, maar er bleef natuurlijk de sportieve uitdaging. De benen waren goed gerecupereerd van het bezoek aan de 2 circussen (vrije vertaling) en de 12 km tot de voet van de Hautacam gingen voornamelijk bergaf, zodat ik vrij snel aan de klim kon beginnen. Over de natuur en de uitzichten kan ik geen zinnig woord vertellen, want ik kon zoals verwacht niets zien. Het maximum zicht bedroeg 50m en vaak was het zelfs beperkt tot 10m. Na enkele km klimmen reden mij een aantal kampeerwagens voorbij, die waarschijnlijk zoals ik hoopten dat de tot boven de wolken zou uitsteken. Ze kwamen echter verdacht snel opnieuw naar beneden en eens boven werdmijn vrees bewaarheid. Ook daar niks te zien. Dus, snel te obligate foto gemaakt, mijn regenjasje aangetrokken en terug naar beneden. Het was echter zo koud dat ik halverwege de afdaling stopte en de droge kleren, die ik voor na de beklimming van de Pont d`Espagne had meegenomen, al moest aantrekken. Toch nog al klappertandend, schuddend van de kou en met blauw-witte vingers de afdaling moeten verderzetten. Eens terug op het vlakke gedeelte begon het stilaan te beteren, ook omdat ik daar mezelf terug warm kon rijden. De Pont d`Espagne werd toch maar geschrapt van mijn tedoen-lijstje. Als het moet kan ik die nog in een volgend leven doen. Ik was dan wel vroeg in de namiddag terug in de jeugdherberg, zodat ik eens het stadje kon intrekken. Ik ontdekte daar een middeleeuws versterkt kerkje. Voor zover ik het begrepen heb zou dit een unicum zijn. Verder heeft dit stadje niet zoveel te bieden.

Omdat ik het vandaag dus noodgedwongen vrij rustig heb gehad, heb ik beslist om morgen, op de rustdag de klim naar Luz-Ardiden te doen. Die klim begint in het stadje zelf en heen en terug zijn er slechts een kleine 27 km af te leggen, zodat ik morgen dus nog meer dan een halve dag kan rusten.

 

Zaterdag, 20 juni 2009 Luz-St-Sauveur---rustdag---3de bijkomende lus

 

Vanmorgen, zo vroeg mogelijk vertrokken naar Luz-Ardiden. Er was slechts een hoogteverschil van 995m te overbruggen en nergens was er meer dan 10% gemiddelde stijging over 1km. Dus, geen al te moeilijke klim. Het weer was bovendien iets minder slecht dan gisteren. De zichtbaarheid was vrij goed tot 3km van de top. Daar gingen de wolkengordijnen dicht en werd het de weg zoeken door erwtensoep. Met de belevenissen van gisteren nog vers in het geheugen, had ik ook vandaag droge kleren meegenomen en heb ze, in tegenstelling tot gisteren, op de top al aangedaan. Toch kwam ik nog verkleumd terug in Luz-St-Sauveur aan. Na de douche was dat echter al vergeten en ben ik gaan inkopen doen om morgen mijn weg vanuit Luz te kunnen verderzetten.

De rest van de dag zoveel mogelijk gerust, want morgen staat de Tourmalet te wachten, de top van de Pyreneeën en de 2de moeilijkste van de hele tocht. Op papier erg te vergelijken met de Mont Ventoux.

17:21 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-06-09

Eerste kleppers achter de rug

Maandag, 8 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port---rustdag

Gisteren, had ik in de gîte kennis gemaakt met Rik, een kerel van een jaartje ouder dan ik, die ergens in April van uit Maasmechelen was vertrokken naar Santiago de Compostella. Hij deed dit wel op zijn eigen manier. Niet direct volgens de normale paden naar Compostella, maar aan de hand van een papiertje met de namen erop van de steden waar hij langs zou moeten. Stappend langs de banen en ondertussen liftend. Het was een beetje een appart iemand, die overal zijn plan wist te trekken. Hij wist via hotmail contact te houden met zijn familie en kennissen thuis, met slechts een deel van de nodige basiskennis van informatica. Hij had ook problemen met zijn digitaal fototoestel, enerzijds omdat het toestelletje in water was terecht gekomen, maar anderzijds ook omdat hij teweinig van digitale toestanden kende. Ik kon zijn fototoestel terug aan de praat krijgen en heb hem daar wat uitleg over gegeven. Wij zijn dan samen naar het onthaalpunt voor de pelgrims gegaan, omdat je daar op internet kon. Zij kenden hem daar al van de dag voordien en hij werd er niet al te hartelijk onthaald. Blijkbaar had hij veel langer dan het toegestane kwartier op de computer gezeten en dat was duidelijk niet in dank aangenomen. Door zijn doortatsende manier van aanpakken, zaten we echter in een mum van tijd opnieuw achter een scherm. Ik heb hem daar ook een paar tips gegeven om vlotter met e-mails te kunnen omspringen en zelf heb ik uiteraard ook mijn e-mails nagekeken. Hij wou eigenlijk ook een blog opstarten, maar daar heb ik hem in die korte tijd niet mee kunnen verder helpen. Toen we daar buitenkwamen, besloot hij plots om zijn boeltje bij mekaar te nemen en verder op pad te gaan. Die morgen hadden we nog een gesprek gehad over het geloof en de bijbel en zo, en ook daar had hij zo zijn eigen visie op. Enfin, een interessante mens, die je je jaren later nog herinnert.

