16-08-09

Afronding

Eindstand:

-         89 dagen weggeweest

-         75 fietsdagen

-         6.487 kilometer = 86,493 kilometer/fietsdag

-         247 hellingen = meer dan 3 hellingen per fietsdag

-         meer dan 95.000m hoogteverschil

-         0 lekke banden

-         gewicht van de fiets + bagage + 2 volle drinkbussen (gewogen bij thuiskomst): 56,7 kilogram

 

Ik ben nu 4 dagen thuis en kan ondertussen wat objectiever terugdenken aan mijn “100 cols tocht”:

 

Ik besef dat ik een avontuur heb beleefd dat voor slechts weinige mensen is weggelegd, zij het om praktische, financiële of gezondheidsredenen.

 

Door het linken van de geldinzameling voor het goede doel, bleef er van de oorspronkelijke bedoeling om 3 maanden te genieten van een rustige fietsreis, die toch een sportieve uitdaging inhield, alleen de sportieve uitdaging over. Deze uitdaging werd dan nog eens aangedikt door de bijkomende lussen, om toch maar zoveel mogelijk kilometers te rijden en hellingen te beklimmen.

 

Er was dus voor toeristische bezoekjes weinig ruimte. Om het vol te houden, kon ik mij niet veroorloven om na een fietsdag nog een uitstapje te maken. Deze bleven beperkt tot de rustdagen en dan nog. Toch leerde ik veel over de verschillende streken van Frankrijk, vooral door de contacten met de lokale mensen.

 

Het parcours van de 100 cols tocht is, op enkele korte stroken na, een grote aanrader. Je doorkruist heel wat regio’s van Frankrijk en de ene streek is al mooier dan de andere. Natuurlijk, zijn de hooggebergtes, letterlijk en figuurlijk, de hoogtepunten van de reis. Een enig mooie natuur en overweldigende panorama’s, die je als fietser zoveel intenser beleefd dan de motor-, auto- of  kampeerautoreiziger.

 

Het is fysiek en mentaal vrij (en soms zeer) zwaar geweest. Zeker, de 10 dagen die op de beklimming van de Mont Ventoux volgden. Mocht het engagement voor het goede doel er niet zijn geweest, had ik toen waarschijnlijk de trein naar huis genomen.

Dit bleek misschien niet uit mijn dagboek, maar, enerzijds, wil je de familie niet ongerust maken, en anderzijds, is het moeilijk om, op het moment zelf, toe te geven dat je op het punt staat de handdoek te moeten gooien.

Mentaal was het vrij zwaar, zeker niet omdat ik alleen op pad was, maar door de opeenvolging van vaak toch zeer zware beklimmingen, waarin het mentaal uithoudingsvermogen een veel grotere rol speelt dan de meeste mensen vermoeden.

 

Toch ben ik zeer blij dit beleefd te hebben en moet toegeven dat ik apetrots ben op mijn sportieve prestatie, al besef ik er de relatieve waarde van.

Ik zal nog fietsreizen maken, met evenveel bagage, maar dan op een minder zwaar parcours.

 

Tot slot, wil ik alle mensen die mij logistiek en mentaal hebben gesteund of een financiële bijdrage hebben geleverd voor het goede doel, van harte bedanken.

16:45 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

De allerlaatste!

Woensdag, 12 augustus 2009 / Namen---Leuven

 

Gisterenavond, met Bernadette en Bert kennis gemaakt, bij het avondeten in de jeugdherberg van Namen. Een sympathiek koppel dat juist hun eerste fietsdag er had opzitten van hun tocht vanuit Sint-Pieters Rode naar Parijs.

 

Uiteraard ging het gesprek over onze beide tochten en het fietsmateriaal.

Na het avondeten, buiten op het terras, het keuvelen verdergezet bij een lekker biertje. Ter info van de 'Vrienden van het Bier': het was een van de 3 varianten van de 'Forestinne', gebrouwen door de brouwerij Caracol, volgens een recept van de kok van de jeugdherberg in Namen.

 

Vanmorgen nog samen met de Bernadette en Bert aan de ontbijttafel gezeten, voor we samen onze tocht verderzetten, maar dan elk in de tegenovergestelde richting.

 

Omdat ik maar om 18 uur in Leuven moest zijn werd het dus een zeer rustige dag. Op een dalend vals plat van vele kilometers lang, kon mij gewoon laten voortrollen zonder te moeten trappen, terwijl mijn snelheid schommelde tussen 7 en 16 km per uur.

 

Op een bepaald moment kwam er een fietser naast me rijden. Hij wou wat meer te weten komen over mijn fiets en ander materieel, omdat hij er ook van droomde om een fietsreis te ondernemen. Na een tiental minuten reed hij verder. Een uurtje later kwam hij terug uit de tegenovergestelde richting en stopte om nog een en ander te vragen. We hebben daar uiteindelijk zowat een uur staan praten, voor we mekaar het beste toewensten en verderreden.

 

Omdat ik anders tevroeg in Leuven zou aankomen, heb ik nog eerst een vluchtig fietsbezoek gebracht aan de Abdij van het Park.

 

Op de markt stonden mijn familie en enkele vrienden mij op te wachten. Het was een hartelijk en blij weerzien. Ook Koen en zijn vrouw, van Fietsen Koen in Kessel-lo, zijn mij komen verwelkomen, wat ik zeer sympathiek vond en erg geapprecieerd heb.

 

 

14:22 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-08-09

De voorlaatste!

Dinsdag, 11 augustus 2009 / Champlon---Namen

In België volg ik de RV-wegen (Rando Vélo), nr 6 tussen Wiltz en Namen, en nr 2 tussen Namen en Hoegaarden.

Deze fietswegen volgen ofwel verkeersluwe wegen, vaak langs rivieren, ofwel in onbruik geraakte spoorbeddingen. Dat maakt dat er slechts sporadisch echte niveauverschillen in het parcours zitten.

Ik moet toegeven dat ik daar nu niet rouwig om ben. Niet dat ik te vermoeid ben om te bergop te fietsen, maar na bijna 3 maanden heb ik het wel gehad.

Ik kijk er naar uit om iets anders te kunnen doen.Zelfs schilderen, een karwei die ik voor mijn 'tour de force' liever ZAG doen, lijkt mij nu een vrij leuke bezigheid. Moeder, zet de verfpotten en -borstels maar klaar, volgende week krijgt het plafond van je living de beloofde opfrisbeurt.

Toen ik vanochtend wakker werd, goot het pijpenstelen. Als ik me goed herinner was dit de 2de keer sinds mijn vertrek dat het 's ochtends regende. De 1ste keer was de 2de ochtend, dus ook in België. Daarom gaan er zoveel Belgen naar het buitenland op vakantie! Ik had dan ook geen haast bij het ontbijt en om mijn fiets te laden.

Richting Namen nam ik ook de BIG-helling aan de Fourneau St-Michel mee. Deze klim ligt midden de bossen van St-Hubert en is eigenlijk de noordelijke kant van de Masblette-vallei. Een rustige, maar daarom niet minder stijle klim. Wat ik niet wist was dat, om terug naar de RV-weg te rijden, je eigenlijk een gelijkaardige klim richting Nassogne moest doen. Gelukkig, zijn deze hellingen, wel stijl, maar relatief kort en dus niet te vergelijken met de cols in het hooggebergte.

Gedurende de hele ochtend viel er nattigheid uit de hemel, van lichte motregen tot zware stortbuien. Het was echter niet fris, zodat het geen zin had om een regenjasje aan te doen. Door het zweet word je daarin toch even nat als door de regen. KaWay of Goretex, in deze omstandigheden maakt dat weinig verschil. Na de middag werd het droog, wat toch een stuk aangenamer en veiliger fietsen is.

Morgen, is het dus de allerlaatste fietsdag. Als alles vlot verloopt, een echt uitbollertje.De afspraak, aan het Stadhuis van Leuven, blijft dus ongewijzigd. Ik verwacht alleen diegenen die er echt graag bij willen zijn. De mensen die eventueel zouden komen omdat ze zich verplicht voelen, zijn hierbij al verontschuldigd, maar iedereen is van harte welkom op mijn traktatie. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd!

18:20 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-08-09

Snipperdag

Maandag, 10 augustus 2009 / Ettelbruck---Champlon

Voor de laatste 2 nachten kon ik reserveren in de jeugdherbergen van Champlon en Namen. Dat maakt dat ik vandaag slechts 80 km te rijden had.

Het grootste deel tussen Ettelbruck en Wiltz liep langs de oevers van de Sûre, zodat dit echt wel vlak was en bovendien op een rustige baan in een mooie vallei. Daarna ging het weer op en neer, maar nooit kwade hellingen. Met een licht bewolkte hemel en een zwakke en verfrissende bries, was het dan ook prettig fietsen.

Pas om 10u vertrokken en om 16u30 in Champlon, was dit een snipperdag na de maraton van gisteren.

18:34 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-08-09

Laatste lange dag?

Zondag, 9 augustus 2009 / Luxemburg---Ettelbruck

Aanvankelijk wou ik vandaag tot Wiltz rijden, om morgen van daaruit 5 BIG- hellingen te doen zonder bagage. Tegen de middag was ik echter al in Ettelbrück en besliste daar te stoppen om die hellingen in de namiddag al te doen. Dat geeft mij dan 3 rijdagen ipv 2, om tot in Leuven te geraken. Kwestie van wat uit te bollen.

Het is wel een heel lange fietsdag geworden. Vertrokken rond 9 uur en mijn programma afgewerkt om 5 voor 19 uur. Met 144 km op de teller en in totaal 7 BIG-hellingen, had ik alle reden om tevreden en moe te zijn.

22:36 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-08-09

Dikke benen en tegenwind --> pff

Zaterdag, 8 augustus 2009 / Faulquemont---Luxemburg

Na de tijdrit van gisteren, beleefde ik een moeilijke ochtend. De benen waren nog niet volledig hersteld en elke kleine bergop deed dit duidelijk voelen. Nu is het reliëf in Noord-Oost Frankrijk verre van bergachtig, maar even ver van vlak. Het gaat voortdurend op en neer met vaak korte, stijle stukjes.

In de namiddag ging het wat beter, ook omdat de tegenwind, die de hele morgen nog moeilijker maakte, wat luwde. Na 103 km kwam ik in de voorsteden van Luxemburgstad en hield het voor bekeken aan het eerste hotelletje dat ik tegenkwam.

20:01 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Tijdrit!

Vrijdag, 7 augustus 2009 / Saverne---Faulquemont

De bedoeling was om vandaag minstens 120 km af te leggen en ondertussen de Grand Winterberg mee te nemen. Dit is een van de bijkomende BIG-hellingen die ik had voorbereid. Het enige dat ik van deze heuvel wist was dat de beklimming van 6,5 km lang was. De klim verliep gemoedelijk tot de laatste 400 m. Deze waren hyperstijl en ik moest dan ook naar de kleinste versnelling en recht op de trappers. Gelukkig had ik in de voorbije maanden voldoende conditie opgebouwd en genoeg 'en danseuse' geklommen, om de ongeveer 250 trapasomwentelingen in volle belasting aan te kunnen. Voor mijn tocht zou ik gedacht hebben dat dit toch niet zo moeilijk kon zijn. Nu weet ik wel beter.

Op de top stond een ronde, stenen uitkijktoren van 25 m hoog. Je kon via een wenteltrap naar een 360° panorama gaan kijken. Na de klim per fiets, heb ik toch eerst een pauze genomen, vooraleer ik de klim tevoet aanvatte. Het was vrij helder weer, zodat het trappenlopen de moeite loonde.

Na de Grand Winterberg, restten er mijnog minstens 80 km te fietsen, voor ik een onderkomen voor de nacht zou zoeken. De meteo had voor de namiddag onweer voorspeld, wat ik zeker voor wou blijven. Aanvankelijk wou ik in Morbehan, na 126 km, een hotel nemen, maar het enige hotel in het stadje was gesloten, zoals mij al vaker is overkomen tijdens mijn tocht. Mijn tijdrit tegen het onweer duurde tot in Faulquemont, na 143 km. Daar vond ik een hotelletje. Niets te vroeg, want 30 minuten later brak het onweer in alle hevigheid los.

19:18 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-08-09

Voorlaatste 100 cols rit

Woensdag, 5 augustus 2009 / Munster---Provenchères

Voor de voorlaatste dag op het basisparcours, stonden er 4 hellingen op het programma met een totaal van 9,9 indexpunten. Een zware dag dus, ook al waren er maar 67 km te rijden.

WO I is hier in de streek nog erg aanwezig. Ik kwam langs verscheidene soldatenkerkhoven en tal van monumenten. Zowel Franse, als Duitse. Het moet er hier toen hevig aan toe gegaan zijn.

Het fietsen ging, zoals tijdens de meeste fietsdagen na een rustdag, niet slecht maar ook niet fantastisch, maar het weer en de omgeving waren OK. Dus, toch genoten van de tocht.

Morgen, dus de laatste dag op het basisparcours van de 100 cols tocht. Ik zal waarschijnlijk een bijkomende BIG-helling doen. Het zal mijn 100ste BIG-beklimming zijn op mijn BIG-palmares. Dus heb ik iets om te vieren, maar dat stel ik uit tot wanneer ik terug thuis kom. Mochten er mensen aan houden om mij op de Grote Markt in Leuven op te wachten, zou het leuk zijn om dat samen met hen te vieren.

Op mijn 100-BIG en op mijn behouden thuiskomst, trakteer ik er eentje in een van de etablissementen in de buurt. Dus, afspraak op woensdag, 12 augustus 2009, op de Grote Markt in Leuven, tussen 18 en 19 uur.

Als alles verloopt zoals gepland, sta ik morgenavond terug in Saverne en kan ik overmorgen aan de terugtocht beginnen.

18:53 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Rustdag

Dinsdag, 4 augustus 2009 / Munster---Rustdag

Buiten een wandeling in het stadje, niets te melden.

Munster is eigenlijk maar een dorp, maar heeft een rijke geschiedenis. Opvallend zijn de 2 kerken op 100 m afstand. Het is een voor de katholieken en een voor de protestanten. Omdat het stadje tijdens WO I voor 85% werd verwoest, zijn er weinig historische gebouwen overgebleven.

18:42 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-08-09

Einde Alpen, Jura, begin Vogezen.

Zondag, 26 juli 2009 / Val d'Isère---Rustdag

De was en boodschappen gedaan, dagboek geschreven en gepubliceerd, Ronde van Frankrijk gekeken en gerust.

Maandag, 27 juli 2009 / Val d'Isère---Beaufort

De dagrit begon met de afdaling naar Bourg-St-Maurice. Die is 31 km lang, maar er moet regelmatig een paar honderd meter lichtjes geklommen worden, dus voor een keer een goede opwarming.

Vanuit Bourg-St-Maurice is het dan 19 km naar de Cormet de Roselend. Een mooie en niet al te moeilijke col.

Tijdens een rustpauze kwamen er een 6-tal goed uitgeruste fietsers voorbij, die ook in groep op tocht waren. Even later nog eentje, die zijn bagagedrager had aangepast om er een grote rugzak te kunnen recht op zetten. Een goedkope oplossing, maar niet ideaal voor de stabiliteit van de fiets, omdat het zwaartepunt heel wat hoger komt te liggen.

Even na die rustpauze, reed ik er eentje voorbij die blijkbaar een slechte dag had, want hij duwde zijn fiets de berg op.

Op de top zat de groep van 6, wat te rusten. Een van hen kwam naar mij en sprak mij aan in vrij goed Engels, maar met een accent dat ik niet kon thuisbrengen. Het gesprek ging natuurlijk over het fietsen. Na enkele minuten vroeg ik welke nationaliteit zij hadden. Bleek dat het Fransen waren. We hebben het gesprek dan maar in hun moedertaal verdergezet. Zij deden, in 2 weken, de Route des Grandes Alpes. Die vertrekt aan de Middellandse zee en gaat tot het meer van Genève. Ze valt dus voor het grootste deel samen met mijn Alpengedeelte.

Dinsdag, 28 juli 2009 / Beaufort---Thônes

Vandaag, nog eens een relatief zware dag. Slechts 61 km lang, maar met de Col des Saisies, de Col des Aravis en de Col de la Croix Fry toch een totale index van 9,1 wat bijna zoveel is als de Col de la Bonette.

Beaufort, van waaruit ik vertrok, ligt aan de voet van de Col des Saisies. In zo een situatie lijkt een opwarming wel tijdverlies, want ook al tracht je dan niet te hard van stapel te rijden, toch loopt na een paar honderd meter het zweet al van je rug.

De dagrit verliep zonder problemen. Mocht ik zo een 40 jaar geleden gekoerst hebben, zou ik aan de reporter van de TV gezegd hebben: 'Vandaag had ik goede benen, Fred. Niemand heeft er mij kunnen afrijden.'

Meer zelfs. Aan de voet van de Col de Aravis, waar ik een rustpauze nam, kwam de groep van 6 mij opnieuw voorbijgereden. Na een paar minuten reed ik verder en juist voor de top haalde ik ze bijna in.

Op de top opnieuw wat met hen gepraat en dan definitief afscheid genomen. Ik zou namelijk 4 km verder links afslaan naar de Col de la Croix Fry, terwijl zij rechtdoor zouden rijden naar de Col de la Colombière. Voor hen zit hun tocht er bijna op. Ik mag nog 2 weken ronddartelen.

Op de Col de la Croix Fry 'un demi pression' gedronken op het terras van de bar waar ik een paar jaar terug, tijdens een skivakantie ook al eens een pauze nam (met Rudy). Daarna langs het dorpje Manigod naar Thônes afgedaald om er te overnachten.

Woensdag, 29 juli 2009 / Thônes---Culoz

Vandaag zaten er 5 hellingen in mijn dagopdracht. De eerste 4 waren relatief licht en de laatste stond op nummer 23 van de indexlijst. Op zich was die laatste col niet echt zwaar, maar na de vorige klimmetjes en de verbindingskilometers die ook op en af deinden, waren de benen niet echt fris meer en werd het dus toch werken om boven te geraken.

Het was bovendien een hete dag en er waren onderweg geen 'point d'eaux' te bespeuren. Gelukkig, rijd ik dan meestal langs een kerkhof waar, op 2 maal na, altijd een kraantje met drinkbaar water is te vinden. Zo ook vandaag. Deze keer was het zelfs zeer fris, wat zeer welkom was. Daarom wil ik het nog eens benadrukken: 'Van de doden, geen kwaad.'

In het hotel in Culoz, de ketting van mijn fiets nog eens aangespannen en de schakelgreep van de versnellingen eens gesmeerd, want morgen is de Grand Colombier aan de beurt. Deze staat als 4de moeilijkste beklimming gerangschikt, met de opmerking dat hij steil is. Iedereen, waarmee ik het over deze beklimming had en hem kenden, waren verbaasd dat die op mijn lijst stond, omdat hij zo lang en stijl is. Ik ben dus gewaarschuwd. Het spreekwoord: 'Een gewaarschuwd man is er twee waard', zal dus morgen op zijn deugdelijkheid getest worden.

Donderdag, 30 juli 2009 / Culoz---Songieu

Vanmorgen aan de baas van het hotel gevraagd of de Col du Grand Colombier in de Alpen ligt of al deel uitmaakt van de Jura. Hij antwoordde dat hij dacht dat het nog net de Alpen waren, maar echt zeker was hij niet. Voor de klim maakt het uiteraard niets uit, maar ik geef liefst correcte informatie. Dus, mocht iemand het met zekerheid weten, mag je het mij doormailen.

De klim zelf was prettig om doen. Het is een vrij aparte. Vertrekkend in het centrum van Culoz, gaat het dadelijk goed omhoog met heel veel bochten, maar niet echt haarspeldbochten. Die komen na een kilometer of 4 en volgen mekaar zo snel op dat je soms al na 15m aan de volgend begint. Dat is leuk om doen, want je wint snel hoogte en toch heb je telkens een strook (in dit geval strookje) waar je kan recupereren. De overgrote meerderheid van de haarspeldbochten omvatten namelijk een strook waar het stijigingspercentage sterk daalt tov de rest van de weg. Dat kan zowel voor, in, als na de bocht zijn en dan heb ik het niet over de buitenkant van de bocht, want die is zo wie zo al minder stijl dan de binnenkant.

Verder in de klim komt er 2 maal een vrij lange strook die vals plat is, waar je dan kan recupereren van de stijle stukken die tot 14% kunnen oplopen en ook vrij lang zijn.Ik had geluk met het overtrokken weer was, zodat de temperatuur dragelijk was. Er stond ook wat wind en dat maakte het tijdens het laatste stuk en op de top nogal fris omdat er daar geen beschutting meer is van de bomen.

Al bij al viel de beklimming dus nog mee, waarschijnlijk omdat je toch de gelegenheid krijgt om af en toe eens te recupereren en .... omdat ik gewaarschuwd was.

De afdaling naar Songieu gaat, zoals de klim, langs een smalle weg, maar is bovendien nog zeer hobbelig en vaak stijl, zodat er helemaal geen snelheid kan gemaakt worden.

Na 35 km zat mijn dagrit er al op. Enerzijds, omdat de Grand Colombier toch een zware klim is, en anderzijds, omdat in de namiddag er veel zon werd voorspeld en ik daarvan gebruik wou maken om wat kleren te wassen en te drogen op de camping. Dan kan ik een rustdag uitsparen en zo een fietsdag meer hebben om mij niet te moeten haasten en toch via Luxemburg naar huis te kunnen rijden.

Vrijdag, 31 juli 2009 / Songieu---Nozeroy

Met 131 km en 5,2 indexpunten in totaal, zou het een lange dag worden. De wekker gezet op het krieken van de dag om vroeg op pad te kunnen gaan. 7u30 zat ik in het zadel. Voor zover ik mij herinner een record.

Geholpen door de dragelijke temperatuur, vlotte het zonder problemen. Om 16u30 kwam ik in Nozeroy aan.

Eigenlijk een slechte dag voor het dagboek, want buiten het fietsen viel er verder niets te beleven.

Alleen is het duidelijk dat ik nu in de Jura ben. Qua landschap te vergelijken met het Zwarte Woud. Eigenlijk een mooie streek, die, terecht, haar best doet om haar eigenheid te behouden en deze aan de toeristen te verkopen.

Zaterdag, 1 augustus 2009 / Nozeroy---L'Isle-sur-le-Doubs

Vandaag, net zoals gisteren, werd het een soort verbindingsrit. 114 km en slechts 2,8 indexpunten in totaal, verdeeld over 5 hellingetjes.

Een rustige en, 's morgens, aangename fietsdag langs kleine baantjes, door veld en bos. In de namiddag was het iets te warm om nog gezellig te zijn, maar ook niet te warm om problemen te scheppen.

In L'Isle-sur-le-Doubs deed ik 2 hotels aan die in de namiddag gesloten waren en waar je dus moest wachten tot na 17u om in te checken.

Omdat ik daarvoor geen zin had, zocht ik verder en vond een bed and breakfast, 'Maison au canal' genaamd. Het stond dus langs een kanaal en werd opengehouden door een Zwitsers koppel, Her und Frau Schmidt. Ze richten zich vooral op fietsers en je kon er ook avondeten.

Het huis stond er sinds eind de jaren 1700 en had toebehoord aan een rijke aardappel- en zouthandelaar, die zijn handelswaar via schepen verhandelde. Het huis was dus groot, met brede gangen en brede deuren en grote kamers. Alle vertrekken waren mooi gerenoveerd en maakvol gedecoreerd.

In de tuin stond een opblaasbaar zwembad dat ik mocht gebruiken. Ik maakte daar dankbaar gebruik van omdat het een warme dag was geweest (29° in de schaduw) en zo gebruikte ik ook eens mijn zwembroek, die ik tot nu toe voor niets had meegesleurd.

De Familie Schmidt had bezoek van hun dochter en schoonzoon, die nog in Zwitserland woonden en die ze sinds Kerstmis niet meer hadden gezien. Voor het avondeten mocht ik dus mee aan tafel voor het feestmenu. Het resultaat was wel dat ik pas rond 22u30 naar bed kon, wat ik dus niet meer gewoon was.Het zal dus afwachten worden hoe de benen hierop morgen gaan reageren.

Zondag, 2 augustus 2009 / L'Isle-sur-le-Doubs---St-Amarin

Vanmorgen, toen ik mijn schulden wou betalen, na een klasseontbijt, zei Frau Schmidt dat ik alleen voor de kamer en ontbijt hoefde te betalen. Het avondmaal en een biertje, samen 12 euro, was hun bijdrage aan mijn geldinzameling voor de bedden in Oeganda.