Later op de dag nog inkopen gaan doen voor de volgende dagen en een tijdschrift over de Ronde van Frankrijk. Zo kan ik hen op tijd verwittigen dat wij mekaars pad gaan kruisen. Dan kunnen zij daar rekening mee houden ;-). Er staat ook een interessant artikel in over hoe je de Mont Ventoux best beklimt, voor amateurs. Nu heb ik de Mont Ventoux wel al op wel eens beklommen, maar er staan toch verschillende tips in, die mij goed van pas zullen komen tijdens de volgende weken in het hooggebergte. Wanneer je met bagage rijdt, zijn er veel cols die op de Mont Ventoux beginnen te lijken. Er wordt vooral de nadruk gelegd dat, wanneer je een basisconditie hebt en je een aantal regels respecteert, het vooral tussen de oren zit waar het misloopt. Dit heb ik de voorbije weken al een paar keer ondervonden. Soms sta je op het punt tijdens een beklimming voet aan grond te gaan zetten en dan stel je meestal vast dat je negatief aan het denken bent. Wanneer je dan aan iets totaal anders gaat denken of gewoon jezelf moed gaat inspreken, gaat het meestal plots een stuk beter. Ik zal trachten dat stukje over de Mont Ventoux thuis te krijgen om het aan Guy Nutin te geven, want ik kan niet geloven dat zo`n kerel, de top van die berg, maar niet kan bereiken. En Guy, mocht je er zin in hebben om de Mont Ventoux eens samen met mij te doen, dan organiseren we dat wel.

Dinsdag, 9 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port--2de rustdag

Deze morgen het oude stadsgedeelte met zijn citadel gaan bezoeken en het vorige stukje van mijn dagboek op mijn blog gaan zetten in het onthaalcentrum voor pelgrims. Omdat ik er uitzie zoals de meeste pelgrims, was het geen probleem om een PC ter beschikking te krijgen. Spijtig genoeg waren het apparaten zonder USB-toegangen, zodat ik de foto`s van de voorbije week niet in het album kon stoppen. In de namiddag, in een automatische wasserij, mijn wekelijke wasje gaan doen en verder aan mijn dagboek geschreven en het wielertijdschrift over de Ronde gelezen.

`s avonds arriveerden nog 2 pelgrims. Juan-Carlo uit Zwitserland, die in Dijon (in Frankrijk) was vertrokken en hier stopte. Hij had de weg naar Santiago van hieruit al 2x gelopen en van uit Pamplona ook al 2x. Daniël, die in de Champagne-Ardennen-streek was vertrokken, liep de weg voor de eerste maal en was aanvankelijk ook van plan om in St-Jean-Pied-le Port te stoppen. Hij zou nu echter tot de finish in Santiago doorgaan. Daniël, was een Fransman met zwarte huidskleur, die zeer goedlachs was en aan alle positieve cliché's van zijn ras beantwoordde.

Woensdag, 10 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port---1ste bijkomende lus

Omdat Daniël al om 5 uur in de ochtend zijn tocht verderzette en, ondanks dat hij zeer stilletje zijn boeltje bij mekaar nam,  ik zeer vroeg wakker was, besloot ik maar om vroeg aan de bijkomende lus naar de Artzamendi te beginnen. Het parcours van de beklimming was zeer mooi en aangenaam om te fietsen. Zelfs prachtig, tot en met de top (953m) van waar je Bayonne en de Atlantische Oceaan kon zie. Het parcours was aangenaam om te fietsen tot zo een 2 km onder de top. Daar eindigde de bescherming van de vallei en de bomen, en werd je blootgesteld aan een vrij (tot zeer) krachtige wind. Op de top zelfs belette die wind je zelfs te ademen wanneer je hem recht in het aangezicht kreeg. Bovendien, liep het stijgingspercentage op tot 19% en was het wegdek zo erg beschadigd, dat er zeer veel losse steentjes lagen en het moeilijk was om putten te vermijden. Het was dus al een erg moeilijke klim tot de wind mij in bijeen gereden steentjes dwong, waardoor mijn achterwiel ging slippen en ik nog net op tijd uit mijn voetklips geraakte om niet languit tussen de schapenkeutels en paardendrollen terecht te komen. Voorzichtigheidshalve, heb ik het steilste gedeelte, waar ook het slechtste wegdek lag, verder tevoet afgelegd, om de laatste km terug in het zadel te kruipen. Achteraf bekeken, ben ik niet zeker dat ik in gunstige omstandigheden de top zou kunnen halen hebben zonder voet aan de grond te zetten. Het gedeelte aan 19% was behoorlijk lang en zo een percentage hou ik zonder bagage wel een 100m vol, maar 4 à 500m is andere koek.