De dagrit beloofde opnieuw lang te worden. Na een paar dagen geen bekende hellingen te zijn tegengekomen moest ik nu over de Col du Ballon d'Alsace. Dit is een vrij lange, maar nooit echt stijle helling.

Als toetje zou ik naar het einde van de rit de Petit Drumont, een bijkomende BIG-helling, beklimmen. Er waren maar 10 supplementaire kilometers voor te rijden en die zouden er nog wel bijkunnen. De 5 stijgende kms van de Petit Drumont, waren er echter 50 waard van de rest van het dagparcours. Lange stukken serieus stijl, gelukkig af en toe onderbroken door wat minder stijl, zodat ik, gebruikmakend van de kleinste versnelling, toch een beetje kon op adem komen.De hele dag was het al fel betrokken weer en af en toe had het ook al wat geregend.

Tijdens de afdaling van de Petit Drumont begon het te gieten. Het had echter niet zin om mijn overschoenen aan te trekken, want mijn kousen en schoenen waren al doorweekt van het zweten tijdens de klim.

De geplande eindbestemming was Willer-sur-Thur, maar daar bestond het op de wegbeschrijving aangegeven hotel niet meer. Verder door rijden was geen optie, want dan moest ik de beklimming van de Grand Ballon er bijnemen en dat was echt niet meer mogelijk. Dan maar een dorp teruggereden. Maar in Moosch was het hotel gesloten. Nog een dorp verder terug, St-Amarin, had ik geluk, maar ook hier moest ik tot 17u wachten voor het openging. Deze keer had ik daar niets op tegen en installeerde mij op het terras. Gelukkig was het maar 20 minuten meer en was het ondertussn opgehouden met regenen.

Maandag, 3 augustus 2009 / St-Amarin---Munster

Van St-Amarin tot Munster is het maar 50 km, maar je moet wel over de Grand Ballon. Deze Col staat maar als 15de geklasseerd en mocht dus geen problemen opleveren. De rit van gisteren met de Petit Drumont was echter nog niet helemaal verteerd en dus viel de Grand Ballon toch nog zwaarder uit dan verwacht.

Ik was aanvankelijk van plan om ook de Petit Ballon erbij te nemen, maar daar heb ik dan maar van afgezien, om niet nog meer te moeten afzien.

De rustdag morgen in Munster, na 8 dagen fietsen, komt dus op het juiste moment.

Na deze pauze in Munster, zal ik waarschijnlijk geen rustdag meer nemen. Dat betekent dat ik geen dagboek met mooie layout meer zal kunnen publiceren. Via mijn PDA kan ik wel publiceren, maar dan worden alle zinnen meestal gewoon aan elkaar geplakt. Foto`s zal helemaal niet meer kunnen, maar zodra ik thuis ben breng ik dat allemaal in orde.

Volgens de voorlopige vooruitzichten zal ik op woensdag, 12 augustus, tussen 18u en 19u, in Leuven aan het stadhuis aankomen.

17:10 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

26-07-09

De Alpenkleppers

Dinsdag, 21 juli 2009 / Isola---Jaussiers

Om 7 u opgestaan, want vandaag mocht ik (en moest om op tijd thuis te geraken) verder fietsen, alleen was het met een uitgestelde start. Mijn colli kon pas tussen 10u30 en 11u worden afgehaald, in de veronderstelling dat hij zou aangekomen zijn.

Volgende en laatste aflevering van `Waar is mijn colli?

Gezien de voorgeschiedenis had ik weinig hoop dat mijn pakje er zou zijn en zoals vaak liet ook deze keer mijn intuïtie mij, spijtig genoeg, niet in de steek.

Ik heb dan maar het pakje laten doorsturen naar België, want anders blijft dit maar duren en voor jullie geraakt de originaliteit er ook af. Dus, afgelopen met dit feuilleton!

Iets voor 11u de baan op naar de hoogste col in Europa waar je met de auto over kan, de Col de la Bonette (2.802m). Deze col staat als 3de moeilijkste gerangschikt in mijn lijst, dus begon ik er maar zeer kalm aan. Ik had eigenlijk weer zo een dag dat het niet al te vlot liep, ondanks de lange rustpauze in Isola. Het was dus werken om vooruit te komen, met bovendien nog vaak een tegenwind, die de kracht van een briesje ruimschoots oversteeg. Uiteindelijk geraakte ik toch nog zonder al te grote problemen aan de afslag naar Jausiers, maar om te kunnen gelden voor de BIG-klassering moet er nog een kleine kilometer verder naar de Cime de la Bonnette geklommen worden. Ik had mij in België laten vertellen dat dat maar een bijkomstigheid was, maar wat heb ik op die laatste meters gezwoegd en zelfs en 3-tal keer moeten stoppen om uit te puffen. Ik dacht dat dit laatste stuk onverhard zou zijn en dat er geen of weinig auto`s zouden rijden. In werkelijkheid kon je op de col afslaan naar Jaussiers, maar liep de baan gewoon door tot de Cime, zodat het vrij druk bleef. Bovendien, waren de laatste 800 meter behoorlijk steil. Het stond niet aangegeven, maar ik schat toch rond de 15%. Bovendien, stond er een krachtige tegenwind. En dat na een klim die al meer dan 20 km duurde. Je zou voor minder passen.Gelukkig, kreeg ik van een aantal fietsers en toeristen aanmoedigingen en zelfs een keertje een open doekje, hetgeen je natuurlijk mentale steun bezorgt. In zo`n omstandigheden kan dat niet genoeg naar waarde geschat worden. Ik ben er dus wel geraakt, maar ben opnieuw vrij diep moeten gaan.

Morgen staan er maar 41 km op het menu met alleen de Col de Vars, die op papier maar half zo zwaar zou zijn.

In Jaussiers, waar ik mijn tentje nog eens op een camping heb geplant, ben ik nog wat inkopen gaan doen. Ik kwam langs een kapper, waar geen klanten waren. Ik stapte er binnen, want mijn haar begon wat lang te worden. Voor de helft van de prijs van een haarsnit in België, werden hier mijn hoofdhaar en baard onder handen genomen en dat in zo een 10 minuten tijd.Bleek dat de kapper ook een parapentepiloot was. Dit leidde natuurlijk tot een geannimeerd gesprek over het vliegen en een uitnodiging in de vliegschool van Barcelonnette.

Op de camping was naast mij een Fransman komen staan, die ook voor meerdere dagen met bagage een fietstocht maakte. Hij was van plan van Briançon naar een dorp naast St-Tropez te rijden. We geraakten natuurlijk in gesprek over onze plannen en over het fietsen in het algemeen. Bleek dat hij heel wat van fietsmateriaal afwist. Hij werkte namelijk mee aan de ontwikkeling van een procedé, op vraag van het bedrijf LOOK, om de belettering van hun fietskaders in het metaal te laten verzinken, zodat de luchtweerstand opgewekt door de stickers, die normaal worden gebruikt, zou worden uitgeschakeld. (van snobisme gesproken). Hij wist ook alles af van de verwerking van titanium. Het werd dus een lang en interessant gesprek.

Woensdag, 22 juli 2009 Jaussiers---Guillestre

Na een goede nachtrust, pas om 8u uit mijn slaapzak gekropen. Ik had toch slechts 41 km te rijden vandaag.

Met de Col de Vars zou het een vrij lichte dag worden. 17 stijgende kilometers en een hoogteverschil van een kleine 1.000 m. Terugkijkend op de dagritten, die ik tot nu toe al verwerkte, mocht dit geen probleem worden. In de zin dat ik de geplande rit heb afgewerkt, was er uiteindelijk geen probleem, maar opnieuw was het zwoegen om boven te geraken. Gelukkig, kwam ik tijdens de klim tweemaal een Hollands koppel tegen, waarvan hun zoon ook de col aan het opfietsen was. Zij uitten hun bewondering voor mijn gezwoeg en moedigden mij fel aan. Opnieuw kon ik deze opkikkertjes goed gebruiken. Op de top heb ik ze kunnen bedanken voor hun mentale steun.

Ik stel vast dat ik al een tijdje rondfiets met benen die de kracht missen om relatief vlot de cols te beklimmen, zoals dat in de Pyreneeën en op de Mont ventoux het geval was. Misschien begint de lange duur van mijn onderneming door te wegen. Het kan natuurlijk ook gewoon een mindere periode zijn. Enfin, wanneer jullie dit lezen, zullen de Alpen er hopelijk al grotendeels opzitten. Dus, lees nog even verder, voor je je begint ongerust te maken (of leedvermaak begint te krijgen). Ik lig er nog niet van wakker, al begint het haar op mijn tanden verdacht lang te worden, of zijn het mijn tanden die korter worden van erop te bijten?:-)

Donderdag, 23 juli 2009 Guillestre---Briançon

Vandaag, moest de Col de l`Isoard voor de bijl. Op papier stukken zwaarder dan de Col de Vars en dus was ik benieuwd hoe het zou verlopen.

In werkelijkheid haalde ik veel vlotter de top dan gisteren, ook al moest ik de eerste 14 km 2 maal doen. Ik was namelijk mijn drinkbussen in het hotel vergeten en ik stelde dat pas na een uur rijden vast, op het ogenblik dat ik een rustpauze wou nemen. Je vraagt je waarschijnlijk af hoe dit mogelijk is. Wel, ......ik ook.

Buiten de eerste 2 km vanuit Guillestre, was de rest van de reeds afgelegde weg met valsplat te vergelijken. Er was in totaal nog maar een 300m hoogteverschil overbrugd, wat echt niet zoveel is.

Wanneer ik morgen, de beklimming van de Col du Galibier (nog een 2.000-der) even vlot kan verwerken als de dagrit van vandaag, denk ik dat ik wel door mijn vormdipje heen zal zijn. Dus, nog effe afwachten.

Vrijdag, 23 juli 2009 Briançon---Modane

Vandaag niets vergeten!!!

De klim naar de Col du Galibier begon dadelijk in Briançon. Gelukkig, waren de eerste kilometers niet al te steil. Voor je aan de echte klim naar de Galibier kunt beginnen, moet je naar de Col de Lautaret. Tot daar loopt de klim langs een brede en drukke baan, waardoor het landschap een groot deel van zijn charme moet inleveren.

Als je op de Col de Lautaret rechts afslaat om naar de Galibier te rijden, verandert de perceptie van het landschap in enkele minuten tijd. Doordat het vanaf de afslag vrij steil omhoog gaat, verlies je de drukke baan snel uit het oog en het oor. Je komt terecht in het echte hooggebergte, boven de boongrens (sorry, typefoutje), boomgrens (in praktijk, allebei correct), waar zelfs het gras al terrein begint te verliezen op de rotsen. Het zijn 9 vrij zware kilometers, maar de schoonheid van de natuur krijg je als beloning. Het was mooi weer en ik had bovendien mijn Pyreneeën-benen teruggevonden, zodat ik echt van het landschap kon genieten.

De Col du Telegraph, die ook vrij gekend is bij de wielerliefhebbers, vormde ook geen probleem. Dit zou anders zeer erg geweest zijn, want vanaf de kant van de Galibier is dat maar een molshoop. De klim naar de Telegraph vanuit St-Michel-de-Maurienne is andere koek, maar dat is misschien voor een andere keer.

Vanaf St-Michel naar Modane, waar ik de nacht zou doorbrengen, waren er nog 17km te rijden. Op papier vlak, maar in werkelijkheid moesten er toch nog 300m gestegen worden. Eigenlijk niet zoveel, maar als je er niet op gerekend hebt op het einde van de dagrit, is dat toch effe balen.

Zaterdag, 5 juli 2009 Modane---Val d`Isère

Vandaag zou ik een van de zwaarste ritten van mijn avontuur rijden. Met de Col de la Madeleine en de Col de l`Isèran, 2 cols met namen die in de wielerwereld tot de verbeelding spreken en die in verschillende hoofdstukken van de geschiedenis van de Ronde van Frankrijk voorkomen. Samen met de Côte de Rossanges en de Côte de Termignon bedroeg de totale index 12,2 wat meer is dan de Mont Ventoux.

Ik wou ook op tijd in Val d`Isère zijn om de rit van de Tour naar de top van de Mont Ventoux op TV te kunnen volgen. Het was dus zaak om op tijd te vertrekken. Ik had geluk, want ik kon in het hotel al om 7u ontbijten, zodat ik om 8u al vertrekkens klaar stond. Nog effe langs de bakker om mijn calorieën (lees koffiekoeken) voor de dag te gaan halen en op weg voor een zware fietsdag. De eerste helling bood zich al na 500m aan en was dadelijk een kuitenbijter, die echter voorzichtig werd verteerd, gezien de nog volgende schotels op het dagmenu. De Côte de Termignon bleek echt wel steil, maar ook kort, zodat het energie verbruik relatief beperkt bleef. De Col de Madeleine was ook verrassend snel afgewerkt. Achteraf bleek het niet om de fameuse COL DE LA MADELEINE te gaan, maar om een naamgenoot, die veel gemakkelijker te beklimmen was (tussen haakjes: dat is al de 2de col met die naam, die ik heb beklommen, maar de echte staat nog altijd niet op mijn palmares).

Na de relatief korte afdaling van de Madeleine, volgden een 20-tal vlakke kms, als aanloop naar de Col de l`Iséran. Die col was de hoofdschotel van de dag. Ik wist dat er een strook van verschillende kilometers tussen zat waar het stijgingspercentage niet onder de 8% zakt en af en toe de 10% haalt. Dus, zeker geen makkie.

Zoals de laatste dagen al het geval was, stond er geen enkele aanduiding van afstand, hoogte of percentage. Wanneer je die aanduidingen gewoon bent, mis je die eerst, maar ik begin te ondervinden dat de afwezigheid van die borden helpt om de gedachten van de inspanning weg te houden. Zo maakte ik tijdens de beklimming al plannen voor de eventuele loopbaanonderbrekingen van de komende jaren. Zo dacht ik aan volgende mogelijkheden: 1) met de wagen door Europa trekken om op verschillende vliegsites te gaan parapenten en bij ongunstig weer BIG-hellingen met de fiets te beklimmen; 2) in 2011 zou ik mij intensief kunnen voorbereiden om deel te nemen aan Parijs-Brest-Parijs; 3) ik zou ook eens 3 maanden in Nkozi Hospital willen gaan werken; .......en toen kwam de top van de Col de l`Iséran in zicht.

Op de top stond een zeer strakke en ijzige wind, zodat ik me daar zo snel mogelijk uit de voeten maakte. Tijdens de afdaling naar Val d`Isère, die vrij technisch is, bleef die wind present, zodat er niet alleen traag moest gereden worden, maar het ook zeer koud aanvoelde. Ook al het ik boven een windbreker, plus een regenjasje aangetrokken, toch was ik verkleumd toen ik in het dorp aankwam en duurde dit tot na een zeer warme douche van zowat een half uur.

Hier in Val d`Isère, neem ik een rustdag, ook al voel ik duidelijk aan dat dit zeer mondaine skioord, niet direct mijn natuurlijke biotoop is. Al kan ik, als tegengewicht voor al de tentoongespreide dure wagens, dankzij Fietsen Koen en IDWORX, uitpakken met mijn Easy Ti-Rohler, de Rolls Roys Cabriolet onder de trekkingfietsen.

Aangezien het moeilijkste achter de rug is, ben ik zeer optimistisch dat ik mijn onderneming volgens de oorspronkelijke planning tot een goed einde zal kunnen brengen. Natuurlijk, onder voorbehoud van onvoorziene omstandigheden.

Even op een rijtje zetten van wat ik nog onder de wielen zal geschoven krijgen: van de Alpen resten er nog, als relatief zware hellingen, de Cormet de Roselend en de Col des Saisies. Toevallig 2 cols die dit jaar in de Tour zaten. Dan zijn er in de Jura nog de Col de Clergeon en de Col du Grand Colombier. Deze laatste staat zelfs op de 4de plaats van de moeilijkste hellingen op mijn parcours. Als uitsmijters wachten mij in de Vogezen de Col du Ballon d`Alsace, de Grand Ballon en de Collet du Linge. Daarnaast zijn er tot Saverne, het eindpunt van het basisparcours, nog 32 minder zware hellingen.

Tussen Val d`Isère en Saverne liggen 822 km en voor de terugweg heb ik 2 opties: de heenweg Leuven-Saverne in de omgekeerde richting (500 km) of via het Groot-Hertogdom Luxemburg en Bastogne (600 km). Liefst zou ik de 2de optie willen nemen, maar het zal dus van de mij resterende tijd afhangen welke weg ik zal volgen.

12:54 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-07-09

Rust en tussenstand

Zaterdag, 18 juli 2009 Isola---dag 2

De Col St-Martin had ik eigenlijk al geschrapt als bijkomende helling, maar nu ik toch tijd zat heb, ben ik die toch maar gaan rijden.

Daarvoor moest ik wel 13 km terugfietsen tot St-Sauveur-sur-Tinée. De col zelf was eigenlijk niets speciaals. Een vrij rustige weg, maar met slechts 1 km waar het stijgingspercentage 9% haalde. De overige kms schommelden rond de 6 à 7%, zodat die, zonder bagage, vlotjes onder de wielen schoven. Bovendien, stond de wind vrijwel constant in het voordeel. Ik was dan ook meer dan een half uur vroeger terug in het hotel dan vooraf geschat.

Van de vermoeidheid was niets meer te voelen, maar de omstandigheden waren ook op alle vlakken gunstig, zodat ik toch de resterende 2 dagen die ik in Isola blijf wachten op mijn pakket, zoveel mogelijk ga rusten. Ik zit hier namelijk op slechts 65 km van Nice, zodat ik echt nog wel praktisch het hele Alpengedeelte moet verwerken en daarna volgen nog de Jura en de Vogezen.

Zondag en maandag, 19 en 20 juli 2009 Isola---dag 3 en 4

Heb mijn fiets eens een groot onderhoud gegeven en ben gaan wandelen in het oude gedeelte van Isola. Verder gerust, gerust en gerust. Ne mens zou er moe van worden.

Isola heeft wel iets speciaals. In de oude kern is er maar 1 smalle straat waar auto`s kunnen rijden. Alle andere straten zijn eigenlijk maar steegjes met veel trappen. Het is echter opvallend hoe goed die oude huizen hier onderhouden worden. Het is hier echt rustig wonen en een plezier om rond te kuieren, al heb je op 20 minuten echt wel alles gezien.

Nu ik toch alle tijd had, heb ik nog eens een nagegaan wat ik tot nu toe al gefietst heb:

4.649 km en 159 hellingen, waarvan 90 cols of toppen. Hiervan staan er 50 in de lijst van de BIG-hellingen en 33 van die beklimmingen waren bijkomende lussen.

16:52 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-07-09

Aan de voet van de Alpen

Vrijdag, 10 juli 2009 / Uzès---Bédoin

De 87km tussen Uzès en Bédoin verliepen vlotjes. De weg was ook zo goed als vlak. Slechts 3 klimmetjes moesten worden verwerkt, maar 2 daarvan hadden een zeer lage index en aan de 3de was zelfs geen index toegekend. Ik was dus kort na de middag al in Bédoin en kon op zoek naar een slaapplaats.

In het Office de Tourisme de lijst van de overnachtingsmogelijkheden gaan vragen en beginnen bellen om te informeren of er nog plaats was. Ik wist dat dit niet zo gemakkelijk zou zijn, omdat ondertussen het toeristisch seizoen op volle toeren draait en omdat Bédoin het Mekka van de Belgische wielertoeristen begint te worden. Als wielerliefhebber moet je namelijk minstens 1 maal in je leven een poging ondernomen hebben om de Mont Ventoux te befietsen en dan nog liefst vertrekkkend vanuit Bédoin, omdat die route beschouwd wordt als de moeilijkste. Er waren dus nogal wat `pelgrims` in Bédoin.

Aanvankelijk wou ik op een camping gaan staan, maar aan het Office du Tourisme hing een bericht dat de laatste tijd nogal wat kampeerders waren beroofd van geld en papieren door een Oost-Europese bende. Voorzichtigheidshalve, opteerde ik dan maar voor een ander type onderkomen.

De hotels waren allemaal volzet en omdat ik vermoedde dat dit ook met de chambre d'hôtes het geval zou zijn, waagde ik mijn kans in een gîte d'étape, die een goeie 2km buiten het dorp gelegen was. Tot mijn verbazing was ik tot dan de enige gast voor vandaag en kreeg aan jeugdherbergprijs een bed + ontbijt. Dus, niet getwijfeld. Bovendien, was het huis 200m van de baan gelegen, zodat je alleen maar de natuurgeluiden kon horen. De tuin en de omgeving er rond waren ook nog bijzonder aangenaam, zodat ik al snel wat jaloers werd op het oude koppel dat de gîte open hield. Even speelde ik met de idee een bod te doen op hun eigendom om hier zelf te komen wonen, maar een klein en snel rekensommetje haalde mij even snel uit dit dagdroompje.

Voor ik naar de gîte reed, was ik nog snel langs de post geweest om te informeren of mijn colli al was aangekomen. Zoals verwacht was dit nog niet het geval. Morgen, zaterdag, zou het kantoor ook nog open zijn tot de middag. Dus, geen paniek.

De bijkomende rustdag is dus een feit, want aan de klim van de Mont Ventoux wil ik zo vroeg mogelijk beginnen. Ik vermoed namelijk dat ik de top pas na 4 á 5 uur kan bereiken, waardoor het moeilijk wordt om voor de warme uren van de dag boven te zijn. Bovendien, is er in de laatste 7km er geen enkele beschutting tegen de zon. Nu ik voor 1 keer wel terreinkennis heb, door mijn vorige bezoek in 2007 (zie 1ste of 2de stukje op deze blog), wil ik die ook zo goed mogelijk gebruiken.

Zaterdag, 11 juli 2009 Bédoin---rustdag

Ik had de hele dortoir van 6 bedden voor mij alleen (en dat voor de prijs van 1). Om 4 uur in de nacht werd ik echter uit mijn slaap gehaald door lawaai op het dak. Het leek wel of er dakpannen werden verschoven en stenen op het dak werden versleept. Omdat de slaapzaal juist onder het dak lag, dacht ik dat er misschien toch nog een onaangekondigde kamergenoot zou komen binnenvallen (letterlijk te interpreteren).

Na een kleine minuut hield het lawaai plots op, om na 5 minuten te herbeginnen. Nu kwam even de Oost-Europese bende in mijn gedachte, maar omdat ik vermoedde dat hun inbraaktechnieken toch niet zoveel konden verschillen van deze van de Westerse inbrekers, weerhield ik die theorie niet.

Terwijl ik opstond om te gaan zien wat er gaande was, verstomde opnieuw het lawaai. Door het raam was niets te zien en buiten gekomen ook al niet. Al goed dat ik op het huis nog geen bod had gedaan, want mochten het nu eens klopgeesten zijn die hier huizen. Je zou er maar eens mee moeten opgescheept zitten.

Ik sprak er over met Georges en Evelyne, de huidige eigenaars, en volgens hen zou het een `loir` geweest zijn. Ik begreep wel onmiddellijk dat dit geen klopgeest kon zijn, maar wist dus nog steeds niet wat dan wel. Blijkbaar zagen ze aan mijn gezicht dat ze een gat in mijn Franse taalkennis hadden gevonden (wat overigens niet zo moeilijk is) en ze verduidelijkten, met een verklarend woordenboek erbij, dat dit een soort knaagdier is dat `s nachts aktief wordt en dat tracht onder de dakpannen te geraken en zo veel schade kan aanrichten. Volgens de tekening in het woordenboek ziet het beest eruit als een kruising tussen een rat, een mangoest en een uit de kluiten gewassen marter.Dit beest heeft hier blijkbaar al menig vakantieganger de stuipen op het lijf gejaagd.

Zoals de meeste ontbijten die ik hier in Frankrijk al opgediend kreeg, was het niet veel meer dan een croysant en brood met confituur. De confituur was echter home made en dat was er aan te proeven. Heerlijke abrikozenconfituur en een 2de soort die wel eens kweeperen zouden kunnen geweest zijn. Het bleek echter een confituur te zijn van een variant van de watermeloen, die echter alleen in geconfijte vorm of als confituur te eten valt. Blijkbaar is dit een typische teelt van deze streek en de vrucht ziet er uit als een gladde, geel-groene augurk van om en bij de 3 kilogram. Van binnen zitten er, zoals bij de watermeloen, heel veel pitten, maar het vruchtvlees is vuilwit en alleen het gedeelte onder de schil, waar geen pitten inzitten, is bruikbaar. Een naam heeft dit ding blijkbaar niet echt.