Een bedenking die ik mij nu maak is dat ik over de meeste cols, die ik wil beklimmen, eigenlijk zo goed als geen informatie heb, maar dus wel, zoals dat heet `een groot gebrek aan terreinkennis`. Dit werd me gisteren duidelijk gemaakt door dat stukje over de Mont Ventoux in het wielertijdschrift en vandaag werd dit al proefondervindelijk ondervonden.

Terug in de gîte, ontmoette ik Patrick. Een Fransman van ergens tussen Clermont-Ferrand en Lyon, die naar Santiago op weg was per fiets, maar ook weeral op zijn eigen manier. Hij gebruikt zijn fiets alleen op de vlakke stukken en in afdalingen. Hij heeft namelijk geen goede fysieke conditie en heeft bovendien zowat 25 jaar geleden een moto-ongeval gehad waardoor zijn linkerbeen niet meer volledig ok is. Hij werkt in een soort beschutte werkplaats, waar daklozen en aan lagere wal geraakte mensen terecht kunnen in ruil voor eten, onderdak en enkele euro`s per week. Hijzelf is daar 5 jaar geleden ook, als aan lagere wal geraakte schoenmaker, begonnen, maar heeft sindsdien een zekere stabiliteit in zijn leven weten te brengen, dankzij de hulp binnen die organisatie. Wanneer je die gast over de maatschappij en het leven in het algemeen hoort redeneren, dan vraag je je af hoe die ooit in de rand van de maatschappij is geraakt.

Als ik de ontmoetingen met pelgrims in deze gîte op een rijtje zet, krijg ik bijna zin om hier nog een tijdje te blijven. Alle dagen komen hier wel mensen langs die de moeite zijn om te ontmoeten en waarmee je zowel over koetjes en kalfjes kunt praten, als zeer diepzinnige gesprekken kunt voeren. Elk van hen beleeft het pelgrimschap op zijn manier en heeft zijn eigen visie op het leven en het geloof, zodat je van elk van hen wel iets kunt meedragen. Ik zou hier geen enkele moeite hebben om voor een krant een dagelijkse colum te schrijven met als titel `Op weg naar Santiago de Compostella`.

Donderdag, 11 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port---2de bijkomende lus

Vandaag ben ik even op Spaanse bodem geweest. De Orzanzurieta stond op het programma. Een top te bereiken vanaf een col (waarvan ik de naam nu effe kwijt ben) waarlangs de fietsende pelgrims Spanje binnenrijden. Ik, zonder bagage, kon nu op mijn beurt een aantal geladen fietsers vlotjes voorbijrijden en hen aanmoedigen. Zij moesten ongeveer 20km klimmen om de top van de col te bereiken en er waren toch nogal wat passages met een behoorlijk stijgingspercentage. Zij moesten het dus kalm aan doen. Voor mij begon het echte werk pas op de top van de col. Er restte mij nog 7km te klimmen langs een smal baantje met een al even slecht wegdek als op de Artzamendi. Gelukkig lag het gemiddeld stijgingspercentage deze keer binnen mijn bereik en was er weinig wind. Wel was de zichtbaarheid er soms beperkt tot zo een 20m, omdat ik door het wolkendek heen moest. Opnieuw was het zicht op de top de moeite van de beklimming waard. De top lag echter tussen 2 wolkendekken in zodat de zon slechts hier en daar het zicht kon doen opfleuren. Door de losse steentjes moest de afdaling van de top tot de col traag en zeer voorzichtig aangepakt worden. Het zicht was ondertussen al veel beter. Eens terug op de col, kon er uiteraard weer snelheid gemaakt worden, maar dat deed mij na een tijdje klappertanden van de kou. Ik had nochtans een windbreker aangetrokken, maar dat was duidelijk onvoldoende om mij warm te houden. Of wel kan je dan je snelheid verlagen, ofwel geef je gas bij zodat je jezelf terug warmtrapt. Ik koos voor het laatste omdat er toch weing verkeer was en de afdaling veel rechte stukken bevatte. Dat maakte dat ik in een mum van tijd terug in de gîte was en een warme douche kon nemen, zodat het leed snel vergeten was. `s middags kreeg ik van Patrick pasta met erwten in een roomsausje. Hij had dat zelf klaargemaakt en stond er op dat ik mee at. Ik moet zeggen dat die man ook op culinair vlak veel kwaliteiten bezit, want het smaakte naar nog. De rest van de dag van de fietsinspanning gerecupereerd en al stilaan mijn pakken wat voorbereid, want morgen zetten we onze tocht op het parcours van de 100 cols tocht verder.

Vrijdag, 12 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port---Larrau

Na nog wat mondvoorraad ingedaan te hebben, vertrok ik richting St-Jean-le-Vieux om daar terug op het basisparcours van mijn tocht in te pikken. Juist om 9u00, sloeg ik daar af richting Col de Burdincurutcheta. De moeilijkheidsgraad van het uitspreken van de naam van de col, is recht evenredig met de moeilijkheidsgraad van de beklimming. Deze col staat ook met 2 uitroepingtekens aangeduid op de wegbeschrijving, maar is dus veel langer dan de col de Gamia, waar ik de 1ste test goed doorstond. De index van de Burdincurutchea bedraagt 7,2 daar waar de Gamia slechts 2,9 gecoteerd staat. Het kwam er dus op aan het kalmpjes aan te doen. Het werd inderdaad een harde noot om te kraken, maar na 2u en 3 kwartier kon ik op de top genieten van een prachtig uitzicht. Ik had de hele beklimming al fietsend kunnen afleggen, maar had wel veel korte pauzes ingelast. Dit deed ik meestal op plekken van waar je in het dal kon kijken. Dit gaf steeds mooie zichten en bovendien zie je dan vaak een deel van de weg die je dan al hebt afgelegd. Je staat er dan steeds versteld van hoe snel je hoogte wint. Dit geeft je dan ook de nodige moed om door te zetten. Na de Burdincurucheta moesten nog 2 lager gecoteerde hellingen beklommen worden. Deze gaven minder problemen, maar ik voelde toch dat er al heel wat energie opgebruikt was.

In Larrau een goedkoop, maar gezellig en proper hotelletje gevonden. Daar de bagage afgeladen en vertrokken voor de beklimming van de Port de Larrau, een col naar een grensovergang met Spanje. Nu, had ik natuurlijk al geen al te frisse benen meer, maar ging er van uit dat het zonder bagage wel zou gaan. Had ik voldoende terreinkennis gehad, was ik er waarschijnlijk niet aan begonnen. Het was een serieuse klepper, met meerdere km`s waar het stijgingspercentage niet onder de 10% zakte. Het heeft me geen bloed, noch tranen gekost, maar liters zweet. Toen ik afstapte op de top stond het zweet letterlijk tot aan mijn enkels in mijn schoenen. Het was alsof ik met beide voeten in een emmer water had gestaan. Ik had tijdens de beklimming ook lichte krampen gehad, wat voor een deel kan tewijten zijn aan vochtgebrek in de spieren. Ik heb dan ook zoveel mogelijk gedronken, maar blijkbaar nog niet genoeg.

Boven op de top, was al het leed echter snel vergeten. Opnieuw een prachtig panorama. Je geraakt hier niet uitgekeken op al dat natuurschoon. Terug in het hotel, zoveel mogelijk gedronken, vooral water, maar ook 2 biertjes van een plaatselijk brouwerij. Voor `De Vrienden van het Bier`: het noemt AKERBELTZ, is Baskisch, is amberkleurig, 5,5% alcoholgehalte en bevat water, mout, hop ,caramel en gist. Het is een goede dorstlesser en morgen zal ik weten te zeggen of het speciaal kan aangeraden worden aan fietsers.

16:06 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-06-09

Aan de voet van de Pyreneeën

Hier in St-Jean-Pied-le-Port heb ik geen mogelijkheid om foto's in het album te posten. Hier zal je dus nog effe op moeten wachten. Het dagboek was geen probleem. Ik heb de blog wel aangepast zodat je van hieruit rechtstreeks naar de foto's kan doorklikken.

Woensdag, 3 juni 2009 / Jussac---Auniac

Vandaag, rustig opgestaan, ontbeten in het hotel, naar de bakker geweest, fiets geladen en rond 9u15 vertrokken. Het parcours was niet zwaar en de rustdag had zijn werk goed gedaan. De hele dag kalmpjesaan gefietst en niets speciaals tegengekomen. In Auniac, na 127km de pijlen gevolgd naar een camping, die opnieuw niet open bleek te zijn. De eigenaar was het terrein aan het opkuisen, maar het sanitair was al in orde. Het gras was ook al gemaaid, zodat voor mij alles in orde was. Van de baas mocht ik ook blijven, dus was ik zijn eerste klant van het jaar en had de hele camping voor mij alleen. Hij is ook nog een praatje komen slaan. Het ging vooral over de pyreneeën, omdat hij daar vandaan kwam. Hij kende bijna alle cols, die ik zou gaan aandoen. Net als de wielertoerist in Feurs, vertelde hij mij dat wanneer ik water nodig had, ik in Frankrijk altijd terecht kan op de kerkhoven. Daar is altijd een kraantje met water en dat is altijd drinkbaar. Dat was iets om te onthouden.