Volgende aflevering van `Waar zit mijn colli?`.

Omdat het rustdag was en bovendien Vlaamse feestdag, was ik pas om 8 uur opgestaan. Na mijn tijd genomen te hebben om te genieten van `ontbijt in de Franse tuin`, fietste ik terug naar de post om mijn pakket te gaan afhalen. Ik dacht, na het hotel in Bagnère-de-Luchon en de post in Uzès, 3de keer goede keer, maar ook dit gezegde heeft blijkbaar zijn beste tijd gehad. De Franse post liet zich nu echter van haar goede kant zien, want de loketbediende stelde dadelijk voor om het pakket te `faire suivre`. Alleen moest ik dan weten te zeggen naar waar. Uiteindelijk werd beslist om het door te sturen naar Isola, een dorp in de Alpen, even voor de Col de la Bonette. Een foto met de uitrusting van Idworx op de top van de Mont Ventoux zit er dus niet meer in. Ik kan me echter niet veroorloven nog meer supplementaire rustdagen te nemen, want dan zou ik in tijdsnood komen om terug thuis te geraken. Bovendien, is het morgen zondag en komt het pakket zo wie zo niet toe. De foto wordt er dus hopelijk een op de top van de Bonette. Qua prestige heeft deze col ook goede papieren. Het zou namelijk de hoogst gelegen col zijn in Europa, die met de fiets kan bereden worden. Dus, ook niet slecht voor de website van Idworx.

Zondag, 12 juli 2009 Bédoin---Montbrun

In de gîte kon ik al om 6u30 ontbijten, wat mij goed uitkwam. Ik kon dus vroeg naar de bakker in het dorp, zodat ik gepakt en gezakt om 7u45 aan de klim van de Mont Ventoux kon beginnen.

Ik had mij voorgenomen om, na de bocht van St-Estève, wanneer het lange steile stuk begint, zowat om de km even te stoppen om te recupereren. Het liep echter zo goed dat ik dat plan automatisch vergat. Tot Chalet Renard heb ik uiteindelijk 2 stops ingelast om wat te eten en te drinken. De 2de stop was zo dicht bij de Chalet dat ik daar niet hoefde te pauzeren.

Aan de chalet vertrok juist voor mij een groepje van 4 oudere fietsers, die ik een tijdje als gangmakers kon gebruiken. Na 1km moest echter de oudste de anderen laten gaan. Ik bleef achter hem tot hij ook voor mij te traag begon te rijden. Ondertussen was er al een kloof van zo een 300m met de anderen, maar even later moest een 2de van het groepje lossen. Stilaan maar zeker haalde ik die man in en ging hem ook nog voorbij. De andere 2 waren echter al te ver om mij nog van dienst te kunnen zijn.

Het geeft wel een goed gevoel, wanneer je, zwaar beladen, een paar andere fietsers kunt inhalen. Alleen moet ik mijn prestatie wat relativeren, want ik schatte de leeftijd van de fietsers die ik voorbijreed tussen de 70 en de 80.

Door het gangmaken van het groepje, verliepen de kilometers door het kale gedeelte van de berg vrij vlot en mentaal helpt je dat natuurlijk ook om je zinnen van je vermoeidheid, die er toch altijd is, weg te houden. Bovendien, stond er zo goed als geen wind, zodat ik uiteindelijk al rond 10u30 binnen, zonder een 3de stop.

In minder dan 3 uur de top halen had ik helemaal niet verwacht. Ik deed er dus minder dan een half uur meer over dan 2 jaar terug toen ik zonder bagage de klim deed. Ik vermoed dat ik, zonder de rustpauzes, waarschijnlijk ongeveer dezelfde tijd als 2 jaar geleden zou gehaald hebben. Het resultaat van 2 jaar trainen, maar vooral van de al tijdens mijn avontuur afgelegde kilometers en beklommen cols in de Pyreneeën. Aan het gezegde `oefening baart kunst` moet dus voorlopig nog niet getwijfeld worden.

Door het goede weer was het op de top zeer druk. Toch heb ik daar de tijd genomen om wat te eten en te drinken. Ondertussen was er een grote belangstelling voor mijn fiets en hadden velen een bewonderend woordje over de manier waarop ik de klim het gedaan.

Aanvankelijk wou ik in Entrechaux stoppen, maar omdat ik zo vroeg op de top stond, ben ik aan een rustig tempo nog zo een 30-tal km doorgereden, tot Montbrun.

Maandag, 13 juli 2009 Montbrun---Manosque

Over vandaag valt weinig te vertellen. Een verbindingsrit tussen de Mont Ventoux en de Alpen. Een 5-tal vrij lichte hellingen, gespreid over 100 km met daartussen een aantal km relatief vlak.

Tijdens een rustpauze werd ik aangesproken door 2 fietsers: een Fransman en een Deen. De Fransman deed ook elk jaar een randonnée met de fiets. Telkens een week. Hij vertelde dat hij slechts een 10-tal kilogram bagage meenam, met als bijlangrijkste ding: zijn bankkaart. Hij vroeg welk parcours ik volgde en nadat ik hem dat in het kort had verteld riep hij: `Ils sont foux, les belges.`

Dinsdag, 14 juli 2009 Manosque---Le Logis-du-Pin

Omdat het vandaag `Le 14 Juillet` is, kon ik slechts om 8u30 ontbijten in het hotel. Een tegenvaller, want ik wou eigenlijk vroeg de baan op. Ik had namelijk een dagtocht van 126 km gepland en dan vertrek je best vroeg. Ik had me gisterenavond wel al geïnformeerd of de bakker zou open zijn en vanaf hoe laat. Ik was dan ook al voor het ontbijt de nodige proviand voor de dag bij de bakker gaan inslaan. Uiteindelijk kon ik om 9u10 vertrekken.

Van in het begin liep het niet echt gesmeerd. Het was al snel vrij warm en het drinken raakte op op een slecht moment. Meer dan een half uur zonder drinken, was ook niet om het beter te doen lopen. Iets voor de middag kwam ik langs een baanrestaurant. Ik dacht ik kan daar voor de verandering iets lichts eten en tegelijk mijn bidons laten vullen. Ik koos een slaatje, maar had eigenlijk niet goed naar de ingrediëten gekeken. Er zat nogal wat gezouten spek tussen, wat het dorstgevoel alleen maar kon verergeren. Het smaakte mij echter zo goed dat ik toch maar alles binnenspeelde en dat was een grote vergissing. De rest van de dag gedronken als een kameel en dus regelmatig zonder water gevallen. Het parcours viel bovendien zwaarder uit dan verwacht, zodat het een lange lijdensweg is geworden.

Toen ik uiteindelijk op mijn geplande eindbestemming kwam, zag ik al van ver een hotel met een terras vol met parasols en een plaat `Ouvert`. Dus, daar recht naartoe met de idee dat ik eindelijk van de fiets kon. Alleen het hotel was gesloten.

Even navraag gedaan in de buurt en ja, 2km verder was er nog een hotel. Maar, ook gesloten. Dan maar naar een gîte: volzet. Er was echter een camping op 5 à 6 km: gesloten wegens cafetaria ingestort onder de sneeuwdruk deze winter. Buiten de cafetaria, die er nog bijlag alsof het gisteren gebeurde, leek alles nog in perfecte staat, maar van de eigenaar, die er woonde, kreeg ik geen toelating om op zijn gesloten camping wild te kamperen.

`Mais, si vous n`êtes pas trop crevé`, was er op 6 à 7 km mogelijkheid om aan de voet van een zetellift te kamperen. Er was sanitair en kamperen was er toegelaten. Het was nog wel 200m hoogteverschil te overwinnen. Verder zag hij geen andere oplossing in de buurt. Er was maar een klein stukje vrij steil, de rest was vals plat. Nu zag die man eruit alsof hij sinds het inzakken van zijn cafetaria, op alcohol had geleefd. Zodat ik al wat argwaan kreeg over zijn beschrijving van het klimmetje. Bovendien, was hij motorliefhebber en voor die mannen heeft `vals plat` een andere betekenis dan voor fietsers. Het werd dan ook zwoegen om er te geraken. Ik moest een heuse col over en niet van de minste. Uiteindelijk had ik 136 km op de teller. Slechts 10 meer dan gepland, maar 10 die konden tellen, zeker na een rotdag.

Pas om 19u50 kon ik mijn tent beginnen opzetten. Ondanks het feit dat ik op een matje moest slapen, sliep ik snel in en was de nacht zeer kort.

Woensdag, 15 juli 2009 Le Logis-du-Pin---Puget-Thenier

Omdat ik zo moe was, had ik gisterenavond geen wekker gezet om wat langer te slapen, maar om 6u25 werd ik al wakker. Toch nog een half uurtje blijven liggen, want ik had ontdekt dat ik door mijn zoektocht naar een slaapplaats, al een aantal kilometer had gereden van een bijkomende lus, die ik voor vandaag had gepland.

Bij het opstaan voelden de benen vrij goed aan, dus was ik vrij optimistisch voor het verder verloop van de dag.Van de bijkomende klim resten er nog slechts 3 km te doen, die bovendien echt niet steil waren. De volgende 20 km waren relatief vlak, maar dan volgenden er 2 hellingen, kort na mekaar, die niet lang waren, maar wel aangeduid stonden als zeer steil. De benen waren uiteindelijk niet zo goed gerecupereerd als eerst gedacht, maar die 2 hellingen vormden toch geen al te groot probleem.

Daarna kwam er een mooie en lange afdaling tot in Entrevaux. De resterende 7 km tot Puget-Theniers waren echt vlak, zodat die snel afgewerkt waren.

Deze keer wel dadelijk een hotel gevonden. De idee om nog een bijkomende lus te rijden heb ik voorzichtigheidshalve maar laten varen. Het zou 72 km meer betekend hebben en na de dag van gisteren zou dat misschien zuur opbreken.

Ik ben ondertussen in `Les Alpes Maritimes` aangekomen, zodat morgen met de Col de la Couillole, de eerste serieuse Alpencol op het programma staat.

Ik was vroeg genoeg in het hotel om Cavendish zijn 4de ritzege in de Tour te zien behalen.

Donderdag, 16 juli 2009 Puget-Theniers---Isola

De klim naar de Col de la Couillole liep door de Gorge de Cians, een 22 km lange kloof die echt de moeite waard is om door te rijden, maar dus wel bijna constant omhoog gaat. Ondanks dat ik de indruk had dat het geen al te hoge stijgingspercentages waren, liep het weer voor geen meter. Gelukkig bracht de kloof af en toe toch wat verstrooiïng. Na de kloof waren er nog 6 km te klimmen, maar die liepen toch wat vlotter.

Boven op de col stond een Duitse fietser, die van de andere kant kwam. Hij was op zoek naar wat info over wat aan de andere kant lag van de col en een Fransman die hij had aangesproken kon hem niet echt verderhelpen, want hij verstond geen Duits en de Duitser sprak alleen zijn eigen moedertaal. Ik dus nog maar eens mijn beste `Pfaffiaans` boven gehaald. Af en toe fronste hij wel eens zijn wenkbrauwen, maar uiteindelijk kon ik hem toch de info die hij zocht duidelijk maken.

De afdaling naar St-Sauveur-sur-Tinée moest qua schoonheid niet onderdoen voor de Gorge de Cians. De resterende 13 km tot Isola liepen ook al door een mooie nauwe vallei, maar hier was de weg te druk om nog hoog te scoren op de schaal van de esthetiek.

Alles bij mekaar vind ik het parcours van vandaag, van Pont de Cians tot St-Sauveur-sur-Tinée, het mooiste wat ik tot nu toe gezien heb.

In Isola vond ik dadelijk een sober, maar meer dan OK hotelletje, waar ik voor 3 nachten boekte. Morgen staat de bijkomende lus naar de Col de la Lombarde (op de Frans-Italiaanse grens) op het menu en daarna een rustdag.

Volgende aflevering van `Waar zit mijn colli?`Nadat ik in het hotel een douche had genomen, ging ik dadelijk op zoek naar het postkantoor, want ik was beniewd hoe de IDWORX-wieleruitrusting er in werkelijkheid zou uitzien. Maar, ....... Nog geen colli aangekomen.

Ik kreeg 2 telefoonnummers van verdeelcentra van de post, waar ik inlichtingen kon proberen in te winnen, want er waren nogal wat poststukken geblokkeerd door een staking. Mijn intuïtie zei me echter van toch maar eerst nog eens naar het hotel in Bagnères-de-Luchon te bellen om te vragen of het pakket nu wel degelijk was verstuurd.

Telefoon nr 1: hotel: `Bien sur Monsieur, ik heb het postbewijs hier bij mij. Het is wel degelijk op 9 juli verstuurd naar de post van Uzès`.

De aandachtige lezer met een goed geheugen zal begrijpen dat ik moeite had om beleefd te blijven en mijn, gezien de voorgeschiedenis en het geografisch gegeven, meer dan terechte Franse colère, niet voor heel Isola uit te schreeuwen. Voor de minder aandachtige lezer: ik had namelijk via telefoon gevraagd om het pakket naar Bédoin te sturen, waar men mijn colli zou doorzenden naar Isola. Nu lag de colli te wachten om afgehaald te worden in Uzès.

De receptioniste van het hotel gaf me gelukkig het nummer van de post van de colli, zodat ik er naar op zoek kon.

Telefoon nr 2: post Uzès: Ja, uw pakket is hier, maar wij mogen het net doorsturen. U moet naar de dienst verzending bellen, op de 3631, en leg daar uw probleem uit. Zij alleen kunnen er iets aan doen.

Telefoon nr 3: dienst verzending: ik zal u doorverbinden. (Naar waar?) Na 10 minuten nog niemand - ingehaakt.

Telefoon nr 4: 2de poging dienst verzending: Na 8 minuten: Stemcomputer: 'Wij kunnen u momenteel niet verderhelpen. Probeert u later nog een keer.'

Telefoon nr 5: 3de poging dienst verzending: 'Mijnheer, wij mogen daarover niet beslissen, u moet naar het postkantoor van Uzès bellen.'Dus, terug naar af.

Telefoon nr 6: 2de poging post Uzès (andere persoon): 'Neen, mijnheer, uw pakket is hier niet aangekomen' Na enig aandringen en verwijzing naar 1ste telefoontje: 'Toch aangekomen en wij doen het nodige. Het zal dinsdag in Isola aankomen, vroeger is echt onmogelijk.'

Dus, toch enig licht in de duisternis, maar er zit nu niets anders op dan hier in Isola te blijven tot dinsdag. Come and see next tuesday.

Dit verlengd verblijf in Isola zal wel een invloed hebben op mijn verder rijschema, want er vallen een paar dagen weg. Anderzijds, kan ik hier nu 2 bijkomende cols rijden en eens goed recupereren van de voorbij 4.500 km. De laatste dag dat ik echt met een goed gevoel fietste was de beklimming van de Mont Ventoux. Sindsdien, reed ik elke dag met 'dikke benen'. Dus, komt deze extra pauze misschien op het juiste moment.

Vrijdag, 17 juli 2009 / Isola-dag 1

De klim naar de Col de la Lombarde was er een Alpencol, zoals die mij beschreven werden door collega-fietsers in de Pyreneeën: lang maar niet echt steil.

21 km lang, met een hoogtverschil van om en bij de 1.500 m. Alleen de eerste km was echt steil. Het duurde echter tot de 9de km voor de benen lekker draaiden en ik van de omgeving kon genieten.

De klim liep door Isola 2000. Dit is een van de artificiële skibergdorpen, zoals er in Frankrijk veel zijn, waarvoor men het mooie berglandschap serieus verminkt. Zelfs nu de toekomst van de skigebieden zeer onzeker is geworden door de opwarming van onze aardkloot, blijft men deze skigebieden maar verder uitbreiden. Uit principe nam ik hier geen foto's van.

De top van de col lag gelukkig nog 4 km verder en 300m hoger, zodat ik daar kon genieten van de mooie vergezichten aan beide kanten van de grens, terwijl ik bekwam van meer dan 2 u klimmen.

De afdaling was breed met een goed wegdek en weinig verkeer, zodat ik op een half uur weer beneden stond.

De rest van de dag op bed gelegen en een voorlopig schema van de resterende duur van mijn avontuur opgesteld. Als ik rustig het basisparccours wil kunnen afwerken, zal het na Isola gedaan zijn met de bijkomende lussen. Volgens dit voorlopige schema, kom ik op 11 of 12 augustus, in de late namiddag terug in Leuven toe. Er kan natuuurlijk nog van alles gebeuren dat de datum van thuiskomst kan beïnvloeden.

09:35 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

09-07-09

Hoe pakket? Wat pakket? Waar pakket?

Vrijdag, 3 juli 2009 / Carcassonne---rustdag

Toen ik vanmorgen ging ontbijten werd ik aangesproken door een vrouw die ook met de fiets door Frankrijk toerde. Ze had op een of andere manier opgemerkt dat ik me op dezelfde manier verplaatste. Ze bleek Sam(antha) te heten, Australische te zijn, 6 weken verlof zonder wedde te hebben en had zomaar besloten hier een paar weken in haar eentje te komen rondrijden, zonder vooraf geoefend te hebben. Ze deed wel geen cols, wist zelfs niet wat een col was, maar bleek het fietsen toch wat onderschat te hebben. Gisteren had ze een lichte niercrisis gehad en in het ziekenhuis zou men een kleine niersteen gevonden hebben. Blijkbaar was het toch niet zo ernstig, want ze zou vandaag al verder fietsen, zij het kalmpjes aan. Ze had waarschijnlijk teweinig gedronken. Bovendien, had ze haar eetlust verloren en was ze nogal wat kilo's verloren. Weinig eten en drinken terwijl je alle dagen tussen de 40 en 100km fietst, dat wreekt zich vrij snel.

Ze was erg geïnteresseerd in de projecten van Kids For Uganda en informeerde zelfs naar het rekeningnummer om een bijdrage te storten. Een Australische sponsor, dat zou een primeur zijn.

Omdat, zoals gehoopt, de zon van de partij was, ging ik foto's maken in de oude stad. Bij nader toezien, bleken bijna alle huizen hun middeleeuws uitzicht verloren te hebben, zodat, buiten de omwalling, de burcht en de kerk, er niet veel te fotograferen viel.In de 'nieuwe' stad, een internetcafé opgezocht, om het vorige stukje en foto's te publiceren.

Daarna in een parkje gepicknickt met 'du pain, du vin et du fromage de brébis d'Iraty'. Ik vind deze schapenkaas zo overheerlijk, dat voor mij de betekenis van het oorspronkelijke gezegde 'du pain, du vin et du Boursin' opnieuw gereduceerd zou moeten worden tot zijn reden van ontstaan, namelijk tot de commerciële slogan.Ook nog op een terrasje van 'un grand café' met taart genoten, in de weldoende schaduw van een parasol. You only live once, you know!

Toen ik terug in de jeugdherberg kwam, hoorde ik de man achter de balie achtereenvolgend Frans, Spaans, Portugees en Italiaans praten. Ik had hem de dag voordien ook al in het Engels en het Duits bezig gehoord. Toen ik hem hierover, als test, in het Nederlands aansprak, antwoordde hij in het Nederlands dat hij die taal niet meester was. Wel het Russisch en het Arabisch. Het Chinees en Japans gingen ook al vrij vlot, want die talen studeerde hij sinds 2 jaren. Toen ik hem vroeg waarom hij met zo een kennis in een jeugdherberg werkte, zei hij: 'parce que c'est un job cool'. Nu ja, veel stress zal hij hier niet hebben en zijn kennis komt hier natuurlijk goed van pas.

's avonds in de bar gepraat met de barman. Dit bleek een Engelse universiteitsstudent Frans-Spaans te zijn, die hier, na een jaartje Spanje, voor zijn 3de jaarsstage 6 maanden kwam werken. Die gast sprak Frans zonder enig Engels accent. Van de ene talenknobbel, naar de andere.

Zaterdag, 4 juli 2009 / Carcassonne---St-Pons

Het ontbijt in de jeugdherberg was niet veel zaaks. Dat kwam goed uit, want ik had besloten om wat minder calorieën binnen te spelen, want in ik kreeg de indruk dat, na wat vermagerd te zijn tijdens de eerste weken, ik die paar kilo's al meer dan teruggewonnen had. Tot nu toe kocht ik elke morgen koffiekoeken voor tijdens de dag. Ik ga nu proberen het met gewoon brood en beleg te doen. Het zal wel wat zoeken worden om te vinden wat me goed afgaat, want eigenlijk hebben die koffiekoeken mij toch al tot over de Pyreneeën geholpen.

Ik ben blij dat ik vandaag een stuk van het basisparcours van de 100 cols tocht heb afgesneden, om de BIG Pic de Nore te gaan beklimmen (met bagage). De weg naar deze top loopt door een soort gorge waar bijna geen verkeer komt, is wel vrij lang, maar niet steil. Om terug op het basisparcours te komen, moet je dan wel over een bijkomende col, zodat mijn gekozen weg niet alleen mooier, maar ook zwaarder uitvalt. Dit is misschien een tip voor de organisatoren van de 100 cols tocht.

Zondag, 5 juli 2009 / St-Pons---Ceilhes-et-Rocozels

Over vandaag valt er eigenlijk weinig bijzonders te vertellen, behalve dat ik tijdens de klim naar de Col de l'Espinousse, in het steilste stuk een fietser voorbij reed die het blijkbaar zeer moeilijk had. Zijn fiets was licht geladen en de man zag er ouder uit dan ik. Op de top wou ik wat eten en even later kwam de man aangereden. Hij had juist de laatste klim van een 5-daagse fietstocht afgewerkt, want hij had een buitenverblijf aan de voet van de col. Dus, nog juist afdalen en het zat er op voor hem. Het was een Engelsman, die in Schotland woonde en deze tocht had ondernomen om zijn 70ste verjaardag te vieren. Ik hoop dat ik op mijn 70ste nog kan wat die man zojuist kwam te volbrengen.

Maandag, 6 juli 2009 / Ceilhes-et- Rocozels---Rochebelle

Omdat ik een lange dag in het vooruitzicht had, was ik opgestaan om 5u45. Dat kon want ik had de nacht doorgebracht op een camping en dan kan je natuurlijk ontbijten wanneer het je past. In de hotels is dat doorgaans ten vroegste om 7u30. Ik was dus vroeg op weg om onder andere de Mont St-Baudille te beklimmen, een BIG buigen het basisparcours. Dit vormt uiteraard een omweg, maar door tegelijkertijd een stuk van dat basisparcours af te snijden, blijft het aantal bijkomende km met bagage beperkt. De gevolgde afwijkende route bleek opnieuw een aangenaam, verkeersluw baantje, wel met veel stijgen en dalen, maar ondertussen worden we dat stilaan gewoon. Daar waar ik gisteren regelmatig de indruk had dat ik in het Zwarte Woud was beland, reed ik nu door een vrij dor en vaak niet gecultiveerde gebied. Het was bovendien zeer warm, zodat dit mij aan woestijntoestanden deed denken. Gelukkig kon ik regelmatig mijn bidons bijvullen. Waarschijnlijk door de warmte ging het mij steeds minder goed af en was ik blij in Rochebelle aan te komen. Ik nam een kamer in een hotel en kreeg er eentje op de 3de verdieping. Mijn bagage drie verdiepingen hoog sleuren veel dik tegen. Achteraf bekeken was dit normaal. Ik had er trouwens 96km opzitten en meer dan 1500m hoogteverschil, met diezelfde bagage, tijdens een snikhete dag. Een geluk dat ik 's morgens nog van een paar frisse uren had kunnen genieten.

Dinsdag, 7 juli 2009 / Rochebelle---Ste-Croix-Vallée-Francaise

De dag begon dadelijk met de beklimming van de Col du Minier. Opnieuw geen opwarming en de eerste hectometers dadelijk rond de 15%. Dat beloofde niet veel goeds, want de top lag nog zo een 20km verder. Na het steile begin verminderde het stijgingspercentage echter gevoelig. Beroepsrenners zouden hier zeker met de ketting op het buitenblad omhoog rijden. Ik deed het zoals gewoonlijk rustig aan, want de Mont Aigoual en de Col de Solpérière volgden ook nog. Er stond tamelijk veel wind en meestal in het nadeel, zodat het af en toe toch nog knap lastig klimmen was.