Donderdag, 4 juni 2009 / Auniac---Astaffort

Ik was redelijk vroeg op weg, want het zou een vrij lange dag worden. De bedoeling was om tot Puymerol te rijden. Zo een 115 km verder, met 7 côtes. Nu werden deze hellingen niet zwaar aangekondigd, maar ik wou het tijdens de laatste 5 dagen op weg naar de Pyreneeën, rustig aan doen. Dus, op tijd weg om me niet te moeten haasten. Onderweg naar Puymerol niets speciaals te vertellen, behalve dat een vrouwtje waaraan ik water wou gaan vragen, snel binnen vluchtte en de ramen en deuren sloot, en de gordijnen. Zou er iets mis geweest zijn met mijn uiterlijk?

In Puymerol aangekomen, vond ik geen spoor van de aangekondigde camping. Dus, opweg naar de volgende. Die zou echter pas in Astaffort te vinden zijn, zo een 29km verder. Ondertussen werd het alsmaar zwaarder bewolkt en men had mij verteld dat het misschien zou gaan onweren. Dit werd dus na 115km, nog een tijdrit van 29km. Gelukkig, was het parcours relatief vlak, zodat ik toch nog zowat gemiddeld 20km per uur haalde, wat ik, gezien de omstandigheden, niet slecht vond. Onder weg zonder water gevallen, maar niet gesukkeld, want een kerkhof bracht inderdaad de oplossing voor dit probleem.Zo een tijdrit vraagt natuurlijk een extra inspanning zodat ik blij was Astaffort te kunnen binnenrijden. Aan de eerste persoon, die ik tegenkwam, dadelijk de weg naar de camping gevraagd, om het risico bij het zoeken onnodige km`s te rijden, te vermijden. Enkele straten verder was ik al ter bestemming. Alleen, opnieuw gesloten en het zag er naar uit dat die plek door junkies als verzamelplaats werd gebruikt, zodat ik verkoos om elders mijn geluk te beproeven. Omdat er ondertussen al 143km op de teller stonden, was ik blij binnen de 100m een hotelletje tegen te komen, waar ik incheckte zonder de prijs te vragen. Het kon me eigenlijk niet veel schelen wat het ging kosten, als ik maar van de fiets kon. Nu, viel de prijs achteraf nog goed mee en was de baas bereid tagliatelli carbonara klaar te maken ter vervanging van mijn eigen spaghetti bolognese.Na het eten de resterende route tot de Pyreneeën eens nagekeken. In principe volgen nog 2 dagen van ongeveer 100km, zodat die rustig aan kunnen gereden worden. De laatste dag wordt dan een korte van zowat 60km, maar wel met al 2 cols in van het voorgebergte. 1 daarvan is de Col de Gamia, die als zeer steil wordt aangegeven. Dit zal dus al een eerste test zijn. In St-Jean-le-Vieux of St-Jean-Pied-le-Port, zal ik waarschijnlijk 2 dagen rust nemen, om goed bijgetankt aan de zone van de waarheid te beginnen.Tussenhaakjes, het heeft niet geregend of geonweerd, tenzij laat in de nacht.

Vrijdag, 5 juni 2009 / Astaffort---Plaisance

Omdat er dus slechts een kleine 100km op de agenda stonden, alles rustig aan gedaan en pas tegen 9u de baan op.Zoals gisteren niet veel te melden, behalve dat ik door streek van zonnebloemen en courgettes ben gereden emn het de laatste km`s wel regende en af en toe zelfs vrij hard. Ben een half uurtje gaan schuilen in een hangar met landbouwwerktuigen.Wetende dat ik eergisteren de tent nat van de dauw en condensatie had moeten inpakken, had ik helemaal geen zin om ze in de regen recht te zetten, zodat ik de camping in Plaisance links liet liggen en rechtstreeks naar het enige hotelletje reed. De goedkoopste kamer geboekt, maar dat was al meer dan luxe genoeg. Omdat ik al om 16u incheckte, was ik dus niet al te moe en hoop zo al wat krachten te sparen voor het naderende hooggebergte.

Zaterdag, 6 juni 2009 / Plaisance---Navarenx

Opnieuw zo een verbindingsrit, met veel bewolking en af en toe een bui. 7 officiële hellingen en ontelbare niet officiële moesten er beklommen worden. Ik hoop dat de hoogteverschillen van die niet officiële hellingen in de 66.000m hoogteverschil van de 100 cols tocht zitten, want anders zijn het er een pak meer. Ik heb ondertussen deze niet-officiële hellingetjes `Entre-côtes` genoemd. Een entre-côte ziet er ook niet uit als een mooie beafsteak, maar er zit wel veel vlees aan.