De Mont Aigoual bleek een verderzetting te zijn van de Col du Miner, zowel qua stijgingspercentage, als qua hoogte, zodat ook deze, mits het nodige geduld, geen al te grote problemen opleverde. De Col de Solpérière was echter uit andere rotsen gesneden. Slechts 5km, maar met serieus steile stukken erin. De afdaling die hierop volgde was echter een mooie beloning voor de klim. 18km lang en langs een rustig smal baantje. Beneden wachtte ook mijn eindbestemming van vandaag.

Op 3km voor het einde was de baan echter over de hele breedte opgebroken en lag er een geul van 1/2m diep en 4m breed, met aan een kant een zeer actieve graafmachine en aan de andere kant een hoop grond. Toch maar eens gevraagd of ik er op een of andere manier door kon geraken. Dat bleek uiteindelijk geen probleem. Samen met een van de arbeiders en een toevallige toeschouwer, hebben we de fiets gewoon over de hindernis gedragen. Ik was erg opgelucht, want ik had echt geen zin om rechtsomkeer te maken. Dat zou betekend hebben dat die 15km die ik juist gedaald had, plots een onvoorziene klim zou geworden zijn.

Ste-Croix-Vallée-Francaise was een vrij ongewoon dorpje. Met zo een naam kan dat moeilijk anders. Het was klein en oud en als er geen colonie hippie-achtige alternatievelingen was neergestreken, was de bevolking er waarschijnlijk al een tijdje uitgestorven. Sommigen leken er half stoned bij te lopen en op het terras van het hotel werd uitzonderlijk veel gegiecheld. Waarschijnlijk allemaal zeer gelukkige mensen!?

Woensdag, 8 juli 2009 / Ste-Croix-Vallée-Francaise---Uzès

Opnieuw begon de dag met een relatief korte, maar steile klim, zonder opwarming. Misschien zou de maker van de dagschema's hiermee maar eens rekening moeten gaan houden. Anderzijds, begin ik er wel aan te wennen en lijk er de rest van de dag geen hinder van te ondervinden.

Na de eerste klim volgden nog een paar lichtere hellingen. Blijkbaar hebben de Pyreneeën mijn conditie verbetert, want hellingen met dezelfde moeilijkheidsgraad als klimmetjes in het Centraal Massief, worden nu veel vlotter verteerd.

Na de klimmetjes restten er mij nog 50 relatief vlakke kms af te leggen. Met een fikse rugwind was dit vrij snel afgehaspeld.

Rond 15u30 kwam ik in Uzès aan en kon ik naar de post om een colli af te halen. Na een contact met de fabriek van IDWORX, hadden ze mij namelijk een fietstruitje opgestuurd naar het hotel in Bagnère-de-Luchon, waar wij met de familie hadden gelogeerd. De bedoeling was dit truitje te dragen tijdens de beklimming van de Mont Ventoux en op de top een foto te maken van mij met de fiets, om die op hun website te zetten. Door omstandigheden was het pakket er echter nog niet toen wij het hotel verlieten. Geen nood! Ik vroeg het pakket zo snel mogelijk 'post restant' door te sturen naar Uzès, wat ze met plezier zouden doen. 3 dagen na ons vertrek uit het hotel, belde ik naar het hotel en kreeg bevestiging dat de colli was aangekomen en dat het de volgende morgen zou worden verstuurd. Enkele dagen later belde ik de post in Uzès om na te gaan of er een pakket op mij lag te wachten, maar daar mocht men geen inlichtingen geven via telefoon. Je voelt het waarschijnlijk al aankomen. Inderdaad, mijn fietstruitje was tot op vandaag nog niet in Uzès aangekomen.

Dus, even bellen met het hotel om te informeren. Ja, alles was ok met de colli, want het lag vóór hen op de receptie. Van snel doorsturen gesproken! Dus vraag ik hen het door te sturen naar Bédoin, het dorp aan de voet van de Mont Ventoux. Aan de andere kant van de lijn: 'Of ik hen dan de juiste postcode kon bezorgen, want als er meer dan 1 Bédoin zou bestaan, zouden ze zich kunnen vergissen. Ik kon dat toch even opzoeken op internet.'

Ik dacht 'Geen nood. Ik stap terug even het postkantoor binnen en vraag het snel.' Het was inderdaad snel gevraagd, maar het antwoord was vrij verrassend: 'We kunnen u dat niet geven, want wij beschikken daar niet meer over. Door het internet heeft iedereen daar nu toegang toe, maar wij hebben hier geen internet.' Op mijn vraag of ik wel degelijk naar een postcode vroeg in een postkantoor, kreeg ik nochtans een bevestigend antwoord.

Soit, ik naar een internetcafé. Daar de juiste postcode opgezocht en dat braafjes naar het hotel doorgebeld. Dat bleek 'très gentille de ma part' (vond ikzelf ook) en ze zouden het pakket met plezier morgenvroeg doorsturen. Waar had ik dat nog gehoord?

Omdat ik, normaal gezien, overmorgen al in Bédoin aankom, is de kans klein dat de colli er al zal zijn. Een bijkomende rustdag lijkt er aan te komen. Ik hou jullie op de hoogte!

Donderdag, 9 juli 2009 Uzès---12 rustdag

Omdat ik vermoedelijk in Bédoin toch een rustdag zal moeten nemen, reed ik vandaag maar een bijkomende lus van 50km naar de Guidon du Bouquet. Heel rustig, zonder bagage, met een lekker zonnetje, niet te warm door een aangenaam briesje en langs een op en neer deinend en meestal zeer rustig weggetje tot aan de voet van de klim. Dat was pas heerlijk fietsen!!!

Ook de klim was prettig om doen. Mooi kader, niet te lang, maar pittig genoeg (tot 15%) om er nadien een voldaan gevoel aan over te houden.

Van op de top was in de verte vaag de Mont Ventoux te zien. Gisteren had ik hem ook menen te zien, maar nu was ik er zeker van. Een oriëntatietafel is daar namelijk handig voor.

Op de top was ook een startplaats voor parapentes, wat mij natuurlijk een paar ingebeelde vluchten deed maken.

Ik had over de heenrit 2 uren gedaan. De terugrit zat er in minder dan een uur op, zonder enige inspanning van betekenis. Natuurlijk door de afdaling, maar vooral door de rugwind die mij vaak aan meer dan 30km per uur voortstuwde. Terug in het hotel had ik dan ook niet het gevoel 50km gedaan te hebben, met een redelijke klim er bovenop.

14:25 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-07-09

Familiebezoek

Zaterdag, 27 juni 2009 rustdag in Bagnères-de-Luchon

De familie stond al om 7u aan het hotel. Het was zelfs nog wat te vroeg om te ontbijten. Het was een leuk weerzien na bijna anderhalve maand alleen telefonisch contact.

Na een uitgebreid ontbijt gingen ze toch enkele uren slapen, omdat ze de hele nacht hadden doorgereden en ook al slaap je dan af en toe, je bent toch nooit uitgeslapen. Tegen de middag naar het Lac de Baldeh gewandeld om er te picknicken.Het was eigenlijk een vijver en zelfs nog niet eens zo een grote. Gelukkig was er aan de overkant een aerodroom waar zweefvliegtuigen werden opgetrokken en waar parapentes landen. Daar hebben we meer aan gehad dan aan de `Vijver de Baldeh`. Het goede weer zorgde er mee voor dat de picknick echt gezellig was.

Daarna terug naar het hotel gewandeld en onderweg in een restaurantje gereserveerd voor het `diner à 19 heures`. De meesten hebben nog wat gerust voor we gingen avondeten. Ook dat etentje werd gezellig.

Zondag, 28 juni 2009 Bagnères-de-Luchon---Col de Menté

Om 9u de familie uitgewuifd. Zij stonden voor een langere dag dan ik. Het deed toch deugd eens bekend volk te kunnen vertellen over mijn belevenissen.

Rond 10u15 kon ikzelf ook de baan op, richting Port de Balès. Hiervoor moeten eigenlijk eerst 4 km van de Col de Peyresourde vanuit Luchon worden gedaan. Die klim begint onmiddellijk bij het verlaten van het centrum van de stad en is dadelijk vrij steil. Van opwarming was er dan ook geen sprake. Ik weet niet of dit de oorzaak was, maar ik heb van de hele dag nooit het goede ritme gevonden. Het kan ook gewoon geweest zijn omdat de Port de Balès en de Col de Menté, die ook moest worden afgewerkt, 2 Cols zijn met respectievelijk ongeveer 8 en 9% gemiddelde stijgingsgraad over heel hun lengte (6 en 9 km). Met complete bepakking is dit nooit een lachertje. De klim naar de Port de Balès loopt gelukkig langs een bijna verkeersvrij baantje, dat ook nog door een enig mooie vallei kronkelt. Ook de afdaling was heel mooi en leuk om doen. Door het vele bochtenwerk en de smalle weg kon er onmogelijk snel gedaald worden, zodat de benen wat tijd hadden om te recupereren. Tijdens de klim naar de Col de Menté had ik echter niet het gevoel dat de benen van de afdaling hadden kunnen genieten. Het werd dus 9 km zwoegen. Tijdens de laatste 3 km stopte ik zelf bijna om de 500m om de hartslag te doen dalen. De warmte zal zeker ook wel een rol gespeeld hebben. Rond 16u30 haalde ik de top. De op mijn papieren aangekondigde gîte, die op de top gelegen was, was gelukkig open en niet volzet. Daar was ik heel blij mee, want ik was echt aan het einde van mijn fietslatijn.

Maandag, 29 juni 2009 Col de Menté---Aulus-les-Bains

Uiteraard begon de dag met de afdaling van de Col de Menté. Spijtig van het overtrokken weer, want de afdaling was opnieuw mooi en leuk om doen.

Kort na de afdaling begon de klim naar de Col de Portet d`Aspet. Slechts 4km lang, maar met een serieus stijgingspercentage. Al na een paar 100m al even gestopt, niet omdat het nodig was, maar om het herdenkingsmonument voor Fabio Casartelli eens te bekijken. Deze wielrenner verongelukte op deze plaats tijdens de Tour van 1995. De rest van de klim heel behoedzaam afgewerkt, want de Col de la Core en de Col de Latrape stonden ook nog op het programma. Gelukkig waren de benen stukken beter dan gisteren. Het was ook heel wat minder warm. Ik begin te geloven dat warmte en fietsen voor mij moeilijk te combineren zijn, want in tegenstelling tot de Col de Soudet, waar ik ook zo heb afgezien en waar het ook zeer warm was, denk ik dat ik gisteren wel voldoende had gedronken.Enfin, vandaag was het alleszins heel wat aangenamer om naar boven te fietsen.

In Aulus-les-Bains mijn intrek genomen in een gîte die zich vooral richtte op de GR10 wandelaars. De GR10 is het wandelpad dat de Pyreneeën doorloopt van de Atlantische Oceaan tot de Middellandse Zee. Er waren nog 3 andere gasten, die natuurlijk wandelaars waren. Zij waren toch geïnteresseerd in mijn 100 cols tocht en omdat ik ook wat kon vertellen over de trekkings over GR-paden, die ik met Tom en Wim heb gedaan, was de avond snel om.

Dinsdag, 30 juni 2009 Aulus-les-Bains---Foix

De voet van de Col d`Agnes ligt bijna in het centrum vabn Aulus-les-Bains. Dus, zoals vorige zondag, geen sprake van opwarming en oo onmiddellijk serieuse stijgingspercentages. In tegenstelling tot zondag, vond ik na een tijd wel een goed ritme, zodat deze col, mits de nodige rustpauzes natuurlijk, vrij goed verteerd werd. Maar goed ook want, een 10 km verder, wachtte de Col de Puéguere. Slechts 3,6 km lang, maar met een gemiddeld %-age van meer dan 11 en een maximaal stijgingspercentage over 1km van 14%, met daarin ook nog een stukje aan 18%. Ik had mij op voorhand voorgenomen om , zo nodig, op tijd af te stappen en de fiets te duwen, om het risico te vermijden omver te vallen omdat ik de pedalen niet meer rond kreeg. Ik begon dus zeer behoedzaam aan deze beklimming. Al na 20m gebruikte ik de allerkleinste versnelling, waarmee je dus per pedaalomwenteling maar 1,5m verder geraakt. Ik kon slechts een grotere versnelling gebruiken wanneer ik recht op de trappers ging staan en zelfs dan moest ik vaak naar de kleinste. Aan de eerste 2 km scheen geen einde te komen. Zwoegen, trekken en sleuren en om de 3 à 400m aan de kant om de hartslag binnen de perken te houden. Gelukkig steeg de laatste 1,5km slechts met 10%. Uiteindelijk, heb ik alles al fietsend kunnen afleggen, maar wel met heel wat voeten aan de grond te hebben gezet. Het belangrijkste was echter dat ik de top het gehaald. Ik vraag me zelfs af of het duwen van mijn fiets, makkelijker zou zijn geweest. Als ik hem soms eens een paar meter moet duwen, om hem bijvoorbeeld in de schaduw te zetten, valt mij telkens op hoe moeilijk die fiets met al die bagage te hanteren valt.

Met de Col de Puéguère heb ik de laatste grote col van de Pyreneën in het basisparcours afgewerkt. Misschien doe ik morgen nog 2 bijkomende lussen, die wel nog hoge cols aandoen, maar dat hangt af van het al dan niet tijdig hersteld geraken van een vandaag afgebroken maaltand.

Woensdag, 1 juli 2009 - Foix---Chalabre

Ik kon pas om 14u30 bij een tandarts terecht, dus had ik `s morgens al de tijd om de Prat d`Albis te gaan beklimmen. Geen al te moeilijke klim, maar toch meer dan 900m hoogteverschil. Het duurde een tijdje voor ik het goede ritme gevonden had, maar daarna ging het vrij vlot en kon ik genieten van de mooie panorama`s van de omgeving van Foix.Na het tandartsbezoek, dat vlot verliep, kon ik pas om 15u30 vertrekken richting Laroque d`Olmes, vanwaar ik morgen de Montségur zou kunnen aanvallen. Het hotel dat op mijn papieren stond, had echter zijn deuren al een tijdje gesloten en een camping was er al evenmin. De Mont Ségur zal voor een andere keer zijn, want uiteindelijk ben ik tot Chalabre doorgereden en dat is wat ver om terug te rijden voor de klim vanuit Laroque d`Olmes.Vandaag was al duidelijk te zien dat ik wegreed van de Pyreneeën. Ik zag al verschillende graan- en maïsvelden, wat je in het gebergte nooit te zien krijgt. Ook de bomen krijgen stilaan dat Zuiderse uitzicht. Ik reed zelfs al door straten afgezoomd met grote platanen, wat zo typisch is voor Zuid-Franse dorpjes.

Donderdag, 2 juli 2009 Chalabre---Carcassonne

De 51km tussen Chalabre en Carcassonne waren tegen de middag al afgewerkt. Ik moest hiervoor wel 4 `cols` over, maar die waren echt niet meer te vergelijken met de echte cols van de Pyreneeën. Bij het vertrek was het vrij warm, maar al snel betrok de hemel en de laatste kilometers begon het te motregenen. Jammer, want het is wel een mooie streek, met opnieuw veel wijngaarden en zonnebloemenvelden. IK reed ook door het stadje Limoux, waar alles in het teken staat van zijn schuimwijn Blanquette de Limoux.

Het oude Carcassonne is van buitenaf gezien, een zeer goed bewaarde Middeleeuwse stad, nog volledig ommuurd en gerestaureerd. Wanneer je echter binnen de muren komt, wordt je overstelpt door de winkeltjes en restaurantjes, zoals die je in alle toeristische centra tegenkomt. Je kan er zelfs kebab eten. Zo heb je meer de indruk in een pretpark rond te lopen dan in een oude stad. Er loopt bovendien zoveel volk rond, dat je ook nog moet opletten dat je tegen niemand oploopt.De jeugdherberg van Carcassonne, waar ik mijn rustdag zal doorbrengen, ligt middenin deze middeleeuwse stad, maar is een modern gebouw, zodat ook hier van het middeleeuwse gevoel niets te merken valt.

Juist voor mij checkte er een gezin in waarvan de moeder ook in het RIZIV werkt. Zij zijn doen hun reis naar Spanje in etappes en gaan telkens wat bezoeken. Carcassonne is daarvoor een ideale tussenstop.

In de namiddag ook eens in de oude stad rondgewandeld, maar om de toch nog interessante plekjes te fotograferen, liep er teveel volk rond. Hopelijk is het morgenvroeg zonnig weer, dan probeer ik foto`s te maken voor de bussen met toeristen aankomen.

11:22 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-06-09

Tussenstand

Nu ik, in tijd,  zowat halverwege mijn avontuur ben beland, wordt het tijd om eens een tussenstand door te geven:

- aantal gereden kilometers: 3.154

- totaal aantal beklommen hellingen: 107

    waarvan 55 côtes en 52 cols

van die 52 cols zijn er 33 opgenomen op de lijst van de Challenge BIG.

 

Hopelijk houden we dit vol tot de thuiskomst!?

16:56 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

We are the real hero's!!

Zondag, 21 juni 2009 Luz-St-Sauveur---Barrancoueu

 Gisteren werd de  Mont Ventoux beklimming georganiseerd door Sporta. Dat moet ook eens tof zijn om mee te maken, met zo een pak volk samen naar boven rijden. Maar een mens moet keuzes maken. Zij hebben dus vandaag niet met mij de Tourmalet kunnen doen. Spijtig voor hen, want het was goed weer. Niet te warm, weinig wind en toch redelijk veel zon. Bovendien, vind ik het decor waarin de weg naar de Col du Tourmalet ligt veel mooier dan die van de Mont Ventoux, al is dat decor ook al niet mis. Ik was vrij laat op weg, maar omdat het niet warm is geworden, maakte dat uiteindelijk niet zoveel uit. Ik zou toch niet veel km`s rijden. Ik had gisteren al met de idee gespeeld om na de Tourmalet ook de Col d`Aspin er eventueel bij te nemen, mocht de Tourmalet vlot verteerd geraken. Zelfs dan zouden het maar 62km worden, maar ik zou de beslissing pas nemen in Ste-Marie-de-Campan, na de afdaling van de toch wat gevreesde Tourmalet. Ik schrijf dit stukje in in Barrancoueu. De   (zeer, zeer goede) Frankrijkkenners weten dat dit een gehucht is van Arreau, dat aan de andere kant ligt van de Aspin tov de Tourmalet. Deze laatste bleek dus minder te vrezen dan gebleken, ook al blijft het  natuurlijk een serieuze klepper. Mijn taktiek van steeds op reserve te rijden blijft lonen. Je wordt dan op zo een bekende beklimming, op een zondag, door een hele stoet fietsers voorbijgereden, maar daar moet je dan maar in berusten. Ik moet wel toegeven dat, wanneer je zoveel jaar competietiesport hebt gedaan, dat toch even wennen is. De aanmoedigingen en de blijken van respect die je onderweg krijgt omdat je zo zwaar geladen die uitdaging aangaat, maken echter veel goed.

 Op de toppen van de bekende cols, die nu toch elkaar snel opvolgen, krijg je heel veel reacties, zowel van de collega fietsers, als van de toeristen, die de uitdaging aangingen met hun mobilhome. De fietsers, die vaak fanatiek bezig zijn met hun materiaal, komen dikwijls vragen stellen over mijn, in hun ogen, niet alledaagse fiets, zeker niet om cols te beklimmen. De meesten kennen noch het IDWORX-merk, noch de Rohloff-versnellingsnaaf, maar allen vinden ze het een prachtfiets, wat ik uiteraard alleen maar kan bevestigen.

 Op de top van de Tourmalet was enkele ogenblikken voor mij, vanaf de andere kant, een Engelsman aangekomen, die eveneens vrij zwaar was geladen. Die vond het blijkbaar zo verrassend dat wij daar zo goed als samen aankwamen en was zo blij dat hij er geraakt was, dat hij spontaan naar mij kwam en zei: ` We are the real hero`s`, wat ik natuurlijk volmondig beaamde. Hij wou absoluut een foto van ons beide en vroeg iemand om die foto voor hem te maken. Plots haalden verscheidene toeristen hun fototoestel boven en vereeuwigden ons op hun gevoelige digitale plaat, als souvenir aan hun bezoek aan de Tourmalet. Ik heb dat dan maar opgevat als een erkenning van mijn sportieve prestatie.

In zo een sfeer, waarin je je inderdaad een held gaat voelen, was de besissing om de Col d`Aspin er vandaag bij de nemen natuurlijk al genomen voor ik de afdaling begon. Gelukkig, was die col net zoals dat op mijn papieren stond, heel wat makkelijker van de eerste. In Arreau aangekomen, zag ik een wegwijzer naar een gîte op 2 km. Die bleken echter vrij goed omhoog te gaan en te l(e)i(j)den tot in het gehucht Barrancoueu. Daar aangekomen bleek de gîte gesloten, maar verwees de eigenaar me naar zijn moeder, die 200m verder woonde en appartementen verhuurde. Ik huur hier nu een heel appartement voor 3 nachten, voor de prijs van een gemiddelde hotelkamer. Hiervoor heb ik wel wat moeten onderhandelen, maar daar kwam mijn ervaring opgedaan in Oeganda goed van pas.

Het is de bedoeling om van hieruit 2 dagen bijkomende lussen te rijden. Ik zal dus wel rekening moeten houden met de kuitenbijter, die er nu telkens op het laatste bijkomt om aan mijn suite met 2 slaapkamers te geraken.

Maandag, 22 juni 2009 Barrancoueu--- bijkomende lus

Vanuit Barrancoueu kon ik 4 BIG cols beklimmen. 3 in de richting van Spanje. 1 richting binnenland. De 3 richting Spanje vertrekken allemaal vanuit St-Lary. Ze zouden samen 120km vragen en ongeveer 2.700m hoogtemeters. Voor mij een koninginnebergrit, zelfs zonder bagage.

Het plan was eerst de verst afgelegen helling te doen, dus de `Route des Lac` naar Lac d`Aumar, gelegen op meer dan 2.100m hoogte.

Daarna, de middelste, de Col d`Azet en daarna eventueel nog naar Pla d`Adet.

De beklimming naar Lac d`Aumar liep opnieuw door een prachtig decor. Eerst bos, daarna meer en meer open en de laatste kilometers langs verschillende meren. Geen makkelijke klim, met op een zeker gedeelte haarspeldbochten om de 100m. Er was dus genoeg afleiding om de kilometers te doen voorbijvliegen. Omdat ik vroeg in het zadel zat, bereikte ik Lac d`Aumar al om 11u.

In de afdaling heb ik mij in het bovenste gedeelte van de haarspeldbochten gezet, om wat calorieën binnen te spelen voor de volgende klim. Ik was blijkbaar vroeg aan de klim begonnen, want er was mij niemand voorbijgereden. Nu kwam de ene fietser na de andere naar boven gereden en ik denk dat daar nogal wat beroepsrenners tussen zaten, want de meesten hielden er een serieus tempo op na.

Om 12u stond ik aan de voet van de col d`Azet. Ook dit was een leuke klim en zowat halverwege ontdekte ik verschillende parapentes in de lucht. Ik kon ze volgen tot wanneer ik op de top was. Dit deed mij natuurlijk dromen van de tijd toen ikzelf parapente vloog. Op weg naar Asasp had ik er ook al eentje gezien. Die had mij al doen nadenken of ik toch maar niet opnieuw zou gaan vliegen. Het was iets dat ik erg graag deed. Toen ik echter mee in Kids For Uganda stapte, bleef er onvoldoende tijd over om genoeg te kunnen vliegen om de nodige reflexen te behouden in gevaarlijke situaties en ben er toen uit veiligheidsoverwegingen mee gestopt.

Om 14u stond ik opnieuw beneden en dacht Pla d`Adet nog wel aan te kunnen, ook al had ik ook van deze klim geen gegevens. Het was slechts 2km tot de voet, zodat ik er snel aan kon beginnen. Aan de voet werd onmiddellijk duidelijk dat dit geen trainingshellinkje was. Er stond aangegeven dat hij 10km lang was met een hoogteverschil van bijna 900m. De snelle rekenaars weten dat het gemiddelde dan rond de 9% moet liggen en dat is over 10km geen lachertje. Diegenen die mij wat beter kennen, zullen al weten dat ik er toch maar aan begonnen ben. Ik stond daar nu eenmaal aan de voet, wel met serieuse twijfels of het nog ging lukken met al 2 klimmen in de benen, maar `Waar een wil is, is een weg`, heb ik ooit horen zeggen. Ik heb dan maar getest of het gezegde ook in omgekeerde volgorde van toepassing is. Het resultaat is dat ik proefondervindelijk bewezen heb dat waar een weg is, er ook een wil is. Nu weet ik wel dat mijn bewijsvoering maar zwakjes uitvalt, maar wie niet akkoord gaat moet dan maar het tegendeel bewijzen.

Tijdens de beklimming zag ik plots een 60-tal parapentes in de lucht, waarschijnlijk ging het om een competitie (achteraf vernomen dat het om de Franse kampioenschappen ging). Dat heeft mij uiteraard geholpen om mijn zinnen van de vermoeide benen weg te houden. Nu staat mijn besluit vast: IK GA TERUG VLIEGEN.

Uiteraard zeer moe, maar zeker even voldaan, kwam ik, na wat inkopen gedaan te hebben, terug in mijn suite om 17u15. Het is een lange dag geworden, maar dat liet mij toe om er morgen een korte van te maken, met alleen de Col de Beyrède op het lijstje.

 

Dinsdag, 23 juni 2009 Barrancoueu---2de bijkomende lus

De eigenares van het apartement waar ik verbleef, had gezegd dat de Col de Beyrède veel makkelijker was dan de Peyresourde. Dus dacht ik, we gaan dat daar even afhaspelen, dan heb ik veel tijd om te rusten voor de volgende dagen. FORGET IT! De 7 km tot de voet waren dalend valsplat, zodat ik er een stevig tempo kon op nahouden. Daar waar ik echter de grote baan moest verlaten om naar het dorpje Beyrède te rijden, werd me duidelijk dat er van `snel afhaspelen` niet veel in huis zou komen. Er stonden geen %-ages aangegeven, maar de eerste hectometers moeten minstens 15 à 16 % geweest zijn. Ik vermoed dat de eerste 3 km het stijgingspercentage continu tussen de 10 en de 16% bleef schommelen. De benen waren de koninginnerit van gisteren nog niet vergeten, maar gelukkig kon ik dit zonder bagage af`kreunen`.  Na de eerste kilometers volgde een vrij lang stuk met lage %-ages. Hoe langer dit relatief vlakke stuk duurde, hoe groter mijn vermoeden werd dat de laatste kms opnieuw steil zouden zijn. Spijtig genoeg werd mijn vermoeden bevestigd. Met een paar tussenstops ben ik toch bovengeraakt, waarna ik, via een lichtgevolgde bosweg, op de klim van de Col d`Aspin terecht kwam, op 2 km van de top. Gelukkig, zijn dat geen steile kms meer. Ik had deze weg gekozen omdat de afdaling van de Aspin richting Arreau een mooie en plezierige afdaling is, die ik wel een 2de keer wou doen. Zo vermeed ik ook de 7km langs de grote baan van Beyrède naar Arreau.

Woensdag, 24 juni 2009 Barrancoueu---rustdag

Vandaaag voelde ik mij echt niet in vorm en heb dan maar een bijkomende rustdag ingelast. Wat langer slapen en Arreau gaan bezoeken

Omdat ik al vaak reclame had gezien voor `Gâteaux à la broche`, kocht ik mij zo een gebak voor mijn vieruurtje. Het wordt gemaakt van een soort dikke pannenkoekendeeg, die boven een houtvuur op een kegelvormige houten spie wordt gegoten. Die spie wordt constant gedraait en er worden verschillende lagen deeg op mekaar gebakken. Het resultaat lijkt van ver op een kerstboom en de smaak houdt het midden tussen koude pannenkoeken en een zware cake. Niet slecht, maar je moet er niet veel van eten om een hele tijd een verzadigd gevoel te hebben.

De andere inkopen waren gepland voor na een dagmenu van 12€, maar toen ik om 13u30 aan de supermarkt kwam, bleek die gesloten tot 15u. Dit was het eerste grootwarenhuis dat ik op mijn weg tegenkwam dat in de namiddag de deuren sloot, zoals de kleinhandelaars. Ik heb dan maar in een parkje wat rekoefeningen gedaan en verder op een bank in de schaduw, genoten van de mooie omgeving en het goede weer. Ik was namelijk te voet naar Arreau gekomen en had geen zin om een halfuur omhoog te stappen in de blakende zon, om na een half opnieuw naar Arreau te moeten gaan.

Donderdag, 25 juni 2009 Barrancoueu---Luchon

Omdat ik slechts tot Bagnères-de-Luchon zou rijden nam ik al de tijd om alles klaar te maken voor het vertrek. Rond 12u30, was mijn suite opgeruimd en mijn fiets geladen. Na nog een foto genomen te hebben van de fiere bazin, kon ik richting Col de Peyresoude vertrekken.

Dit werd een vrij zware klus, maar met veel geduld haalde ik ook hier de top. Er reste dan nog een 14km lange afdaling tot Luchon. Daar checke ik in, in het hotel waar zaterdag mijn familie op bezoek zou komen. Ik had dan ’s anderdaags de tijd om 2 bijkomende hellingen te gaan ‘bekijken’: de Col de Portillon en de klim naar Luchon-Superbagnères.

Vrijdag, 26 juni 2009 Luchon---Bijkomende lus

Met de Col de Portillon en Luchon-Superbagnères moesten er slechts 56km afgelegd worden. Van de Col de Portillon ligt de top op de Frans-Spaanse grens. Ik vermoedde dus geen al te zware beklimming, omdat zulke cols doorgaans minder hoog en steil zijn, dan klimmen naar een top of naar een skioord. Op een 2-tal steilere stukken na, was het inderdaad een klim die goed te doen was, met de top op slechts 1.492m.

Ook al was ik slechts pas om 9u30 vertrokken, stond ik al rond 11u15 terug beneden om naar Superbagnères te rijden. Dat is dus wel een skioord op 1.800m, maar uiteindelijk viel de klim nog mee. Bij geen van beide beklimmingen stonden er percentages aangegeven, zodat ik voor de geïnteresseerden geen details kan geven. Wel, had ik bij de Portillion zonnig weer, maar was de zon al achter de wolken verdwenen toen in aan de 2de klim begon. De laatste 5km moesten zelfs in de wolken worden afgelegd, zodat ik me soms op de zijkant van de weg moest oriënteren om niet van de weg te geraken. 1 maal reed ik zelfs bijna een haarspelbocht voorbij. De overkant van de weg was vaak niet te zien en bovendien was het er vrij koud. Boven, snel droge kleren, plus een windbreker, plus een regenjasje en winterhandschoenen aangetrokken. Het eerste gedeelte van de afdaling werd dus afgelegd met de remmen zo goed als dicht geknepen. Eens onder het wolkendek werd ging het uiteraard weer zijn gewone gang en werd het ook wat warmer. Toch maar alles aangehouden tot in het hotel.

09:49 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-06-09

Hier ben ik weer

Zaterdag, 13 juni 2009 Larrau---Asasp

 

Vanuit Larrau kon ik dadelijk aan een vrij lange, maar rustge afdaling beginnen, die door een zeer enge vallei (net niet kloof) naar de voet van de Col de Soudet liep.

De eerste km`s van de 23km lange col vielen best mee. Geen al te hoge percentages. Pas na 11 à 12km begon het echte werk. Percentages van 9, 10 en zelfs 3x 11% gemiddeld over een km, moesten worden overbrugd. Dit viel zeer zwaar uit. Opnieuw liters zweet in de schoenen, want het was weer een warme dag. Gelukkig had ik in St-Engrace, het laatste dorp voor de top, mijn 1ste bidon die toen al leeg was, opnieuw kunnen vullen, anders had ik waarschijnlijk opnieuw krampen gekregen door uitdroging van de spieren.

Het voordeel van zulke zware beklimmingen is dat je op alle plekken waar er een mooi uitzicht zou kunnen te zien zijn stopt. Wanneer het minder lastig is blijf je langer in 1 stuk door fietsen en ben je meer met de prestatie bezig. Wanneer het zeer moeizaam gaat, is een plekje schaduw vaak voldoende om even voet aan grond te  zetten. Zowat halfweg van het moeilijke gedeelte, was het al middag. Ik heb daar dan ook dankbaar gebruik van gemaakt om een lange pauze te nemen. Even voor ik opnieuw wou vertrekken, kwamen er 2 fietsers al zwoegend uit de lager gelegen bocht. De 2de stopte om een praatje te slaan, ook een mogelijk excuus om even op adem te kunnen komen. De man leek mij jonger dan ik, had een sportieve lichaamsbouw en was op weg zonder bagage, op een koersfiets. Iets zei me dat ik dan toch nog niet zo slecht bezig was. Voor hij vetrder reed zei hij dat er nog vrienden van hem op komst waren. Wat hogerop reed er een andere fietser mij voorbij, waarvoor deze beklimming ook duidelijk geen zondagsritje was. Wat verder lag hij in de kant met krampen. Tijdens een van mijn uithijgpauzes reed hij mij opnieuw voorbij. Een uur later dan ik had voorzien, haalde ik de top. Daar lag de fietser met krampen naast zijn koersfiets languit in het gras te bekomen van de inspanning, die hij waarschijnlijk nooit meer zal vergeten. De 2 eerste fiietsers die ik had zien omhoogrijden, stonden daar nog altijd te wachten op hun kameraden. Waarschijnlijk hadden die op een zeker moment rechtsomkeer gemaakt, want anders zoiuden die me zeker ook voorbijgereden zijn. Trager dan ik lijkt me niet mogelijk, want dan begint het op surplassen te lijken. Toen ik op de top nog even stond te praten met de 2 compagnons, kwamen er 3 beroepsrenners op training van `La Française des Jeux` aangereden, onder begeleiding van een wagen. Die mannen hoeven zich geen zorgen te maken over het al dan niet genoeg drank bij hebben.

Ik had een bijkomende lus voorbereid, die van op de top van de Col de Soudet nog 200m omhoog naar de Pierre St-Martin liep. Dit is de 1ste bijkomende lus die ik voorzichtigheidshalve maar links heb laten liggen. Al was de afstand maar 2,5 km om die top te bereiken, ik zag het op dat ogenblik niet zitten om die er effe bij te nemen.

Toch kreeg ik als beloning voor het geleverde labeur, een brede, snelle afdaling, met een goed wegdek. Beneden even de maximum snelheid gecontroleerd. Ik was verbaasd 68km/uur op de GPS af te lezen. De fiets houdt blijkbaar goed de baan bij hoge snelheden. Wees gerust, ik zal niet op zoek gaan naar een volgend snelheidsrecord. Ik besef al te goed, dat er dan niet veel fout hoeft te gaan om een zware val onvermijdelijk te maken en dat is het me uiteraard niet waard.

In Asasp, een chambre d`hôte genomen voor 3 nachten, want de volgende dag wou ik de Col de Somport gaan doen en de dag daarop was het rustdag.

In de namiddag naar het baanrestaurant `Le Compostelle`, gaan informeren of de keuken `s avonds open was. Germaine, de eigenares, een dame op leeftijd, zei dat op zaterdag er alleen `s middags werd geserveerd, maar uiteindelijk was ze bereid voor mij alleen de keuken open te doen.Ze vroeg mij om hoelaat ik wou eten. Toen ik 17u30 antwoordde, schoot ze in een lach, want hier gaan de meeste restaurants pas om 19u en zelfs 20u open. Toch kon ik om 17u30 aan mijn assiette de crudité als voorgerecht beginnen, om daarna `un steak frite` opgediend te krijgen. Keuze kreeg ik niet, maar waarom zou ik als belg iets tegen deze schotel hebben.

 

Zondag, 14 juni 2009 Asasp---bijkomende lus

 

Vandaag, stond dus de Col de Somport op het programma, een bijkomende lus van 90km. Het was betrokken weer, maar daar had ik niets op tegen, na de voorbije warme dagen. De benen leken niet volledig gerecupereerd van de Col de Soudet en aangezien ik, buiten de afstand en het hoogteverschil, ook niet wist wat er me verder te wachten stond, reed ik de aanloopkm`s op een zeer gezapig tempo, in de hoop de benen wat los te krijgen. Daar waar ik vermoedde dat het zware gedeelte zou beginnen, heb ik maar een lange pauze genomen en nog wat extra calorieën binnen gespeeld, want er waren dan nog 8km te klimmen. Een telefoontje van Wim, om mij proificiat te wensen met Vaderdag, kwam op een ideaal moment. Even daarna op de fiets gesprongen en de resterende km`s in 1 ruk afgelegd. Het bleek namelijk helemaal geen lastige klim te zijn.

 

Maandag, 15 juni 2009 Asasp-rustdag

 

Vanmorgen Oloron-Ste-Marie gaan bezoeken. Een stadje op zo een 8km van Asasp. De eigenares van de chambre d`hôte moest er namelijk langs om naar Pau te rijden en ze zou mij rond 13u terug oppikken. De toeristische dienst van dit stadje levert prachtig werk. Daar gaan vragen wat ik in die enkele uren kon gaan bekijken en ik werd daar zeer proffesioneel geholpen. In het gebouw van die dienst kon je video`s over de stad en de streek er rond bekijken. Het was alsof je alles vanuit een treintje kon bekijken. Zeer leuk en interessant opgevat. Het stadje bleek tijdens de wandeling echterf minder te bieden te hebben dan dat de toeristische dienst liet uitschijnen, maar ja, zij zijn er natuurlijk om toeristen aan te trekken.

Terug in Asasp, opnieuw bij Germaine gaan eten. Voor 14 euro het menu van de dag: soep à volonté, een stuk `tarte au poireau` als voorgerecht, `cocq au vin` met deegwaren en frieten, een 4de liter rode wijn, een stuk `gâteau basque` met slagroom en een tas koffie. Niet te verwonderen dat er zo een 35 mensen zaten te eten.

De rest van de dag zoveel mogelijk op bed gelegen, want de volgende 5 dagen zullen zwaar zijn. Morgen, de Col de Marie Blanque, overmorgen de Aubisque en de Soulor, de 3de en 4de dag minder bekende cols, maar daarom niet lichter, en de 5de dag de Tourmalet. Als ik na deze 5 dagen nog steeds een dagboek schrijf over mijn 100 cols tocht, denk ik dat het mij zal lukken om fietsend terug in Leuven te geraken.

 

Dinsdag, 16 juni 2009 Asasp---Laruns

 

De Col de Marie Blanque is een van de cols die regelmatig door de Ronde van Frankrijk worden aangedaan. De mensen van de chambre d`hôte, hadden mij gewaarschuwd dat van bij hen uit de moeilijkste zijde van de col moest beklommen worden en dat het steil was, zeker naar het einde toe. De col stond inderdaad aangeduid als eentje met zeer steile passages. Ik had zo een 7 km om warm te rijden en die liepen over een de Col de Hourat. Gelukkig was dat maar een opwarmingscolletje met index 0,3. Eigenlijk kwam ik ideaal opgewarmd aan de voet van de Col de MarieBlanque. Daarbij waren de eerste 4 van de 9 te klimmen km niet steiler dan 5%. Dat betekende echter wel dat ik me inderdaad aan steile slotkm`s kon verwachten. Zo bleek uiteindelijk de voorlaatste een gemiddeld %-age van 13 en de laatste van 12 te hebben. Dit zou mij de voorbije dagen onnoemelijk zwaar zijn uitgevallen. Vandaag, liep het echter vrij vlot. Waarschijnlijk, dank zij de rustdag, het frisse en betrokken weer en de lessen die ik uit de voorbije zware beklimmingen had getrokken, plus waarschijnlijk een `superdag`. Ik kwam nog vrij fris op de top en speelde zelfs even met de idee om niet te stoppen in Laruns, maar meteen de Col d`Aubisque erbij te nemen. Na echter het rijschema te hebben nagekeken, moest ik er dan ook nog de Col de Solour en de Col de Bordères bijnemen om ergens te kunnen overnachten. Dit leek mij dan toch wat teveel van het goede en besloot dan maar mij te houden aan mijn opgesteld schema. Ik kwam dan ook rond de middag al aan in Laruns.

 

Woensdag, 17 juni 2009 Laruns--- Luz-St-Sauveur

 

De beklimming van de Col d`Aubisque, een col die bij de wielerliefhebbers nog meer tot de verbeelding spreekt dan de Marie-Blanque, verliep eveneens zonder problemen. Ik was vroeg op weg en om 10u30, had ik de klim van 16 km al achter de rug. Er waren dan ook geen stijgingspercentages van meer dan 10% te overbruggen. Onderweg heb ik een tijdje samengereden met een randonneur die ook licht bepakt was en die de Tour de France aan het rijden was. Dit is een parcours van zo een 5.000 km dat langs de grenzen van Frankrijk loopt. Hij reed dit met een vriend en hoopte rond te zijn in 28 dagen. Effe tellen en je weet dat die mannen vele dagen meer dan 200 km rijden, zeker in de vlakkere gedeelten. Gisteren had hij echter op de Marie-Blanque een hongerklop gekregen en had de laatste kms te voet moeten afleggen. Omdat hij vandaag 100km moest afgeleggen, met zowel de Col d`Aubisque, de Soulor en dan nog de Tourmalet, was hij het heel kalm aan het doen. Zo kalm dat ik hem zelfs vlotjes kon inhalen, terwijl ikzelf aan mijn gewone reserveritme aan het rijden was. We zijn een 2-tal km samengebleven en ondertussen elk ons verhaal gedaan. Daarna heb ik opnieuw mijn gewone reserveritme aangenomen, zodat hij vrij snel achterbleef. Maar ja, voor mij zou de dag al na 69 km eindigen. Hij moest daarna nog aan de Tourmalet beginnen, de zwaarste col in de Pyreneeën.

Vandaag heb ik opnieuw een bijkomende lus (de 2de) niet gereden. Bij nader toezicht zaten er in die lus 2 cols in plaats van 1 en het risico dat dit teveel zou worden na de Aubisque en de Solour, leek mij vrij groot. Er komen nog genoeg cols om mij op uit te leven. Natuurlijk spijtig voor het sponsorgeld, maar mocht ik oververmoeid geraken, zou er nog minder centen ingezameld worden. Voorlopig gaat het nog zeer goed, maar ik denk dat ik juist onder de limiet van mijn kunnen aan het rijden ben, zodat ik mijn dagschema`s bijstuur met het gezegde in het achterhoofd van `Liever blode Jan, dan `oververmoeide` Jan.

Het eindpunt van vandaag lag in de jeugdherberg van Luz-St-Sauveur. Dat stadje ligt eigenlijk al in de 1ste kms van de beklimming van de Tourmalet, maar de helling tot hier is maar iets steiler dan valsplat, zodat deze meestal niet worden meegeteld. Hier denk ik 2 dagen telkens 1, 2 of 3 bijkomende cols te rijden zonder bagage, dan hier nog een rustdag te nemen en daarna, uitgerust, het gevecht met de Tourmalet aan te gaan, met bagage, want dat kan nu eenmaal niet anders.

In de jeugdherberg zit een Catalaan met de Franse nationaliteit, maar die zich nog steeds niet kan verzoenen met het centraal Castiliaanse gezag, dat heel Spanje vanuit Madrid overheerst. Ik zat met hem vanavond aan tafel en omdat hij hier ook was om cols te befietsen, ging het uiteraard over onze hobby, maar hebben we toch ook de situatie van de Catalanen vergeleken met die van de Vlamingen. We kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat wij op vele vlakkken in hetzelfde schuitje zitten. Daarvoor moet ne mens tot in de Pyreneeën fietsen.

 

Donderdag, 18 juni 2009 Luz-St-sauveur---1ste bijkomende lus

 

Van de Cirque de Gavarnie had ik al vaak gehoord en gelezen. Altijd werden er superlatieven gebruikt om de schoonheid van de natuur daar te beschrijven. Ik zag er dus naar uit om naar de Port de Boucharo te klimmen, een col waarvoor je langs het dorpje Garvarnie moet. De smalle vallei van de Gave de Gavarnie, die naar het dorpje leidt, is op zich al de moeite waard. Van de cirque kan je al van ver een gedeelte zien en ik kon al uitmaken dat van al de beschrijvingen, die ik gelezen of gehoord had, er geen enkele overdreven was. Als je in de buurt bent, moet je daar zeker eens langs gaan.

Het was na Gavarnie dat het echte klimwerk begon naar het 2.270m hoge eindpunt. Vaak vrij hoge  (maar onbekende) stijgingspercentages met onnoemelijk veel bochtenwerk, maar steeds door een zo goed als ongerepte natuur, waarin veel marmotten te zien waren. Het was bovendien goed weer, zodat het een onvergetelijke klim is geworden. Een km voor de top kon het autoverkeer, na een uitzichtpunt, niet meer verder. De weg lag van daar af bezaaid met rotsblokken, die niet werden opgeruimd. Op de top werd duidelijk waarom. Vanaf de Spaanse kant van de col liep er alleen een wandelpad omhoog, zodat onderhoud van het laatste stuk eigenlijk nutteloos was.

Ook de afdaling was echt prettig. Door het vele bochtenwerk waren er geen lange rechte stukken, zodat de snelheid nooit echt hoog opliep.

Er was daar bovendien zo goed als geen verkeer, zodat ik mijn bochtentechniek kon oefenen. Lekker de bocht afsnijden zoals de echten ;-).

Iets voor Gèdre was er de afslag naar de Cirque de Troumousse. Een plek die veel minder gekend is dan de Cirque de Gavarnie. Nochtans lag het eindpunt bijna even hoog en hadden de klim en de afdaling dezelfde eigenschappen, zodat het voor de fietsers weinig verschil uitmaakt. Alleen is de cirque niet te vergelijken met deze van Gavarnie. Gelukkig, lag er aan de rechter kant nog redelijk veel sneeuw, want anders had het helemaal het uitzicht gehad van een immense steengroeve.

Tijdens de afdaling naar Luz-St-Sauveur, twijfelde ik of ik de klim naar Luz-Ardiden er nog zou bijnemen. Ik voelde mij nog tamelijk goed, maar heb uiteindelijk beslist het toch maar niet te doen. Ik had met de eerste 2 klimmen al meer dan 2.400m hoogteverschil overbrugd en dat leek mij voldoende.

 

In de kamer in de jeugdherberg had zich ondertussen een Franse wielertoerist geïnstalleerd. Hij woonde in Grenoble,had zijn wagen in Carcasonne achtergelaten en was met de trein naar Bayonne gereden om vanaf daar de Pyreneeën van aan de Atlantische Oceaan tot de Middellandse Zee te doorkruisen, in een 10-tal dagen. Hij doet ongeveer hetzelfde traject dan ik in de Pyreneeën, maar rijdt op een oude koersfiets, waarop hij een bagagedrager heeft gemonteerd. Dit is op de meeste moderne racefietsen niet meer mogelijk en bovendien is zijn oude fiets nog steeds perfekt op zijn maat, zodat hij geen reden ziet om een nieuwe aan te schaffen. Hij was in het begin van het seizoen wel door zijn kader gezakt, maar heeft dat opnieuw laten lassen. Een van de voordelen van de stalen kaders.

 

Voor `De vrienden van het bier`: ik schrijf vandaag mijn dagboek in gezelschap van een Portugees pilsje genaamd `SUPER BOCK`. Dit zou gemakkelijk op de Belgische markt zijn plaats vinden. Qua smaak heb ik al veel Belgische pilsbieren gedronken, die hier niet aan kunnen tippen. Het wordt gebrouwen door UNICER, Leça do Baliõ, Portugal. Een aanrader voor het streekbierenWE. Ik wil er wel een bakske of 2 van meebrengen, maar dan eindigt hier wel mijn avontuur en moeten jullie het gemiste sponsorgeld bijpassen.

 

`s avonds met de Franse Catalaan en de Grenoblien gedineerd. De Catalaan bleek een levende atlas van Frankrijk en Noord-Spanje te zijn. Hij fietst daar al zo een 25 jaar in rond, na een rugbycarrière. Hij weet elke col liggen, weet ook nog wat er voor en na elke col ligt, de streken en steden, en weet altijd wat te vertellen over de moeilijkheidsgraad van de col. Bovendien, kent hij heel veel van de geschiedenis en tradities van elke streek. Ongelofelijk wat die man allemaal als parate kennis heeft over de geschiedenis en geografie van die streken. Maar voor alles is hij Catalaan. Ik dacht dat hij een ingeweken Spanjaard was, maar hij is geboren en getogen in Perpignan. Ik wist niet dat Catalonië, net zoals het Baskenland gedeeltelijk in Spanje en gedeeltelijk in Frankrijk ligt. Het Catalaans is zelfs een echte taal en geen afgeleide van het Spaans (Castilliaans). Het is zelfs de officiële taal van Andorra. Hij wist te vertellen dat 11 miljoen mensen Catalaans spreken, zodat zij echt wel erkenning verdienen.