Vandaag terug heel wat druivenplantages gezien, zelfs de Côte du Vignoble opgereden. Ik zag ook een pijl richting Bordeaux, dus zal ik wel tussen de duurste wijnplanten terecht gekomen zijn zeker. Voor het eerst de Pyreneeën gezien in de verte. Er ligt daar nog behoorlijk wat sneeuw. Verder weinig nieuws van het 100 cols front. Door het slechte weer opnieuw in een hotelletje ingecheckt. Omdat ze hier in de meeste hotels het avondmaal pas om 20u00 serveren en ik tracht tenlaatste tegen 21u00 in bed te liggen, slaap ik in de hotels vrij slecht door de volle maag. Ik heb dus maar beslist mijn spaghetti zelf klaar te maken op de kamer, om toch een goede nachtrust te hebben. Met het hooggebergte in het vizier lijkt me dit belangrijker dan lekker eten.

Zondag, 7 juni 2009 / Navarrenx---St-Jean-Pied-le-Port

Slechts 58 km op de agenda, maar wel met de Col d`Osquisch en de Col de Gamia. Vooral deze laatste werd als zwaar aangekondigd door de 2 uitroeptekens naast de naam van de colop de wegbeschrijving van de 100 cols tocht. Pas om 9u30 in het zadel gekropen met, eerlijk toegegeven, een klein hartje. Mocht de col de Gamia een onoverkomelijke hindernis blijken, dan zou de kans om de 100 cols tocht tot een goed einde te brengen, welerg klein zijn. Dus, nogal zenuwachtig van start gegaan. Gelukkig, bracht het landschap en de borden langs de wegvoor veel afleiding. Het landschap omdat ik duidelijk in het voorgebergte was aanbeland, met de mooie groene hellingen van de Pyreneeën, die het uitzicht overheersten (jammer van de afwezigheid van de zon). De borden langs de weg, omdat ik in het Baskenland was aangekomen en er alles, zowel plaatsnamen, als reclameboodschappen in het Frans en het Baskisch vermeld worden. Het Baskisch is praktisch niet te lezen en is een totaal andere taal dan het Frans. Zonder de Franse vertaling snap je er geen jota van.Zo was ik vrij snel aan de voet van de Col de Gamia, die vanuit een kleine, maar mooie vallei, op korte afstand ( slechts 4 à 5km), maar krachtig tot zo een 500m hoogte klimt. Inderdaad, een steil kleppertje, die toch, dank zij de kleinste versnelling in de Rohloffnaaf (1,50m) en regelmatig eens `en danseuse` (zonder tuttu), in 1 keer kon beklommen worden.De opluchting was dan ook zeer groot. Het halen van deze col geeft uiteraard geen nog garantie voor de verdere goede afloop van mijn avontuur, maar mits het inlassen van voldoende rustpauzes, zouden de grote kleppersook binnen mijn bereik moeten liggen.

In St-Jean-Pied-le-Port (enkele km buiten het parcours) in een gîte voor enkele dagen mijn kamp opgeslagen. Hier wil ik 2 dagen rusten, dan 2 dagen telkens 1 bijkomende lus gaan rijden en daarna verder de `grote broers` gaan opzoeken met bagage.

09:08 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pyreneeen |  Facebook |

02-06-09

Nieuws van de honded cols

Donderdag, 28 mei 2009

Cluny-Lamure-sur-Azergues

Vanmorgen, kon ik inpakken zonder ook maar 1 vierkante cm zeil te moeten drogen. Geen dauw of condensatie te bespeuren. Dit heb ik nog nooit meegemaakt tijdens al de tentvakanties, die ik al beleefde en dat zijn er toch al heel wat. Het zal een verjaardagsgeschenk geweest zijn. Ik was dus om 8u al op pad. Het is een koude en sombere dag geweest, met in de ochtend af en toe wat zeer lichte motregen. Nu ik dit stukje schrijf (20u15) in Lamure-sur-Azergues, schijnt de zon, maar is het toch nog fris.

Na 5km gereden te hebben kwam ik aan de afslag om de bijkomende helling `Butte de Suin` te gaan beklimmen. Heen en terug zou dat 26 km worden. Ik dacht: dat klaar ik in anderhalf uur, maximum 2u. Het parcours heen en terug viel echter veel zwaarder uit dan voorzien. Eigenlijk, was de heen en terug rit veel zwaarder dan de beklimmimg zelf. Pas tegen het middaguur was ik terug aan de afslag. Daarna nog enkele cols op het parcours tegen gekomen, maar de benen waren nog goed genoeg om die vrij goed te verteren.

Buiten het feit dat ik nu in de Beaugolaisstreek zit en terug veel wijngaarden zie, valt er eigenlijk niets speciaals te vertellen.