 

Vrijdag, 19 juni 2009 Luz-St-Sauveur---2de bijkomende lus

 

De Col de Tramesol (ook Hautacam genoemd) en de Pont d`Espagne zouden vandaag voor de bijl gaan. Ik vertrok in een mistig en miserend, maar windstil weertje. Veel mooie panorama`s zouden wel aan het zicht onttrokken worden, maar er bleef natuurlijk de sportieve uitdaging. De benen waren goed gerecupereerd van het bezoek aan de 2 circussen (vrije vertaling) en de 12 km tot de voet van de Hautacam gingen voornamelijk bergaf, zodat ik vrij snel aan de klim kon beginnen. Over de natuur en de uitzichten kan ik geen zinnig woord vertellen, want ik kon zoals verwacht niets zien. Het maximum zicht bedroeg 50m en vaak was het zelfs beperkt tot 10m. Na enkele km klimmen reden mij een aantal kampeerwagens voorbij, die waarschijnlijk zoals ik hoopten dat de tot boven de wolken zou uitsteken. Ze kwamen echter verdacht snel opnieuw naar beneden en eens boven werdmijn vrees bewaarheid. Ook daar niks te zien. Dus, snel te obligate foto gemaakt, mijn regenjasje aangetrokken en terug naar beneden. Het was echter zo koud dat ik halverwege de afdaling stopte en de droge kleren, die ik voor na de beklimming van de Pont d`Espagne had meegenomen, al moest aantrekken. Toch nog al klappertandend, schuddend van de kou en met blauw-witte vingers de afdaling moeten verderzetten. Eens terug op het vlakke gedeelte begon het stilaan te beteren, ook omdat ik daar mezelf terug warm kon rijden. De Pont d`Espagne werd toch maar geschrapt van mijn tedoen-lijstje. Als het moet kan ik die nog in een volgend leven doen. Ik was dan wel vroeg in de namiddag terug in de jeugdherberg, zodat ik eens het stadje kon intrekken. Ik ontdekte daar een middeleeuws versterkt kerkje. Voor zover ik het begrepen heb zou dit een unicum zijn. Verder heeft dit stadje niet zoveel te bieden.

Omdat ik het vandaag dus noodgedwongen vrij rustig heb gehad, heb ik beslist om morgen, op de rustdag de klim naar Luz-Ardiden te doen. Die klim begint in het stadje zelf en heen en terug zijn er slechts een kleine 27 km af te leggen, zodat ik morgen dus nog meer dan een halve dag kan rusten.

 

Zaterdag, 20 juni 2009 Luz-St-Sauveur---rustdag---3de bijkomende lus

 

Vanmorgen, zo vroeg mogelijk vertrokken naar Luz-Ardiden. Er was slechts een hoogteverschil van 995m te overbruggen en nergens was er meer dan 10% gemiddelde stijging over 1km. Dus, geen al te moeilijke klim. Het weer was bovendien iets minder slecht dan gisteren. De zichtbaarheid was vrij goed tot 3km van de top. Daar gingen de wolkengordijnen dicht en werd het de weg zoeken door erwtensoep. Met de belevenissen van gisteren nog vers in het geheugen, had ik ook vandaag droge kleren meegenomen en heb ze, in tegenstelling tot gisteren, op de top al aangedaan. Toch kwam ik nog verkleumd terug in Luz-St-Sauveur aan. Na de douche was dat echter al vergeten en ben ik gaan inkopen doen om morgen mijn weg vanuit Luz te kunnen verderzetten.

De rest van de dag zoveel mogelijk gerust, want morgen staat de Tourmalet te wachten, de top van de Pyreneeën en de 2de moeilijkste van de hele tocht. Op papier erg te vergelijken met de Mont Ventoux.

17:21 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-06-09

Eerste kleppers achter de rug

Maandag, 8 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port---rustdag

Gisteren, had ik in de gîte kennis gemaakt met Rik, een kerel van een jaartje ouder dan ik, die ergens in April van uit Maasmechelen was vertrokken naar Santiago de Compostella. Hij deed dit wel op zijn eigen manier. Niet direct volgens de normale paden naar Compostella, maar aan de hand van een papiertje met de namen erop van de steden waar hij langs zou moeten. Stappend langs de banen en ondertussen liftend. Het was een beetje een appart iemand, die overal zijn plan wist te trekken. Hij wist via hotmail contact te houden met zijn familie en kennissen thuis, met slechts een deel van de nodige basiskennis van informatica. Hij had ook problemen met zijn digitaal fototoestel, enerzijds omdat het toestelletje in water was terecht gekomen, maar anderzijds ook omdat hij teweinig van digitale toestanden kende. Ik kon zijn fototoestel terug aan de praat krijgen en heb hem daar wat uitleg over gegeven. Wij zijn dan samen naar het onthaalpunt voor de pelgrims gegaan, omdat je daar op internet kon. Zij kenden hem daar al van de dag voordien en hij werd er niet al te hartelijk onthaald. Blijkbaar had hij veel langer dan het toegestane kwartier op de computer gezeten en dat was duidelijk niet in dank aangenomen. Door zijn doortatsende manier van aanpakken, zaten we echter in een mum van tijd opnieuw achter een scherm. Ik heb hem daar ook een paar tips gegeven om vlotter met e-mails te kunnen omspringen en zelf heb ik uiteraard ook mijn e-mails nagekeken. Hij wou eigenlijk ook een blog opstarten, maar daar heb ik hem in die korte tijd niet mee kunnen verder helpen. Toen we daar buitenkwamen, besloot hij plots om zijn boeltje bij mekaar te nemen en verder op pad te gaan. Die morgen hadden we nog een gesprek gehad over het geloof en de bijbel en zo, en ook daar had hij zo zijn eigen visie op. Enfin, een interessante mens, die je je jaren later nog herinnert.

Later op de dag nog inkopen gaan doen voor de volgende dagen en een tijdschrift over de Ronde van Frankrijk. Zo kan ik hen op tijd verwittigen dat wij mekaars pad gaan kruisen. Dan kunnen zij daar rekening mee houden ;-). Er staat ook een interessant artikel in over hoe je de Mont Ventoux best beklimt, voor amateurs. Nu heb ik de Mont Ventoux wel al op wel eens beklommen, maar er staan toch verschillende tips in, die mij goed van pas zullen komen tijdens de volgende weken in het hooggebergte. Wanneer je met bagage rijdt, zijn er veel cols die op de Mont Ventoux beginnen te lijken. Er wordt vooral de nadruk gelegd dat, wanneer je een basisconditie hebt en je een aantal regels respecteert, het vooral tussen de oren zit waar het misloopt. Dit heb ik de voorbije weken al een paar keer ondervonden. Soms sta je op het punt tijdens een beklimming voet aan grond te gaan zetten en dan stel je meestal vast dat je negatief aan het denken bent. Wanneer je dan aan iets totaal anders gaat denken of gewoon jezelf moed gaat inspreken, gaat het meestal plots een stuk beter. Ik zal trachten dat stukje over de Mont Ventoux thuis te krijgen om het aan Guy Nutin te geven, want ik kan niet geloven dat zo`n kerel, de top van die berg, maar niet kan bereiken. En Guy, mocht je er zin in hebben om de Mont Ventoux eens samen met mij te doen, dan organiseren we dat wel.

Dinsdag, 9 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port--2de rustdag

Deze morgen het oude stadsgedeelte met zijn citadel gaan bezoeken en het vorige stukje van mijn dagboek op mijn blog gaan zetten in het onthaalcentrum voor pelgrims. Omdat ik er uitzie zoals de meeste pelgrims, was het geen probleem om een PC ter beschikking te krijgen. Spijtig genoeg waren het apparaten zonder USB-toegangen, zodat ik de foto`s van de voorbije week niet in het album kon stoppen. In de namiddag, in een automatische wasserij, mijn wekelijke wasje gaan doen en verder aan mijn dagboek geschreven en het wielertijdschrift over de Ronde gelezen.

`s avonds arriveerden nog 2 pelgrims. Juan-Carlo uit Zwitserland, die in Dijon (in Frankrijk) was vertrokken en hier stopte. Hij had de weg naar Santiago van hieruit al 2x gelopen en van uit Pamplona ook al 2x. Daniël, die in de Champagne-Ardennen-streek was vertrokken, liep de weg voor de eerste maal en was aanvankelijk ook van plan om in St-Jean-Pied-le Port te stoppen. Hij zou nu echter tot de finish in Santiago doorgaan. Daniël, was een Fransman met zwarte huidskleur, die zeer goedlachs was en aan alle positieve cliché's van zijn ras beantwoordde.

Woensdag, 10 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port---1ste bijkomende lus

Omdat Daniël al om 5 uur in de ochtend zijn tocht verderzette en, ondanks dat hij zeer stilletje zijn boeltje bij mekaar nam,  ik zeer vroeg wakker was, besloot ik maar om vroeg aan de bijkomende lus naar de Artzamendi te beginnen. Het parcours van de beklimming was zeer mooi en aangenaam om te fietsen. Zelfs prachtig, tot en met de top (953m) van waar je Bayonne en de Atlantische Oceaan kon zie. Het parcours was aangenaam om te fietsen tot zo een 2 km onder de top. Daar eindigde de bescherming van de vallei en de bomen, en werd je blootgesteld aan een vrij (tot zeer) krachtige wind. Op de top zelfs belette die wind je zelfs te ademen wanneer je hem recht in het aangezicht kreeg. Bovendien, liep het stijgingspercentage op tot 19% en was het wegdek zo erg beschadigd, dat er zeer veel losse steentjes lagen en het moeilijk was om putten te vermijden. Het was dus al een erg moeilijke klim tot de wind mij in bijeen gereden steentjes dwong, waardoor mijn achterwiel ging slippen en ik nog net op tijd uit mijn voetklips geraakte om niet languit tussen de schapenkeutels en paardendrollen terecht te komen. Voorzichtigheidshalve, heb ik het steilste gedeelte, waar ook het slechtste wegdek lag, verder tevoet afgelegd, om de laatste km terug in het zadel te kruipen. Achteraf bekeken, ben ik niet zeker dat ik in gunstige omstandigheden de top zou kunnen halen hebben zonder voet aan de grond te zetten. Het gedeelte aan 19% was behoorlijk lang en zo een percentage hou ik zonder bagage wel een 100m vol, maar 4 à 500m is andere koek.

Een bedenking die ik mij nu maak is dat ik over de meeste cols, die ik wil beklimmen, eigenlijk zo goed als geen informatie heb, maar dus wel, zoals dat heet `een groot gebrek aan terreinkennis`. Dit werd me gisteren duidelijk gemaakt door dat stukje over de Mont Ventoux in het wielertijdschrift en vandaag werd dit al proefondervindelijk ondervonden.

Terug in de gîte, ontmoette ik Patrick. Een Fransman van ergens tussen Clermont-Ferrand en Lyon, die naar Santiago op weg was per fiets, maar ook weeral op zijn eigen manier. Hij gebruikt zijn fiets alleen op de vlakke stukken en in afdalingen. Hij heeft namelijk geen goede fysieke conditie en heeft bovendien zowat 25 jaar geleden een moto-ongeval gehad waardoor zijn linkerbeen niet meer volledig ok is. Hij werkt in een soort beschutte werkplaats, waar daklozen en aan lagere wal geraakte mensen terecht kunnen in ruil voor eten, onderdak en enkele euro`s per week. Hijzelf is daar 5 jaar geleden ook, als aan lagere wal geraakte schoenmaker, begonnen, maar heeft sindsdien een zekere stabiliteit in zijn leven weten te brengen, dankzij de hulp binnen die organisatie. Wanneer je die gast over de maatschappij en het leven in het algemeen hoort redeneren, dan vraag je je af hoe die ooit in de rand van de maatschappij is geraakt.

Als ik de ontmoetingen met pelgrims in deze gîte op een rijtje zet, krijg ik bijna zin om hier nog een tijdje te blijven. Alle dagen komen hier wel mensen langs die de moeite zijn om te ontmoeten en waarmee je zowel over koetjes en kalfjes kunt praten, als zeer diepzinnige gesprekken kunt voeren. Elk van hen beleeft het pelgrimschap op zijn manier en heeft zijn eigen visie op het leven en het geloof, zodat je van elk van hen wel iets kunt meedragen. Ik zou hier geen enkele moeite hebben om voor een krant een dagelijkse colum te schrijven met als titel `Op weg naar Santiago de Compostella`.

Donderdag, 11 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port---2de bijkomende lus

Vandaag ben ik even op Spaanse bodem geweest. De Orzanzurieta stond op het programma. Een top te bereiken vanaf een col (waarvan ik de naam nu effe kwijt ben) waarlangs de fietsende pelgrims Spanje binnenrijden. Ik, zonder bagage, kon nu op mijn beurt een aantal geladen fietsers vlotjes voorbijrijden en hen aanmoedigen. Zij moesten ongeveer 20km klimmen om de top van de col te bereiken en er waren toch nogal wat passages met een behoorlijk stijgingspercentage. Zij moesten het dus kalm aan doen. Voor mij begon het echte werk pas op de top van de col. Er restte mij nog 7km te klimmen langs een smal baantje met een al even slecht wegdek als op de Artzamendi. Gelukkig lag het gemiddeld stijgingspercentage deze keer binnen mijn bereik en was er weinig wind. Wel was de zichtbaarheid er soms beperkt tot zo een 20m, omdat ik door het wolkendek heen moest. Opnieuw was het zicht op de top de moeite van de beklimming waard. De top lag echter tussen 2 wolkendekken in zodat de zon slechts hier en daar het zicht kon doen opfleuren. Door de losse steentjes moest de afdaling van de top tot de col traag en zeer voorzichtig aangepakt worden. Het zicht was ondertussen al veel beter. Eens terug op de col, kon er uiteraard weer snelheid gemaakt worden, maar dat deed mij na een tijdje klappertanden van de kou. Ik had nochtans een windbreker aangetrokken, maar dat was duidelijk onvoldoende om mij warm te houden. Of wel kan je dan je snelheid verlagen, ofwel geef je gas bij zodat je jezelf terug warmtrapt. Ik koos voor het laatste omdat er toch weing verkeer was en de afdaling veel rechte stukken bevatte. Dat maakte dat ik in een mum van tijd terug in de gîte was en een warme douche kon nemen, zodat het leed snel vergeten was. `s middags kreeg ik van Patrick pasta met erwten in een roomsausje. Hij had dat zelf klaargemaakt en stond er op dat ik mee at. Ik moet zeggen dat die man ook op culinair vlak veel kwaliteiten bezit, want het smaakte naar nog. De rest van de dag van de fietsinspanning gerecupereerd en al stilaan mijn pakken wat voorbereid, want morgen zetten we onze tocht op het parcours van de 100 cols tocht verder.

Vrijdag, 12 juni 2009 St-Jean-Pied-le-Port---Larrau

Na nog wat mondvoorraad ingedaan te hebben, vertrok ik richting St-Jean-le-Vieux om daar terug op het basisparcours van mijn tocht in te pikken. Juist om 9u00, sloeg ik daar af richting Col de Burdincurutcheta. De moeilijkheidsgraad van het uitspreken van de naam van de col, is recht evenredig met de moeilijkheidsgraad van de beklimming. Deze col staat ook met 2 uitroepingtekens aangeduid op de wegbeschrijving, maar is dus veel langer dan de col de Gamia, waar ik de 1ste test goed doorstond. De index van de Burdincurutchea bedraagt 7,2 daar waar de Gamia slechts 2,9 gecoteerd staat. Het kwam er dus op aan het kalmpjes aan te doen. Het werd inderdaad een harde noot om te kraken, maar na 2u en 3 kwartier kon ik op de top genieten van een prachtig uitzicht. Ik had de hele beklimming al fietsend kunnen afleggen, maar had wel veel korte pauzes ingelast. Dit deed ik meestal op plekken van waar je in het dal kon kijken. Dit gaf steeds mooie zichten en bovendien zie je dan vaak een deel van de weg die je dan al hebt afgelegd. Je staat er dan steeds versteld van hoe snel je hoogte wint. Dit geeft je dan ook de nodige moed om door te zetten. Na de Burdincurucheta moesten nog 2 lager gecoteerde hellingen beklommen worden. Deze gaven minder problemen, maar ik voelde toch dat er al heel wat energie opgebruikt was.

In Larrau een goedkoop, maar gezellig en proper hotelletje gevonden. Daar de bagage afgeladen en vertrokken voor de beklimming van de Port de Larrau, een col naar een grensovergang met Spanje. Nu, had ik natuurlijk al geen al te frisse benen meer, maar ging er van uit dat het zonder bagage wel zou gaan. Had ik voldoende terreinkennis gehad, was ik er waarschijnlijk niet aan begonnen. Het was een serieuse klepper, met meerdere km`s waar het stijgingspercentage niet onder de 10% zakte. Het heeft me geen bloed, noch tranen gekost, maar liters zweet. Toen ik afstapte op de top stond het zweet letterlijk tot aan mijn enkels in mijn schoenen. Het was alsof ik met beide voeten in een emmer water had gestaan. Ik had tijdens de beklimming ook lichte krampen gehad, wat voor een deel kan tewijten zijn aan vochtgebrek in de spieren. Ik heb dan ook zoveel mogelijk gedronken, maar blijkbaar nog niet genoeg.

Boven op de top, was al het leed echter snel vergeten. Opnieuw een prachtig panorama. Je geraakt hier niet uitgekeken op al dat natuurschoon. Terug in het hotel, zoveel mogelijk gedronken, vooral water, maar ook 2 biertjes van een plaatselijk brouwerij. Voor `De Vrienden van het Bier`: het noemt AKERBELTZ, is Baskisch, is amberkleurig, 5,5% alcoholgehalte en bevat water, mout, hop ,caramel en gist. Het is een goede dorstlesser en morgen zal ik weten te zeggen of het speciaal kan aangeraden worden aan fietsers.

16:06 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-06-09

Aan de voet van de Pyreneeën

Hier in St-Jean-Pied-le-Port heb ik geen mogelijkheid om foto's in het album te posten. Hier zal je dus nog effe op moeten wachten. Het dagboek was geen probleem. Ik heb de blog wel aangepast zodat je van hieruit rechtstreeks naar de foto's kan doorklikken.

Woensdag, 3 juni 2009 / Jussac---Auniac

Vandaag, rustig opgestaan, ontbeten in het hotel, naar de bakker geweest, fiets geladen en rond 9u15 vertrokken. Het parcours was niet zwaar en de rustdag had zijn werk goed gedaan. De hele dag kalmpjesaan gefietst en niets speciaals tegengekomen. In Auniac, na 127km de pijlen gevolgd naar een camping, die opnieuw niet open bleek te zijn. De eigenaar was het terrein aan het opkuisen, maar het sanitair was al in orde. Het gras was ook al gemaaid, zodat voor mij alles in orde was. Van de baas mocht ik ook blijven, dus was ik zijn eerste klant van het jaar en had de hele camping voor mij alleen. Hij is ook nog een praatje komen slaan. Het ging vooral over de pyreneeën, omdat hij daar vandaan kwam. Hij kende bijna alle cols, die ik zou gaan aandoen. Net als de wielertoerist in Feurs, vertelde hij mij dat wanneer ik water nodig had, ik in Frankrijk altijd terecht kan op de kerkhoven. Daar is altijd een kraantje met water en dat is altijd drinkbaar. Dat was iets om te onthouden.

Donderdag, 4 juni 2009 / Auniac---Astaffort

Ik was redelijk vroeg op weg, want het zou een vrij lange dag worden. De bedoeling was om tot Puymerol te rijden. Zo een 115 km verder, met 7 côtes. Nu werden deze hellingen niet zwaar aangekondigd, maar ik wou het tijdens de laatste 5 dagen op weg naar de Pyreneeën, rustig aan doen. Dus, op tijd weg om me niet te moeten haasten. Onderweg naar Puymerol niets speciaals te vertellen, behalve dat een vrouwtje waaraan ik water wou gaan vragen, snel binnen vluchtte en de ramen en deuren sloot, en de gordijnen. Zou er iets mis geweest zijn met mijn uiterlijk?

In Puymerol aangekomen, vond ik geen spoor van de aangekondigde camping. Dus, opweg naar de volgende. Die zou echter pas in Astaffort te vinden zijn, zo een 29km verder. Ondertussen werd het alsmaar zwaarder bewolkt en men had mij verteld dat het misschien zou gaan onweren. Dit werd dus na 115km, nog een tijdrit van 29km. Gelukkig, was het parcours relatief vlak, zodat ik toch nog zowat gemiddeld 20km per uur haalde, wat ik, gezien de omstandigheden, niet slecht vond. Onder weg zonder water gevallen, maar niet gesukkeld, want een kerkhof bracht inderdaad de oplossing voor dit probleem.Zo een tijdrit vraagt natuurlijk een extra inspanning zodat ik blij was Astaffort te kunnen binnenrijden. Aan de eerste persoon, die ik tegenkwam, dadelijk de weg naar de camping gevraagd, om het risico bij het zoeken onnodige km`s te rijden, te vermijden. Enkele straten verder was ik al ter bestemming. Alleen, opnieuw gesloten en het zag er naar uit dat die plek door junkies als verzamelplaats werd gebruikt, zodat ik verkoos om elders mijn geluk te beproeven. Omdat er ondertussen al 143km op de teller stonden, was ik blij binnen de 100m een hotelletje tegen te komen, waar ik incheckte zonder de prijs te vragen. Het kon me eigenlijk niet veel schelen wat het ging kosten, als ik maar van de fiets kon. Nu, viel de prijs achteraf nog goed mee en was de baas bereid tagliatelli carbonara klaar te maken ter vervanging van mijn eigen spaghetti bolognese.Na het eten de resterende route tot de Pyreneeën eens nagekeken. In principe volgen nog 2 dagen van ongeveer 100km, zodat die rustig aan kunnen gereden worden. De laatste dag wordt dan een korte van zowat 60km, maar wel met al 2 cols in van het voorgebergte. 1 daarvan is de Col de Gamia, die als zeer steil wordt aangegeven. Dit zal dus al een eerste test zijn. In St-Jean-le-Vieux of St-Jean-Pied-le-Port, zal ik waarschijnlijk 2 dagen rust nemen, om goed bijgetankt aan de zone van de waarheid te beginnen.Tussenhaakjes, het heeft niet geregend of geonweerd, tenzij laat in de nacht.

Vrijdag, 5 juni 2009 / Astaffort---Plaisance

Omdat er dus slechts een kleine 100km op de agenda stonden, alles rustig aan gedaan en pas tegen 9u de baan op.Zoals gisteren niet veel te melden, behalve dat ik door streek van zonnebloemen en courgettes ben gereden emn het de laatste km`s wel regende en af en toe zelfs vrij hard. Ben een half uurtje gaan schuilen in een hangar met landbouwwerktuigen.Wetende dat ik eergisteren de tent nat van de dauw en condensatie had moeten inpakken, had ik helemaal geen zin om ze in de regen recht te zetten, zodat ik de camping in Plaisance links liet liggen en rechtstreeks naar het enige hotelletje reed. De goedkoopste kamer geboekt, maar dat was al meer dan luxe genoeg. Omdat ik al om 16u incheckte, was ik dus niet al te moe en hoop zo al wat krachten te sparen voor het naderende hooggebergte.

Zaterdag, 6 juni 2009 / Plaisance---Navarenx

Opnieuw zo een verbindingsrit, met veel bewolking en af en toe een bui. 7 officiële hellingen en ontelbare niet officiële moesten er beklommen worden. Ik hoop dat de hoogteverschillen van die niet officiële hellingen in de 66.000m hoogteverschil van de 100 cols tocht zitten, want anders zijn het er een pak meer. Ik heb ondertussen deze niet-officiële hellingetjes `Entre-côtes` genoemd. Een entre-côte ziet er ook niet uit als een mooie beafsteak, maar er zit wel veel vlees aan.

Vandaag terug heel wat druivenplantages gezien, zelfs de Côte du Vignoble opgereden. Ik zag ook een pijl richting Bordeaux, dus zal ik wel tussen de duurste wijnplanten terecht gekomen zijn zeker. Voor het eerst de Pyreneeën gezien in de verte. Er ligt daar nog behoorlijk wat sneeuw. Verder weinig nieuws van het 100 cols front. Door het slechte weer opnieuw in een hotelletje ingecheckt. Omdat ze hier in de meeste hotels het avondmaal pas om 20u00 serveren en ik tracht tenlaatste tegen 21u00 in bed te liggen, slaap ik in de hotels vrij slecht door de volle maag. Ik heb dus maar beslist mijn spaghetti zelf klaar te maken op de kamer, om toch een goede nachtrust te hebben. Met het hooggebergte in het vizier lijkt me dit belangrijker dan lekker eten.