 

Vrijdag, 29 mei 2009

Lamure-sur-Azergues---Montbrison

Vanmorgen eerst de Col de Favardy gaan beklimmen voor ik alles op de fiets heb geladen. Het was opnieuw een buitenparcours BIG-col. Ik vertrek dan ook pas om 10u00 van de camping in Lamure-sur-Azergues, maar had dan al 23 km op de teller staan. Ik kwam vandaag in totaal 4 cols en 2 côtes tegen en de laatste helling was er eentje met index 1,9, de hoogste index te nu toe. Niet de stijgingsgraad, maar de lengte van de helling, namelijk 10km, gaven de “relatief” hoge index. Zoals gewoonlijk op reserve naar boven gemaald, zodat ook deze helling er aan moest. Ik wou tot Montbrison rijden en met nog zo een 30km na de laatste helling voor de boeg, ging ik in Feurs, een klein, maar druk stadje, een pauze nemen in het centrum op een bank op een pleintje. Eerst kwam er een wat oudere cyclotourist naar me toe om een praatje te slaan, natuurlijk over mijn fiets en mijn tocht, maar ook over de omgeving, die hij uiteraard goed kende. Na zo een 10 minuten, kwam er een reporter naar ons toe, die van mij wou weten wat ik van de verfraaiïngswerken en de netheid van de stad vond. Als buitenstaander vond hij mijn mening daarover van belang. Ik vond de stad wel proper, maar veel te druk, omdat alles voor de auto moest wijken. Dat vond hij een eigenaardige opmerking. Ook de `cyclo` vond dat het niet anders kon, opdat de mensen anders niet meer naar de stad zouden komen. Ik vertelde hen over de aanpassingen in Leuven. Dat de mensen daar aanvankelijk ook septisch tegenover stonden, maar dat nu zowat iedereen er zeer tevreden over is. Ze lopen hier op dat vlak blijkbaar nog wat achter. De reporter nam ook nog een foto van me en zij dat het dinsdag in `Le Progret` zou verschijnen. Zeg maar `De Vooruit`. Nu doe ik zoveel moeite om in eigen land voor de sponsors in de nationale pers te geraken en raak zelfs niet in de streekpers waar mijn sponsors zitten. Hier in Frankrijk kom ik zonder iets te vragen in een nationaal verspreid blad. Allé, dat zullen we nog zien. Die reporter heeft beloofd de foto en het artikel per mail door te sturen. Dan kan ik misschien eens een deftige foto  van mij in het fotoalbum stoppen.

De laatste kilometers tot Montbrison waren vooral dalend valsplat, zodat die vlot verliepen. Om aan de camping te geraken moest er echter nog een serieuse helling beklommen worden. Maar als een paard zijn stal ruikt, gaat het ook vlotter.

Ik zit hier nu dit schrijfsel te produceren, na een heerlijke douche, in een warm avondzonnetje. Seffens nog mijn pasta naar binnen werken en daarna zullen de uilen weer niet veilig zijn tot morgen 6u.

 

Zaterdag, 30 mei 2009

Montbrison-St-Anthème

Slechts een goede 20km scheiden Montbrison van St-Anthème. Het was dan ook de bedoeling om in St-Anthème eerst het tentje recht te zetten op de camping en dan zonder bagage de Col de Béal te gaan beklimmen. Eerst moest ik echter de Col de la Croix de l`Homme Mort met index 3,5 over zien te geraken met bagage. Omdat de hoogste index tot dan 1,9 was geweest, en bedenkend dat men een naam niet zomaar geeft, kun je je wel inbeelden dat ik daar niet gerust in was. Uiteindelijk viel de 18 km lange helling nog mee. In een kleine versnelling, met veel geduld en fel geapprecieerde aanmoedigingen van voorbijsnellende wielertoeristen, geraak je ook ver en hoog.

De camping in St-Anthème was snel gevonden en mijn tentje in now time opgezet. De benen voelden nog prima, dus snel opweg naar de Col de Béal. Daarvoor moest ik wel over de Col des Pradeaux, die ik de volgende dag dan met bagage zou moeten doen.

De Col des Pradeaux was een makkie en de afdaling, die erop volgde, was breed en lang, zeer lang zelfs, zodat ik me al de bedenking maakte dat de terugweg van de Col de Béal opnieuw zwaarder ging uitvallen dan voorzien. De Col de Béal zelf was alles behalve onoverkomelijk. De lus van 82 bijkomende km, die daar voor nodig was, viel dus inderdaad zwaar uit. De Col de Pradeaux vanuit St-Anthème een makkie, vanuit Ambert een klepper van zowat 11km met een stuk van 5km met gemiddelde stijgingsgraad van 7%. Gelukkig dat dit zonder bagage kon worden afgelegd.

`s avonds op de camping, sprak er mij een vrouw aan die  de naam van de Kariboe-winkel op een van mijn snelbinders had herkend.

Het bleek een verpleegster te zijn uit het Gentse, die in Leuven ziekenhuiswetenschappen had gestudeerd en daarna een aantal jaar in De Wingerd in Leuven had gewerkt. (Bij deze, aan al de personeelsleden van De Wingerd, de groeten van Liesbeth.) Zij woont nu in Frankrijk en was op haar eentje een GR-pad aan het volgen, dat hier hoog boven de boomgrens liep. Blijkbaar ook een taaie tante.