Zondag, 7 juni 2009 / Navarrenx---St-Jean-Pied-le-Port

Slechts 58 km op de agenda, maar wel met de Col d`Osquisch en de Col de Gamia. Vooral deze laatste werd als zwaar aangekondigd door de 2 uitroeptekens naast de naam van de colop de wegbeschrijving van de 100 cols tocht. Pas om 9u30 in het zadel gekropen met, eerlijk toegegeven, een klein hartje. Mocht de col de Gamia een onoverkomelijke hindernis blijken, dan zou de kans om de 100 cols tocht tot een goed einde te brengen, welerg klein zijn. Dus, nogal zenuwachtig van start gegaan. Gelukkig, bracht het landschap en de borden langs de wegvoor veel afleiding. Het landschap omdat ik duidelijk in het voorgebergte was aanbeland, met de mooie groene hellingen van de Pyreneeën, die het uitzicht overheersten (jammer van de afwezigheid van de zon). De borden langs de weg, omdat ik in het Baskenland was aangekomen en er alles, zowel plaatsnamen, als reclameboodschappen in het Frans en het Baskisch vermeld worden. Het Baskisch is praktisch niet te lezen en is een totaal andere taal dan het Frans. Zonder de Franse vertaling snap je er geen jota van.Zo was ik vrij snel aan de voet van de Col de Gamia, die vanuit een kleine, maar mooie vallei, op korte afstand ( slechts 4 à 5km), maar krachtig tot zo een 500m hoogte klimt. Inderdaad, een steil kleppertje, die toch, dank zij de kleinste versnelling in de Rohloffnaaf (1,50m) en regelmatig eens `en danseuse` (zonder tuttu), in 1 keer kon beklommen worden.De opluchting was dan ook zeer groot. Het halen van deze col geeft uiteraard geen nog garantie voor de verdere goede afloop van mijn avontuur, maar mits het inlassen van voldoende rustpauzes, zouden de grote kleppersook binnen mijn bereik moeten liggen.

In St-Jean-Pied-le-Port (enkele km buiten het parcours) in een gîte voor enkele dagen mijn kamp opgeslagen. Hier wil ik 2 dagen rusten, dan 2 dagen telkens 1 bijkomende lus gaan rijden en daarna verder de `grote broers` gaan opzoeken met bagage.

09:08 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pyreneeen |  Facebook |

02-06-09

Nieuws van de honded cols

Donderdag, 28 mei 2009

Cluny-Lamure-sur-Azergues

Vanmorgen, kon ik inpakken zonder ook maar 1 vierkante cm zeil te moeten drogen. Geen dauw of condensatie te bespeuren. Dit heb ik nog nooit meegemaakt tijdens al de tentvakanties, die ik al beleefde en dat zijn er toch al heel wat. Het zal een verjaardagsgeschenk geweest zijn. Ik was dus om 8u al op pad. Het is een koude en sombere dag geweest, met in de ochtend af en toe wat zeer lichte motregen. Nu ik dit stukje schrijf (20u15) in Lamure-sur-Azergues, schijnt de zon, maar is het toch nog fris.

Na 5km gereden te hebben kwam ik aan de afslag om de bijkomende helling `Butte de Suin` te gaan beklimmen. Heen en terug zou dat 26 km worden. Ik dacht: dat klaar ik in anderhalf uur, maximum 2u. Het parcours heen en terug viel echter veel zwaarder uit dan voorzien. Eigenlijk, was de heen en terug rit veel zwaarder dan de beklimmimg zelf. Pas tegen het middaguur was ik terug aan de afslag. Daarna nog enkele cols op het parcours tegen gekomen, maar de benen waren nog goed genoeg om die vrij goed te verteren.

Buiten het feit dat ik nu in de Beaugolaisstreek zit en terug veel wijngaarden zie, valt er eigenlijk niets speciaals te vertellen.

 

Vrijdag, 29 mei 2009

Lamure-sur-Azergues---Montbrison

Vanmorgen eerst de Col de Favardy gaan beklimmen voor ik alles op de fiets heb geladen. Het was opnieuw een buitenparcours BIG-col. Ik vertrek dan ook pas om 10u00 van de camping in Lamure-sur-Azergues, maar had dan al 23 km op de teller staan. Ik kwam vandaag in totaal 4 cols en 2 côtes tegen en de laatste helling was er eentje met index 1,9, de hoogste index te nu toe. Niet de stijgingsgraad, maar de lengte van de helling, namelijk 10km, gaven de “relatief” hoge index. Zoals gewoonlijk op reserve naar boven gemaald, zodat ook deze helling er aan moest. Ik wou tot Montbrison rijden en met nog zo een 30km na de laatste helling voor de boeg, ging ik in Feurs, een klein, maar druk stadje, een pauze nemen in het centrum op een bank op een pleintje. Eerst kwam er een wat oudere cyclotourist naar me toe om een praatje te slaan, natuurlijk over mijn fiets en mijn tocht, maar ook over de omgeving, die hij uiteraard goed kende. Na zo een 10 minuten, kwam er een reporter naar ons toe, die van mij wou weten wat ik van de verfraaiïngswerken en de netheid van de stad vond. Als buitenstaander vond hij mijn mening daarover van belang. Ik vond de stad wel proper, maar veel te druk, omdat alles voor de auto moest wijken. Dat vond hij een eigenaardige opmerking. Ook de `cyclo` vond dat het niet anders kon, opdat de mensen anders niet meer naar de stad zouden komen. Ik vertelde hen over de aanpassingen in Leuven. Dat de mensen daar aanvankelijk ook septisch tegenover stonden, maar dat nu zowat iedereen er zeer tevreden over is. Ze lopen hier op dat vlak blijkbaar nog wat achter. De reporter nam ook nog een foto van me en zij dat het dinsdag in `Le Progret` zou verschijnen. Zeg maar `De Vooruit`. Nu doe ik zoveel moeite om in eigen land voor de sponsors in de nationale pers te geraken en raak zelfs niet in de streekpers waar mijn sponsors zitten. Hier in Frankrijk kom ik zonder iets te vragen in een nationaal verspreid blad. Allé, dat zullen we nog zien. Die reporter heeft beloofd de foto en het artikel per mail door te sturen. Dan kan ik misschien eens een deftige foto  van mij in het fotoalbum stoppen.

De laatste kilometers tot Montbrison waren vooral dalend valsplat, zodat die vlot verliepen. Om aan de camping te geraken moest er echter nog een serieuse helling beklommen worden. Maar als een paard zijn stal ruikt, gaat het ook vlotter.

Ik zit hier nu dit schrijfsel te produceren, na een heerlijke douche, in een warm avondzonnetje. Seffens nog mijn pasta naar binnen werken en daarna zullen de uilen weer niet veilig zijn tot morgen 6u.

 

Zaterdag, 30 mei 2009

Montbrison-St-Anthème

Slechts een goede 20km scheiden Montbrison van St-Anthème. Het was dan ook de bedoeling om in St-Anthème eerst het tentje recht te zetten op de camping en dan zonder bagage de Col de Béal te gaan beklimmen. Eerst moest ik echter de Col de la Croix de l`Homme Mort met index 3,5 over zien te geraken met bagage. Omdat de hoogste index tot dan 1,9 was geweest, en bedenkend dat men een naam niet zomaar geeft, kun je je wel inbeelden dat ik daar niet gerust in was. Uiteindelijk viel de 18 km lange helling nog mee. In een kleine versnelling, met veel geduld en fel geapprecieerde aanmoedigingen van voorbijsnellende wielertoeristen, geraak je ook ver en hoog.

De camping in St-Anthème was snel gevonden en mijn tentje in now time opgezet. De benen voelden nog prima, dus snel opweg naar de Col de Béal. Daarvoor moest ik wel over de Col des Pradeaux, die ik de volgende dag dan met bagage zou moeten doen.

De Col des Pradeaux was een makkie en de afdaling, die erop volgde, was breed en lang, zeer lang zelfs, zodat ik me al de bedenking maakte dat de terugweg van de Col de Béal opnieuw zwaarder ging uitvallen dan voorzien. De Col de Béal zelf was alles behalve onoverkomelijk. De lus van 82 bijkomende km, die daar voor nodig was, viel dus inderdaad zwaar uit. De Col de Pradeaux vanuit St-Anthème een makkie, vanuit Ambert een klepper van zowat 11km met een stuk van 5km met gemiddelde stijgingsgraad van 7%. Gelukkig dat dit zonder bagage kon worden afgelegd.

`s avonds op de camping, sprak er mij een vrouw aan die  de naam van de Kariboe-winkel op een van mijn snelbinders had herkend.

Het bleek een verpleegster te zijn uit het Gentse, die in Leuven ziekenhuiswetenschappen had gestudeerd en daarna een aantal jaar in De Wingerd in Leuven had gewerkt. (Bij deze, aan al de personeelsleden van De Wingerd, de groeten van Liesbeth.) Zij woont nu in Frankrijk en was op haar eentje een GR-pad aan het volgen, dat hier hoog boven de boomgrens liep. Blijkbaar ook een taaie tante.

 

Zondag, 31 mei 2009

St-Anthème---La Chapelle-Laurent

Eerst de Col de Baracuchet gaan doen, voor ik opbrak en oplaadde. Deze lus viel korter en makkelijker uit dan gedacht, dus dat was een meevaller. Bovendien, waren de benen goed gerecupereerd van de voorbije zware dag. Het traject  van de dag leek aan de gemakkelijke kant, maar wel veel kms. Het verliep vlotjes tot de laatste 20 km. Daar kwam maar geen einde aan, omdat het vat leeg was. Ik wou toch op de camping van La Chapelle-Laurent geraken, omdat een goede douche na een zware dag toch wel nodig is, niet alleen omdat het zo een deugd doet, maar vooral omdat ik heb ondervonden dat de verzorging van het zitvlak voor randonneurs een prioriteit moet zijn. Irritatie van de huid aan de zitbeentjes doet zich snel voor, wanneer de hygiëne niet optimaal kan verzorgd worden. En lange dagen op de fiets eindigen zo wie zo met wat zadelpijn, maar met wat ongemakken erbij is het plezier er dan snel af. Gelukkig, hebben we dit allemaal goed onder controle. Vandaar de lange dag tot La Chapelle-Laurent.

Terwijl het vat dus leeg was, moest ik om de camping te bereiken nog effe een heuvel op met een helling op om `u` tegen te zeggen. Voor de kenners: de heuvel en de helling waren te vergelijken met onze Kemmelberg. Dit na 130km en met bagage heeft mij voor de eerste keer voet aan grond doen zetten op een helling. Al klimmend, overwoog ik om mijn rustdag 1 dag te vervroegen, om het vat terug goed te laten vollopen, maar op de `camping` aangekomen, liet ik die gedachte snel varen. De camping was eigenlijk een deel van een wei, dat vlak bij de boerderij lag van de boer-campinguitbater (99% boer - 1% campinguitbater). Het sanitair bestond uit 1 WC en 1 douche, 1 lavabo en 1 gootsteen, in de in gebruik zijnde garage van de eigenaar.

Bovendien, was de camping nog niet open, omdat hij eerst nog het gras wou oogsten van zijn `camping`. Nu, het waren zeer vriendelijke mensen en ze wouden mij niet wegsturen. Daarom, mocht ik op een stukje gras naast het`sanitair` mijn tent zetten en mijn fiets in ‘het sanitair’. Ik moest wel volle pot betalen, maar voor 3 euro kan je niet sukkelen. De aandachtige lezer zal wel al weten dat ik meer over heb voor een goede douche.

 

Maandag, 1 juni 2009

La Chapelle-Laurent---Jussac

Dit was dus de laatste dag voor een rustdag en ik moest dus op zoek naar een plaats waar ik mijn was kon doen, liefst op internet geraken en waar het goed toeven was.

Ik koos Jussac uit als eindbestemming, omdat dit volgens mijn gegevens een iets grotere gemeente was dan het gemiddelde dat ik tegenkwam en dus meer kans had te vinden wat ik zocht.

Het parcours zag er vrij zwaar uit. 9 hellingen , waarvan er 3 op mijn wegbeschrijving aangemerkt staan met een uitroepteken. Ik begon er dus aan met een klein hartje, zeker met het lege vat van gisteren in gedachte. Nu voelden de benen vrij goed aan, maar het vat kon op 1 nacht niet volledig vol geraakt zijn. We fietsten dus verdedigend van in het begin: klein verzet op rustig tempo. Zo vorder je maar langzaam, maar het was wel de juiste taktiek. Zelfs de Puy Marie, die door de Ronde van Frankrijk regelmatig wordt aangedaan, moest eraan geloven. Al was de laatste km met gemiddeld 9,62%, een echte kuitenbijter.

In Jussac aangekomen bleek zowel de camping, als de 2 hotels gesloten. De hotels zouden wel `s anderendaags open gaan. Ik heb mij dan maar op de camping municipal geïnstalleerd, want ik had er een kraantje gevonden dat niet was afgesloten.

 

Dinsdag, 2 juni 2009

Rustdag

Mijn eerste werk was een ontbijt gaan halen bij de bakker, want ik zat volledig door mijn mondvoorraad heen. Zonder bagage was het alsof de fiets goed geladen was. Dus, de benen zaten dus niet goed en de rustdag leek niets te vroeg te vallen. Na de bakker, onmiddellijk een hotelletje binnen gestapt en aangezien er internet toegang was en ik hen kon overtuigen mijn was te doen (moest die wel zelf van de wasdraad afhalen) en bovendien de prijs nog meeviel, direct voor een nachtje gereserveerd. Daarna op de camping gaan ontbijten en mijn spullen bijeenrapen.

Na mij in het hotelletje te hebben geinstalleerd en nog snel wat inkopen te hebben gedaan, een douche genomen en wat aan dit dagboek geschreven nog een dutje gedaan, het was teslotte een rustdag.

18:50 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de wingerd |  Facebook |

27-05-09

Hier ben ik weer!!!

Zaterdag,23 mei 2009

Toen ik gisterenavond bij Jean-denis en Monique aankwam, dachten ze dat ik de eerste Belg was die aankwam van de delegatie die ze vandaag (zaterdag) verwachtten. Senones is namelijk verbroederd met Marchin (bij Huy) en dit WE zijn het dus gezamelijke feesten. Enfin, dit zorgde er waarschijnlijk mee voor dat ik in de gastenkamer heb kunnen slapen, na een heerlijke douche en een Frans avondmaal: eerst een aperitief (bier met picon: wat eigenaardig maar het went snel), dan pasta carbonara 9ze zijn namelijk van Italiaanse afkomst) met tomatensalade, overgoten met rosé. Om te eindigen met kaas, natuurlijk. Deze mensen wisten niet wat gedaan om het naar mijn zin te maken. Het werd op den duur eigenlijk genant.

Toch goed geslapen en na bij het ontbijt nogmaals verwent geweest te zijn kon ik al vroeg op de fiets, want ik had dus niet veel bij mekaar te rapen. Het is een warme dag geworden zonder speciale belevenissen. Vannacht wordt het opnieuw matje in tent slapen op het landgoed van een boer, die zich afvraagt wat ik ga doen mocht het beginnen regenen. Ik verzekerde hem dat dat normaal geen probleem is, maar hij leek niet overtuigd. Die mens heeft blijkbaar ook alleen maar tijd om zich met zijn land en dieren bezig te houden en kamperen is niet direct zijn ding, maar daarom was hij niet minder vriendelijk.

Omdat er zo weinig nieuws is van het Franse front, even een tussenstand van zaken voor de sponsors: sinds mijn vertrek reed ik 703 km en heb ik 5 côtes en 9 cols (waarvan 4 BIG`s) beklommen.

Tussen haakjes, de inschrijvingen om mee te sponsoren zijn nog niet afgesloten. Mocht je je geroepen voelen om mee de aankoop van bedden te financieren, schrijf gerust in. Alle beetjes helpen. Nu ga ik mij wassen en mijn pasta koken en daarna uilen vangen tot morgenvroeg.

 

Zondag, 24 mei 2009.

Vanochtend was ik 3 kwartier vlugger klaar met inpakken dan gewoonlijk, omdat de zeilen minder nat waren van de dauw en condensatie, dan anders. Dat was meegenomen, want ik wou vandaag wat meer km`s malen dan de vorige dagen. Het parcours zag er niet te zwaar uit en ik wou zeker voor blijven op het traagste schema, want de komende dagen komen de eerste bijkomende lussen eraan, om BIG`s aan mijn palmares en de sponsoring toe te voegen. Nu zit ik voorlopig wel ongeveer 3 dagen vooruit op dat traagste schema, maar door die lussen verdwijnt die voorsprong zeer snel. Dus, goed op tijd vertrokken, maar mij toch gehouden aan mijn voornemen om op reserve te blijven rijden. Maar goed ook, want het was zeer warm. De 5 côtes die ik vandaag moest beklimmen waren gelukkig trainingsheuveltjes met een naam. Zo kwam ik er al veel tegen de voorbije dagen, maar die hadden dan geen naam. Vandaag, dus geen col die meetelt voor de sponsoring, maar wel 109 km. Dit is uiteindelijk niet echt veel meer dan de voorbije dagen, maar enkele km verder verwacht ik wel een deftige helling en die had er misschien teveel aan geweest. Voorzichtigheidshalve laat ik die klus maar voor morgen met nog een aantal km vooraf om op te warmen.

Ik schrijf dit stukje bij het binnenkomen van Villecomte, naast mijn tentje, gewoon langs de straat. Dit is namelijk een eenrichtingsweg, die het bos in gaat en hier komt dus zeer weing volk langs. Het is nu 20u15 en ik ga opnieuw op jacht vertrekken om uilen te vangen. Vorige nacht heb ik er een paar zakken mee kunnen vullen. Hopelijk is de vangst vannacht even goed.

Tot schrijfs.

 

Maandag, 25 mei 2009

Vandaag was het net of ik kwam aan in het echte Frankrijk. Ik reed namelijk de Bourgognestreek binnen. Wijngaarden overal en zover je maar kon zien. Overal borden met Château van dit, Premier cru van dat, Vente a la cave, Nuits St-George, Pernand-Vergelesses, .....  Gisteren was ik door Champlitte gereden en had daar eigenlijk al de eerste wijngaarden gezien, maar die waren niet groter dan enkele aren (had ook het Hageland kunnen zijn). Echt niet te vergelijken met wat ik nu zag. Hier werd ik overdonderd door de wijncultuur. Na een 2 à 3 uur rijden hielt dit verhaal plots weer op. Opnieuw veel weiden en velden en geen wijngaard meer te bespeuren. Ik zal dus de beroemde wijnstreek al verlaten hebben. Jammer, want het was een welkome afwisseling. De vorige dagen had ik niet veel anders gezien dan velden en weiden, met af en toe eens een strookje bos.

Het werd opnieuw een warme dag. Hopelijk gaat dit niet aan mijn gestel vreten. De benen waren aanvankelijk goed, maar na 2 uur fietsen werd elk stuk valsplat precies een col, en rond 14u ging het terug vrij vlot. Dit fenoneem heb ik de laatste dagen al meer meegemaakt. Dus, maak ik me al minder zorgen als het eens wat moeilijker lijkt te gaan.

Na 96km kwam ik aan de afslag van de eerste bijkomende lus. 36 km waren nodig om heen en terug te rijden en de Mont de Sene te beklimmen. Ik begon al aan de km`s heen en na 8 km vond ik in Chagny een camping municipal, waar ik voor 5 euro een nachtje kon staan. Na zo een warme dag fietsen, heb je wel meer over voor een goede douche. Dus, niet getwijfeld. Het was pas 16u30 en mijn tentje stond snel recht. Toch niet veel om handen en aangekomen met nog vrij goede benen, dus maar de fiets opgesprongen en de Mont de Sene gaan beklimmen. Voordeel was natuurlijk dat ik dit zonder bepakking kon doen, wat een heel pak scheelt (in mijn geval zelfs 5 pakken). Toch slechts na een serieuse inspanning boven geraakt, want de laatste km`s waren vrij steil en uiteindelijk had ik er toch al een redelijke dag opzitten  met bagage.

Morgen is het de laatste dag van een reeks van 5 en kan ik dus uitkijken naar de volgende rustdag. We zien wel waar mijn fiets en mijn benen mij dan zullen afzetten.

 

Dinsdag,26 mei 2009

Toen ik vanmorgen wakker werd regende het. Even dacht ik eraan om dan maar op de camping in Chagny mijn rustdag een dagje vroeger te nemen. De benen voelden niet al te sterk en het opbreken in de regen was ook al geen aanlokkelijk idee. Toen ik echter de tent openritste, zag ik dat het vermoedelijk maar een bui was en begon alvast alles in te pakken voor zover dat kon. Alles toch relatief droog in de zakken kunnen stoppen en om 9u de baan op. Heel de tijd dreigde de regen, maar op enkele druppels na de hele dag geen neerdalend vocht gevoeld.

Na 38km, het was toen al op de middag, kwam ik aan een wegblokkade, bemand door een echte Franse soldaat. De weg liep door een militair domein waar juist schietoefeningen bezig waren. Het zou nog een uurtje duren, zei de vrij norse, maar zich nog juist correct gedragende soldaat. Omrijden zou nogal wat bijkomende km betekent hebben, zodat ik maar een uitgebreide middagpauze nam en al een stukje van mijn dagboek heb geschreven.

 

Woensdag, 27 mei 2009

Ik neem opnieuw de draad op in de camping municipale van Cluny. Een aardig, klein, middeleeuws stadje, met een mooie gerenoveerde oude kern.

Na dus iets meer dan een uur gegeten, dagboek geschreven en geluierd te hebben, had `Gavroche` zijn barikade opgeheven en kon ik verder. Omdat ik met dikke benen was opgestaan, maar toch in Cluny wou geraken (dagafstand 93km), had ik, tot dan, steeds kleine versnellingen gedraaid, wetende dat de 3 te beklimmen hellingen van de dag pas in de laatste 20 km lagen. Samen met het half uur bijkomende rust door de barikade, was ik nog niet ver gevorderd. Ik maalde echter rustig verder en uiteindelijk vormden de hellingen geen echt probleem. Ik kwam na geen al te zware dag, rond 17uur aan in Cluny. Hier breng ik dus mijn rustdag door en type nu mijn dagboek naast de wasmachine waar mijn kleren ondertussen een reinigingsbeurt krijgen. Straks, nog de ketting van mijn fiets onderhanden nemen, want die moet wat gesmeerd en aangespannen worden. Daarna, het stadje gaan bezoeken, boodschappen doen, proberen op internet te geraken en een gezellig restaurantje zoeken.

De rest van de dag wordt het rusten, luieren en op mijn lamme zijde liggen.

Enfin, Mesdames, Messieurs, ik klaag niet.

17:52 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: cluny |  Facebook |

22-05-09

2de bericht

Ik zet dit even op de blog om het niet te vergeten.

Vanavond, vrijdag 22 mei, werd ik hartelijk ontvangen door mensen waaraan ik vroeg om op hun grasveld naast hun garage mijn tent te mogen zetten.

Monique en Jean denis Padoan ontvingen mij met open armen en naast een douche, een avondmaal kreeg ik ook nog een bed aangeboden. Later verder hierover meer, want ik weet niet wat die mensen moeten betalen voor het gebruik van hun internet.

Verder is mijn eerste dag op het basisparcours goed verteerd. De eerste cols en côtes vormenden geen noemenswaardig probleem, maar ik was dan ook mijn voornemen om zoveelmoeglijk op reserve te rijden, trouw gebleven. Ik denk dat dit inderdaad de te gebruikien tactiek zal zijn voor de rest van de tocht.

Vanmorgen alles in de regen moeten opbreken, maar vanavond eerst netjes alles kunnen drogen voor ik de voetjes onder tafel mocht schuiven.

Tot schrijfs.

21:46 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

21-05-09

Mijn vertrek en de eerste 5 dagen.

Zondag 16 mei2009:

Aan het aantal hits op deze blog te zien, lijkt het wel of een aantal mensen uitgekeken hebben naar het volgende stukje. Wel, hier zijn we dan terug. De laatste weken kon het schrijven van blognieuws er echt niet meer tussen. De voorbereidingen van de tocht, samen met de organisatie van de Moederdagontbijtservice van Kids For Uganda vulden meer dan mijn tijd. Ik heb dan ook nog tot de ochtend van mijn vertrek nodig gehad om min of meer klaar te geraken. Maar geen paniek, we hebben, voor zover ik al heb kunnen ondervinden, alles mee. Alleen het zit nog niet goed verpakt en de fiets reageert dus soms wat eigenaardig, maar daar wordt ondertussen al aan gewerkt.Ik wil iedereen die mij is komen uitwijven nog eens bedanken. Ik zal trachten jullie (on)geloof in mijn kunnen niet te beschamen.Ondertussen is de eerste fietsdag al achter de rug. Een kleine 100 km ver zijn we geraakt, tussen wat gedruppel en serieuse buien door. Aangenaam is anders, want ook het parcours was niet echt om wow van te roepen. Tussen Leuven en Hoegaarden anders wel aangenaam verrast door het landschap, maar eens in Hoegaarden op de Ravel2,was er meestal niet veel meer te zien dan een quasi rechte en vlakke weg met links en rechts struikgewas, net hoog genoeg om je een verder zicht te belemmeren. Maar we gaan nog niet beginnen zagen van de eerste dag. Alles verliep dus zoals een gemiddelde fietsdag in Belgie vaak verloopt. Rond 19u30 een wei gevonden in Sorinne, iets voorbij Leffe, waar ik mijn tentje kon opslaan. Een in de buurt wonende kranige tachtiger, bezorgde me water in ruil voor het verhaal van zijn 49jaar durende professionele loopbaan en een bezoek aan zijn minimuseum dat bestond uit enkele vierkante meter muur behangen met al zijn eretekens, diploma`s en getuigschriften. En fier dat hij was. En eigenlijk had hij gelijk, want in mijn ogen was de minst hoog aangeschreven eentje van het rode kruis voor bewezen diensten als bloedgever.Met zijn water heb ik dan mijn pasta kunnen koken. Waarschijnlijk het hoofdmenu van de komende weken en hopelijk maanden. Ik heb toch nog min of meer droog mijn tent kunnen opzetten, maar al snel begong het opnieuw te regenen. Ondertussen is het bijna 9u00 s morgens op wat mijn 2de fietsdag zou moeten worden, maar het regent nog altijd, stel mijn vertrek dus wat uit en ik heb dus eindelijk tijd om aan mijn blog te werken. Zoals ik al een keertje schreef: aan alles is een positieve kant. Dit zal ik waarschijnlijk nog vaak in gedachte moeten halen,wanneer ik zit te balen.Ondertussen is het 20u00 en zit ik in de jeugdherberg van Bouillon. Inderdaad, iets sneller een echt dak boven mijn hoofd opgezocht dan voorzien, want pas om 11u00, is het opgehouden met regenen en zowat alles was nat. Dus, zag ik het niet echt zitten om, na een eerste vrij zware en koude dag, in een natte tent te kruipen.Mijn zelf ontworpen voortent werd dus al getest op haar deugdelijkheid. En ik moet zeggen, ik zal er niet de uitvinderprijs mee winnen. Details hierover zullen nog wel volgen als het weer zo blijft. Tot schrijfs.

Maandag, 18 mei 2009.

Om in de jeugdherberg te geraken was het nog eerst een kmtje serieus steil omhoog. Omdat ik broodnodig brood nodig had moests ik dus eerst terug bergaf naar Bouillonstad. Het gevolg was dat ik onopgewarmd aan de klim uit de vallei van de Semois moest beginnen, wat serieus tegenviel. Na die klim was het direct steil omlaag langs de col du Sati, een BIG helling die ik dus ook terug omhoog wou doen. Nu is dit een van de zwaarste BIG`s in Belgie, met een max stijgingsgraad van 18% en gemiddeld 13,5. Aan de voet was het gelukkig een verlaten plek, waar ik dus in alle rust mijn 2 voortassen kon achterlaten voor ik aan de klim begon. En gelukkig dat ik dat gedaan had, want ik geraakte na al amper boven. Dus na die eerste ook een tweede kanjer van een helling. Met spieren die als gehakt aanvoelden op weg naar de Mont St Walfroy, de 3de en laatste BIG op weg naar Saverne. Omdat dat over een nogal heuvelend parcours verliep kon ik maar weing recupereren van de lastige aanvangskilometers, maar blijkbaar toch net voldoende om de ook hier de max stijging van 18% te kunnen halen, maar dan full loaded. Hiervoor moest ik echt alles uit de kast halen wat er in zat. Boven dan ook een dik half uur de tijd genomen om te bekomen en St Walfroy aangeroepen om een gemakkelijker parcours. En zie, das nog eens ene die zijn werk goed doet. Ik had er tot dan zowat 45km opzitten en wou vandaag toch terug rond de 90km halen. Vanaf Mont St Walfroy werd het parcours plots een heel stuk vlakker en had ik meestal ook nog wind in de rug. Met de zon er nog bij was het dus heerlijk fietsen en haalde ik 108km op de teller, zonder echt doodmoe in Fromezey aan te komen, waar ik ook nog een prachtplekje vond om mijn huisje recht te zetten. Het is nu 21u en ik ga dus maar mijn nestje opzoeken, hopend op eenzelfde parcours voor morgen als vandaag in de namiddag.

Woensdag, 20 mei 2009

De nacht van maandag op diinsdag slecht geslapen. Oorzaak: de klokken van de kerktoren. Ik lag er redelijk dicht bij en die sloegen namelijk het uur en het half uur. Tot hiertoe niets speciaals, maar het eigenaardige was dat 1 minuut na het uur de klokken het uur nog eens sloegen. Nu, als ik wakker wordt van klokken slaap ik meestal snel terug in, maar als ze na 1 minuut opnieuw beginnen verstoort dat mijn slaap blijkbaar zodanig, dat ik niet terug kan inslapen. Dus, na een lange fietsdag, een nog langere nacht gehad. `s morgens voor ik vertrok wou ik weten waarom die klokken het uur 2 maal luiden. De eerste die ik tegenkwam was de postbode. Die moest het zeker weten , want is het niet `the postman who rings twice`. Blijkbaar vergiste ik me want hij was niet van het dorp en wist het zelf niet dat die dat deden. Echte inboorlingen wisten het ook niet. Zelfs bij hen thuis sloeg hun klok 2x het uur en het angelus om 7u10 en 12u10, zoals ook de torenklok dat deed. Maar waarom..... Ze vonden het een goede vraag, en zouden ze eens aan de maire stellen. Die sukkelaar moet ook alles weten. Dan maar `en route` zonder antwoord op de vraag die mij de hele nacht had wakker gehouden. Toch blijkbaar fysiek redelijk gerecupereerd. Het parcours werd stilaan meer heuvelachtig. Ik voldoende me goed genoeg om opnieuw rond de 100km te voorzien. Alles verliep naar wens tijdens deze zeer opnieuw zonnige dag. Gelukkig, wel ingesmeerd deze keer, want ik had aan de eerste dag zon een licht verbrande kruin en dijen overgehouden, gelukkig zonder viel hinder.Alles dus volgens plan, behalve het vinden van een slaapplaats. Dus, al zoekend verder gereden om pas aan de 127ste km iets geschikts te vinden. Op het erf van een vriendelijke boer in Guebling. Die avond om 20u45 de slaapzak opgezocht en geslapen als een roos, die waarschijnlijk zwaar snurkte. Nochtans, even dicht bij de kerktoren als de nacht voordien, maar deze klokken niet vielen niet in herhaling.Zoals altijd liep de wekker f om 6u00, maar tegen mijn gewoonte in bleef ik liggen tot 6u30. Slecht teken. De route die steeds heuvelachtiger werd verteerde moeilijk en ik was wat blij dat ik al na 72km en om 15u00 Saverne bereikte, de plaats waar de 100 cols tocht pas echt zal beginnen, maar dan na een geplande, verdiende en ook blijkbaar ook nodige rustdag. Ik ben anders wel benieuwd wat de echte cotes en cols zullen brengen. Eerlijk gezegd, aan wat ik tot nu toe ondervonden heb, zal ik al blij zijn als ik het basisparcours zal kunnen rondkrijgen, maar we zien wel. Dag per dag, trachten om wat verder te komen en proberen van steeds op reserve te rijden en mijn krachten pas echt aan te spreken waar het nodig is.

12:40 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: saverne |  Facebook |

22-04-09

Consumententest

Vorige donderdag, mocht ik de Easy TiRohler ophalen bij Fietsen Koen en vrijdag mijn Garmin-Oregon 300 GPS bij POINT2 in Kessel-lo.

 IMG0001

Omdat alle buitensport GPS-sen op AA-batterijen werken, werd ook diep nagedacht (vooral door Dirk, de man achter POINT2-Kessel-lo) hoe de nodige stroom voor de GPS door de SON-naafdynamo zou kunnen geleverd worden. Uiteindelijk, kwamen we tot het besluit dat het via de ZZing (een soort verbeterd batterypack) wel zou moeten lukken, als een test positief zou uitvallen en er een speciaal USB-kabeltje zou vervaardigd worden. Als noodoplossing kon ik nog altijd beroep doen op een batterijlader op zonnecellen.

 Gisterenavond, MapSources op mijn PC geïnstalleerd om uit te zoeken hoe ik met dat programma de tracks van mijn 100 cols tocht zou kunnen uittekenen en daarna in de GPS steken. Na wat lees en zoekwerk, leek het mij wel te lukken en ik stak er, als test, de Veurne-Ambacht fietsroute in met de bedoeling die, vandaag, zondag, te gaan rijden.

 Vandaag, heb ik dus zowel de fiets als de GPS aan een persoonlijke consumententest onderworpen.

Hier de resultaten:

 Het titanium frame oogt niet alleen mooi, maar geeft ook een suplementair comfort tijdens het fietsen. Ik bezit een Easy Rohler, die exact dezelfde fiets is, maar met een aluminium frame. De Easy Rohler is op zich al een prachtige fiets en wordt door weinige andere fietsen geëvenaard in alle aspecten van het fietsgedrag, en toch rijdt de Easy TiRohler nog aangenamer en stuurt nog directer.


IMG0001

Koen's unieke rode 099999 Rohloff-naaf schakelt soepel en heeft met zijn 14 versnellingen een groot bereik. Hij maakt in elke versnelling een ander geruisje. Dit heeft als voordeel dat je na een tijdje niet alleen kunnen voelen, maar ook horen in welke versnelling je rijdt, al moet je dan wel heel aandachtig luisteren en niet hardhorig zijn.

IMG0001_1

IMG0008

De Edelux in combinatie met de SON-naafdynamo geeft enorm veel licht. Bovendien, volstaat het om je voorwiel enkel omwentelingen te laten draaien en de lamp blijft al enkele minuten nabranden. Wel niet op volle sterkte, maar als noodverlichting kan dat al volstaan. Ik zal ook de SON gebruiken om mijn PDA op te laden en mijn GPS te voeden. Dit via een Zzing.

IMG0007

IMG0006

IMG0005

De hydraulische H33 Magura remmen bedien je best met slechts 2 vingers, anders kom je voor verrassingen te staan. Deze remmen stellen mij gerust wanneer ik aan de afdalingen denk, die nu eenmaal bij de beklimmingen horen.

Besluit over de fiets: Die kende ik al een beetje en alle positieve ervaringen werden bevestigd. Dit geldt ook voor de negatieve punten, namelijk: ik heb er nog steeds geen gevonden.

IMG0010

Besluit over de GPS: het was een openbaring. Dit was de eerste keer dat ik een GPS gebruikte en kon dus niet vergelijken met andere toestellen. De Garmin Oregon 300 deed alles perfect wat er van hem gevraagd werd, t.t.z. mij zonder aarzelen de weg door de Westhoek tonen en alle gegevens over het afleggen van de tocht bewaren.

De grootste openbaring was echter het feit dat dit toestelletje een enorme tijdswinst oplevert. Ik realiseer me nu dat het gebruik van een GPS, op dagen dat ik 8 à 10 uur onderweg zal zijn, mij minstens een half uur tijdswinst zal opleveren. Dit omdat ik nog nauwelijks (en waarschijnlijk zelfs helemaal geen) gebruik meer hoef te maken van landkaarten en dus niet moet stoppen om die te raadplegen en vertragen om herkenningspunten te zoeken.

Dan houd ik nog geen rekening met de verloren tijd (en energie) door het verkeerd rijden.

Over de hele tocht door Frankrijk schat ik de tijdswinst op 5 à 6 dagen. Dit lijkt enorm en dat is het ook. Ik heb mijn berekening nog eens overgedaan en ze klopt.

Als je dit allemaal leest, zal je wel denken: “Ja, ja, de Jan zal zijn sponsors wel naar de mond praten”. Ik geef mijn sponsors een plaats in mijn blog, wat niet meer dan normaal is, maar van wat ik schrijf is geen letter gelogen of overdreven.

Geloof je me toch niet – wat je goed recht is – probeer het dan zelf eens uit. Kom je tot andere bevindingen, laat me dan iets weten. Met 2 weet je meer dan alleen.

 En over sponsors gesproken: CALLANT Verzekeringen sponsort de verzekering van de fiets tegen diefstal en beschadiging.

 

 

 

21:57 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

20-04-09

Tom Boonen

In de jeugdherberg een vrij onrustige nacht gehad, door het straatlawaai en door een nogal luidruchtig slapende kamergenoot. Toevallig dezelfde man als eind vorig jaar in de jeugdherberg in Namen – de wereld is klein en soms wel te klein.

 

Toch was ik goed hersteld van het harde labeur van gisteren. Alle geplande hellingen werden niet alleen vlot gevonden, maar ook nog makkelijk beklommen. IK moet wel toegeven dat geen enkele ervan het waard was in de top 100 van de lastigste cotacolhellingen te staan. Toch voelde ik me wel als Tom Boonen in zijn beste dagen. Vlot vliegend over hellingen en kasseien. Het gedacht is veel waard.

 

Na 13 hellingen en op kilometer 108, stond ik nog “vrij fris” terug aan mijn wagen. Al mijn zorgen van gisteren waren al vergeten en ik was net op tijd om, via de radio, de laatste spannende en triomfantelijke kilometers van de echte Tom Boonen in Parijs-Roubaix, life te mogen meemaken.

 

Cotacol: 280    BIG’s: 39

13:34 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tom boonen |  Facebook |

13-04-09

Oriëntatiestoornissen?

Het voorbije WE vertrokken naar de jeugdherberg van Doornik. Ik wou eigenlijk naar die van Ronse gaan, maar die was kompleet volzet.

Panorama-Mont St-Aubert2

Ik was die ochtend heel relax en dus niet gehaast, zodat ik pas na 10 uur op de fiets zat. Niet echt naar mijn gewoonte en de rest van de dag verliep al evenmin “normaal”. Keer op keer verkeerd gereden en nooit echt in het goede ritme geraakt. Ik had heel wat Cotacolhellingen voorbereid, waaronder de Mont Saint-Aubert, de laatste BIG-helling die ik voor mijn vertrek naar Frankrijk nog op het programma had.

Mont St-Aubert2

De Mont Saint-Aubert ligt aan de rand van Tournai, zodat die het eerst op het menu stond. Ik slaagde er toch nog in in om 2x verkeerd te rijden voor ik aan de beklimming kon beginnen. Alhoewel dit me de laatste trainingen al een paar keer is overkomen, denk ik telkens dat ik dan niet echt in mijn normale doen ben. Vroeger gebeurde mij dat zelden.

Nu word ik natuurlijk voor zoiets al een jaartje ouder en vrees ik dit zich wel vaker zal beginnen voordoen. Anderzijds, wil ik dit ook nog wel toeschrijven aan een gebrekkige voorbereiding, wat eigenlijk ook wel het geval was. Enfin, we zien wel wat het wordt.

 Mont St-Aubert3

Gelukkig ziet het er naar uit dat ik op mijn 100 cols tocht, in samenwerking met  POINT2 in Leuven, een GPS zal meenemen, waarin op voorhand de volledige route zal in getrackt worden. Waarschijnlijk kunnen de bijkomende lussen er ook nog ingestoken worden, zodat de kans op het rijden van verloren kilometers beperkt wordt tot een minimum. Dit geeft me hoop om toch een aantal bijkomende lussen te kunnen rijden, wat uiteraard mijn rangschikking in de Challenge BIG ten goede zal komen.

 Wat verder mijn training van zaterdag betreft kan ik kort zijn, het was zwoegen van de eerste tot de laatste kilometer en uiteindelijk op 109 kilometer slechts 5 hellingen beklommen. Ik had duidelijk geen al te beste dag.

 Cotacol: 267  BIG`s: 39

12:57 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: big |  Facebook |

09-04-09

A bridge too far

Dit weekend werden de kilometers en de hoogtemeters wat opgedreven.

Zaterdag, de 3 resterende BIG’s in Nederland gaan afwerken. De Italiaanse weg en de Posbank in de buurt van Arnhem en de Oude holle weg bij Nijmegen.

 Posbank

Al vroeg op pad met de auto, want het was zowat 2 uur rijden tot Nijmegen, waar ik mijn wagen achterliet. Langs drukke wegen met breed fietspad gescheiden van de baan, langs rustige wegen en langs dijken, naar Arnhem gepeddeld. Het Tweede Wereldoorlogsverleden is hier volop aanwezig in het landschap. Het grote aantal herdenkingsplaten, de vele bruggen over de Rijn, de Maas, de Waal, en de IJssel, en het landschap met overstromingsgebieden, weiden en hier en daar een huis in de buurt van het water, zorgen er voor dat het niet moeilijk is om zich de beelden van de film “A bridge too far” te herinneren.

 Italiaanse weg

Ik had op 80 à 90 km geteld, maar had de lengte van de rit niet uitgerekend en flink onderschat. Bovendien, nog eens een flink aantal kilometers verkeerd gereden, zodat ik na 138 km nog aan de Oude Holle weg moest beginnen. Ik zat toen uiteraard al een tijdje door mijn drank en mondvoorraad heen, zodat ik het puur op karakter moest doen. Ik haalde nog wel de top, maar zeker niet al fluitend. Gelukkig had ik, zonder het te weten, mijn wagen juist aan de voet van de helling geparkeerd, zodat ik snel uit mijn lijden verlost werd.

 Doordat ik veel later dan voorzien thuiskwam, kwam ik flink te laat op een bierproeverij in Zaventem, ingericht door “De Vrienden van het Bier”.

Na zo een dorstig einde van de fietstocht, geraak je maar moeilijk bijgedronken. Ik had dan ook alle moeite om de verschillende brouwsels met 8 tot 12% alcohol gehalte, niet in 1 teug leeg te drinken.

 Cotacol: 250     BIG’s: 37

 

Maandag had ik een dag verlof genomen, om uit te rusten van een BRM 200 waaraan ik aanvankelijk zou deelnemen. Ik had die BRM echter uit mijn planning geschrapt, omdat ik van oordeel was dat ik zo een afstand nog niet aankon en het risico niet wou lopen een overbelastingsletsel op te lopen, zo kort bij de start van mijn 100 cols tocht. Ik had dus nog een extra dagje om te gaan fietsen.

 Dit keer stond de Col du Rosier in het middelpunt van mijn belangstelling. Een helling die je langs 4 cotacolroutes kan beklimmen en die opgenomen is in de BIG-lijst. Bovendien, bevinden er zich dicht in de buurt nog een aantal Cotacolhellingen, zodat ik mijn palmares met meerdere hellingen zou kunnen uitbreiden.

 Col du Rosier

Ik zat al om 8u15 op de fiets, want ik wou er een dag van maken die zou te vergelijken zijn met een dag tijdens mijn 100 cols tocht. Het was nog vrij fris en nevelig weer, zodat de eerste uren niet al te aangenaam waren. Daarna klaarde het uit en de rest van de dag was het heerlijk fietsen. Weinig wind, vrij zonnig, maar toch niet te warm. De uren vlogen dan ook voorbij, ondanks het zware parcours.

 Rond 17u30, na 11 hellingen en 134 km, zette ik er een punt achter. Qua afstand was dit niet overdreven, maar daarin zaten 44 stijgende kilometers en een hoogte verschil van meer dan 2.600m. Ik denk dat dit inderdaad een dag zou kunnen zijn tijdens mijn tocht (alleen nog de bagage erbij).

 Ik verteerde vrij goed deze repetitie en denk dat ik stilaan naar het vereiste vormpeil groei. Met daarbij nog een vijftal inloopdagen in het begin van de tocht, hoop ik de juiste conditie te pakken te hebben wanneer het grote werk begint.

 Cotacol: 261  BIG’s: 38

19:42 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: arnhem, nijmegen, posbank |  Facebook |

01-04-09

250!

De weersvoorspellingen voor vorige zondag beloofden een vrij mooie dag met af en toe een bui. Dus, ging ik op pad om in de streek van de vallei van de Aisne (ten Oosten van Durbuy) wat klimtraining te gaan doen.

 De col du Rideux, die langs 5 verschillende wegen kan beklommen worden, is zeer geschikt als voorbereiding voor mijn 100 cols tocht. Alle 5, rustige wegen in een bosrijke omgeving, met op de hoogte schitterende vergezichten. Naast deze 5 beklimmingen werden nog 4 andere hellingen aangedaan, die qua omgeving niet moesten onderdoen voor de Col du Rideux.

Col du Rideux

Alleen……….. het weer had wat vertraging ten opzichte van de weersvoorspellingen, zodat ik haast de hele tocht in de regen en de kou heb gereden en maar weinig van de mooie panorama’s te zien heb gekregen. Ik kijk dus uit naar wat drogere en warmere dagen.

 Als oefening was het wel OK. Ongeveer, 64km in totaal, met zowat 22 stijgende kilometers en een totaal hoogteverschil van meer dan 1.500m. In cijfers, een tocht vergelijkbaar met de beklimming van de Mont Ventoux, maar dan in etappes.

 Na deze uitstap zit een vierde van de Cotacolhellingen erop. Voor de BIG’s is de af te leggen weg naar de 1.000 nog iets langer, maar we staan ondertussen, zij het onverwacht, toch al zowat 8 weken op de eerste plaats van de “Claims 2009”. De echte Biggers lijken moeilijk uit hun winterslaap te geraken.

 

Cotacol: 250             Big’s: 34

21:05 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-03-09

IDWORX – ROHLOFF - Wat is het geworden?

DIT!!!

 

Easy TiRohler

 

De “Easy TiRohler".

 Dit het topmodel van de IDWORX trekkingfietsen.

 Voor velen de beste trekkingfiets op de markt.

 Het is de Easy Rohler, maar met een titanium frame. Zeg maar, het beste nog verbeterd.

 Dit volbloed IDWORX raspaardje krijg “IK” Lachen, in bruikleen Huilen, om mijn 100 cols tocht mee te rijden. Dit wordt genieten vanaf de eerste meter.

 Ik heb al eens effe mogen proeven van hoe het beestje zich gedraagt.

Wel. Ondanks dat het concept overeenstemt met dat van de Easy Rohler, is er een wezenlijk verschil. Het frame is uiteraard een stuk stijver en dat voel je. Ook het absorberen van trillingen door het titanium lijkt eveneens een verschil te geven, al blijft dit vrij subtiel en daardoor nogal subjectief voor interpretatie, maar toch.

Al was het maar een ritje van enkele minuten (en in de gietende regen), ik ben voor 99% overtuigd van de duidelijke meerwaarde die het titanium frame aan de ETiR geeft. De 100 cols tocht zal mij meer dan voldoende de kans geven, om het zogezegde “subjectieve” in de beoordeling te kunnen relativeren en “objectiveren”.

 Naast dit tijdelijke geschenk van IDWORX, doen ROHLOFF en FIETSEN KOEN, ook hun duit in het zakje.

Alsof het raspaardje op zich nog niet voldoende was, wordt het bovendien uitgerust met de “Rohloffnaaf nr 099.999”, die voor de gelegenheid speciaal rood werd gekleurd. Ook de SON-naafdynamo krijgt uitzonderlijk een rood jasje aan.

 Met deze unieke fiets mag ik dus mijn avontuur ondernemen. Sorry, mocht ik wat jaloerse reacties opwekken, maar ik ben nu eenmaal een geluksvogel. Ik ben duidelijk met de (fiets)helm geboren.

 Ik mag natuurlijk ook niet vergeten te vermelden dat, naast het in bruikleen geven van de ETiR met unieke naaf en dynamo, er ook nog minstens 750 euro voor het goede doel zal gestort worden.

 Fietsen Koen, IDWORX EN ROHLOFF nu al bedankt!

 

PS Foto’s van de fiets met de naven volgen binnenkort.

18:39 Gepost door jan in Fietsen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: idworx, rohloff, fietsen koen |  Facebook |