 

Zondag, 31 mei 2009

St-Anthème---La Chapelle-Laurent

Eerst de Col de Baracuchet gaan doen, voor ik opbrak en oplaadde. Deze lus viel korter en makkelijker uit dan gedacht, dus dat was een meevaller. Bovendien, waren de benen goed gerecupereerd van de voorbije zware dag. Het traject  van de dag leek aan de gemakkelijke kant, maar wel veel kms. Het verliep vlotjes tot de laatste 20 km. Daar kwam maar geen einde aan, omdat het vat leeg was. Ik wou toch op de camping van La Chapelle-Laurent geraken, omdat een goede douche na een zware dag toch wel nodig is, niet alleen omdat het zo een deugd doet, maar vooral omdat ik heb ondervonden dat de verzorging van het zitvlak voor randonneurs een prioriteit moet zijn. Irritatie van de huid aan de zitbeentjes doet zich snel voor, wanneer de hygiëne niet optimaal kan verzorgd worden. En lange dagen op de fiets eindigen zo wie zo met wat zadelpijn, maar met wat ongemakken erbij is het plezier er dan snel af. Gelukkig, hebben we dit allemaal goed onder controle. Vandaar de lange dag tot La Chapelle-Laurent.

Terwijl het vat dus leeg was, moest ik om de camping te bereiken nog effe een heuvel op met een helling op om `u` tegen te zeggen. Voor de kenners: de heuvel en de helling waren te vergelijken met onze Kemmelberg. Dit na 130km en met bagage heeft mij voor de eerste keer voet aan grond doen zetten op een helling. Al klimmend, overwoog ik om mijn rustdag 1 dag te vervroegen, om het vat terug goed te laten vollopen, maar op de `camping` aangekomen, liet ik die gedachte snel varen. De camping was eigenlijk een deel van een wei, dat vlak bij de boerderij lag van de boer-campinguitbater (99% boer - 1% campinguitbater). Het sanitair bestond uit 1 WC en 1 douche, 1 lavabo en 1 gootsteen, in de in gebruik zijnde garage van de eigenaar.

Bovendien, was de camping nog niet open, omdat hij eerst nog het gras wou oogsten van zijn `camping`. Nu, het waren zeer vriendelijke mensen en ze wouden mij niet wegsturen. Daarom, mocht ik op een stukje gras naast het`sanitair` mijn tent zetten en mijn fiets in ‘het sanitair’. Ik moest wel volle pot betalen, maar voor 3 euro kan je niet sukkelen. De aandachtige lezer zal wel al weten dat ik meer over heb voor een goede douche.

 

Maandag, 1 juni 2009

La Chapelle-Laurent---Jussac

Dit was dus de laatste dag voor een rustdag en ik moest dus op zoek naar een plaats waar ik mijn was kon doen, liefst op internet geraken en waar het goed toeven was.

Ik koos Jussac uit als eindbestemming, omdat dit volgens mijn gegevens een iets grotere gemeente was dan het gemiddelde dat ik tegenkwam en dus meer kans had te vinden wat ik zocht.

Het parcours zag er vrij zwaar uit. 9 hellingen , waarvan er 3 op mijn wegbeschrijving aangemerkt staan met een uitroepteken. Ik begon er dus aan met een klein hartje, zeker met het lege vat van gisteren in gedachte. Nu voelden de benen vrij goed aan, maar het vat kon op 1 nacht niet volledig vol geraakt zijn. We fietsten dus verdedigend van in het begin: klein verzet op rustig tempo. Zo vorder je maar langzaam, maar het was wel de juiste taktiek. Zelfs de Puy Marie, die door de Ronde van Frankrijk regelmatig wordt aangedaan, moest eraan geloven. Al was de laatste km met gemiddeld 9,62%, een echte kuitenbijter.

In Jussac aangekomen bleek zowel de camping, als de 2 hotels gesloten. De hotels zouden wel `s anderendaags open gaan. Ik heb mij dan maar op de camping municipal geïnstalleerd, want ik had er een kraantje gevonden dat niet was afgesloten.

 

Dinsdag, 2 juni 2009

Rustdag

Mijn eerste werk was een ontbijt gaan halen bij de bakker, want ik zat volledig door mijn mondvoorraad heen. Zonder bagage was het alsof de fiets goed geladen was. Dus, de benen zaten dus niet goed en de rustdag leek niets te vroeg te vallen. Na de bakker, onmiddellijk een hotelletje binnen gestapt en aangezien er internet toegang was en ik hen kon overtuigen mijn was te doen (moest die wel zelf van de wasdraad afhalen) en bovendien de prijs nog meeviel, direct voor een nachtje gereserveerd. Daarna op de camping gaan ontbijten en mijn spullen bijeenrapen.

Na mij in het hotelletje te hebben geinstalleerd en nog snel wat inkopen te hebben gedaan, een douche genomen en wat aan dit dagboek geschreven nog een dutje gedaan, het was teslotte een rustdag.

18:50 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de wingerd |  Facebook |